In Peking lopen Xi en Li zich al warm

Op het Nationale Volkscongres in Peking is de race om het leiderschap van China geopend. Tip voor kandidaten: „Zeg weinig, doe veel. ’’

Olympische sporters, tv-acteurs en puissant rijke ondernemers zijn op het afgegrendelde plein voor de Grote Hal van het Volk in Peking de mediasterren van het Nationale Volkscongres, het jaarlijkse politieke spektakel waar iedereen van naam in China aanwezig is.

De echte zwaargewichten van China luisteren net als de 3.000 vertegenwoordigers van het volk met strakke gezichten naar de urenlange toespraak van premier Wen Jiabao over de Chinese ‘state of the nation’. Waar ‘opa Wen’, zoals hij vaak op straat wordt genoemd, het uiteraard niet over heeft is een delicate kwestie die de leden van het Nationale Volkscongres, de media en zeker de internetcommentatoren zeer bezig houdt: de grote veranderingen in het Chinese leiderschap in 2012.

Achter en gedeeltelijk voor de schermen van het Nationale Volkscongres is de grote stoelendans het onderwerp van gesprek, roddel en online-weddenschappen. Volgens hoogleraar Cheng Li van het Chinacentrum van het Brookings Instituut kent China weliswaar geen tussentijdse verkiezingen zoals de VS, maar houdt de Chinese politieke klok een vergelijkbaar ritme aan.

Twee jaar voor het grote partijcongres is het lobbyen door kandidaten en de twee grote facties in de Chinese Communistische Partij – de Communistische Jeugdliga-groep en de Shanghai-groep – in een stroomversnelling gekomen, zegt Li. En met hem de staatsmedia.

„Het Nationale Volkscongres is een spektakel waar iedereen die ook maar iets voorstelt aanwezig is. Een ideale gelegenheid voor alle kandidaten om iedereen te spreken, mee uit eten te nemen en om de basis voor toekomstige samenwerking te leggen. Met nog twee jaar te gaan voor het 18de Partijcongres van 2012 is de race begonnen”, legt Cheng Li in een telefonisch gesprek uit.

In 2012 gaan veertien van de 25 leden van het Politbureau met pensioen, onder wie president Hu Jintao en premier Wen Jiabao. In het Staand Comité, zeg maar het kleine politbureau, komen zeven plaatsen vrij. Alleen vicepresident Xi Jinping en vicepremier Li Keqiang blijven lid van de groep die de opkomende supermacht leidt. Xi, die net alle leiders van betekenis Europa en Azië heeft bezocht, is kandidaat voor het presidentschap. Li, die de hoofdspreker was op het economisch forum van Davos, is beoogd premier.

Maar zegt professor Cheng Li „niets is echt beslist, niets is nog zeker”.

De twee informele facties binnen de Communistische Partij van China lijken over deze twee topfuncties al een compromis te hebben gesloten. Xi, zoon van een revolutionair van het eerste uur en lid van de liberalere, marktgerichte Shanghai-groep, is presidentskandidaat. Li, die zeer geïnteresseerd is in het klimaatdebat, armoedebestrijding en betaalbare huisvesting voor de massa’s is lid van de Communistische Jeugdligagroep, die de communistische veren nog niet helemaal heeft afgelegd.

Alle andere posities in het grote en het kleine politbureau lijken nog open. Een van de belangrijkste kandidaten voor het lidmaatschap van de ‘kerngroep’ van leiders zit links achter de orerende premier Wen, op de tweede rij op het podium. Bo Xilai, de partijsecretaris van Chongqing in West-China is ook de zoon van een van de oprichters van de Chinese Communistische Partij en onbetwist de politieke ster van het Nationale Volkscongres.

Zijn strijd tegen corrupte partijfunctionarissen, malafide politiecommissarissen en triadeleden heeft hem volgens online-peilingen tot een van de populairste politici van het land gemaakt. Het Volksdagblad riep hem uit tot ‘Man van het Jaar 2009’, een signaal dat hij toekomst heeft in de politieke top van China. Vlak voor het Chinese Nieuwjaar deelde Bo aan vijf miljoen gepensioneerden in zijn stad rode enveloppes met geld uit, in totaal 55 miljoen euro.

Bo Xilai, die als voormalig minister van Handel en burgemeester van Dalian goede relaties met de stad Rotterdam had, is volgens Kanaal 1 van de Chinese staatstelevisie een van de „twee nieuwe kanonnen” onder de provinciale partijbazen.

De andere is Wang Yang, die vier plaatsen rechts van hem zit. Wang Yang was partijsecretaris van Chongqing, maar vervult sinds 2007 deze functie in Guangdong, de zuidelijke provincie waar de grootste fabrieken ter wereld staan. Wang Yang, een politiek econoom, is een protegé van president Hu Jintao, behalve staatshoofd en partijleider ook de leider van de Communistische Jeugdligagroep.

Maar Wang lijkt geen ideologische hardliner zoals Hu. Hij praat vaak over politieke hervormingen, een nieuw groeimodel voor China en, zo heeft professor Cheng Li geconstateerd, hij pleit ervoor om ideologische en politieke taboes te doorbreken. Vaak citeert hij in interviews Deng Xiaoping, de grote leider die de deuren van China naar de wereld openzette.

Yang Fengchun, hoogleraar aan de Universiteit van Peking en namens de universiteit lid van de consultatieve conferentie, die het Volkscongres adviseert, legt in het restaurant van de Grote Hal van het Volk uit dat het in de Chinese elitepolitiek beter is niet al te opvallend campagne te voeren.

„Zeg weinig, doe veel. Dat is de beste werkwijze’’, zegt de historicus. Hij waarschuwt liberalisering van de economie en hervormingen niet te verwarren met politieke omwentelingen. „Hervormingen naar westers voorbeeld zijn niet aan de orde de komende twintig jaar. Dat is ook niet de weg die China op zal gaan”, denkt hij.