Illegaal migratiebeleid

Demissionair minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) incasseert dezer dagen een hele reeks correcties op het Nederlandse migratiebeleid van hoge rechterlijke colleges. Steevast is dan de reactie dat het departement de uitspraken „zal bestuderen”, waarna de taaie routine zich herneemt. Er komen immers vaker uitspraken uit Luxemburg, Straatsburg of Den Haag. En de ene casus is de andere niet. Tenzij die ene casus het kabinetsbeleid natuurlijk verandert. En er zoveel arresten komen dat er vraagtekens kunnen worden gezet bij het bredere migratiebeleid.

Dat lijkt nu het geval. Het kabinet moet het migratiebeleid op een aantal politiek omstreden punten aanpassen. Onverwachts komt dat niet. Onlangs brak het Europees Comité voor Sociale Rechten in Straatsburg de staf over Nederland. Dit land schendt de mensenrechten door kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers op straat te zetten.

Op vragen van de Raad van State corrigeerde het EU-Hof in Luxemburg gisteren het toelatingsbeleid voor gezinsvormers en gezinsherenigers. Als enige EU-lidstaat bindt Nederland de komst van buitenlandse huwelijkspartners aan een inkomenseis van 120 procent van het minimuminkomen. Een schrikdraadbepaling die ooit is ingevoerd door ex-minister Verdonk (toen VVD) en nu de prullenbak in kan.

Beide uitspraken komen hard aan. Althans dat horen ze te doen. Ze betreffen internationale kernwaarden van de rechtsstaat. Het recht op gezinsleven, het recht op sociale bescherming, op leven, op respect voor de waardigheid van het kind en de plicht diens belangen te beschermen. Voor een land dat de „bevordering van de internationale rechtsorde” als nationale opdracht in de eigen Grondwet heeft staan, is dat extra pijnlijk. Zeker omdat bevordering van mensenrechten in het buitenlandse beleid vaste prik is. Nu het binnenlandse beleid nog.

Ook was er een opmerkelijke uitspraak van de Raad van State over een Somalische die Mogadishu ontvluchtte. De Staat kreeg te horen dat hij niet serieus het willekeurige geweld op de vrouw en het risico op ernstige schade heeft willen onderzoeken. Ook deze zaak oversteeg het individuele belang. De overheid leek uit politiek opportunisme weg te kijken van de nogal gruwelijke toestand in Mogadishu. Duidelijk is dat niet alleen het Europees recht leidend is, maar ook dat Europees beleid voor de oplossing moet zorgen.

De uitspraak over de wijze waarop de Staat met kinderen van uitgeprocedeerden omgaat, is het meest onterend. Straatsburg herinnert eraan dat kinderen niet zomaar op straat mogen worden gezet. Een lidstaat van de Raad van Europa dient namelijk te voorkomen dat kinderen dakloos worden. Dat tast de menselijke waardigheid aan. In de praktijk worden illegale gezinnen met hun kinderen zonder pardon de asielzoekerscentra uitgezet. Er moet dus hulp aan uitgeprocedeerde gezinnen worden verschaft, zo is Den Haag nu duidelijk gemaakt. Op de betekenis van zo’n uitspraak hoeft écht niet lang te worden gestudeerd.