Haast

Zaterdagochtend. De bakker. Sombere man voor mij bestudeert zijn volgnummer, het mijne, dan weer het zijne. „U heeft nummer 13, dat is eigenlijk voor mij”, zegt hij. „Wat heeft u er voor over”, vraag ik. „Pardon?” „Wat zou u zeggen van een gedicht voor mijn nummer?” Het kwartje valt, hij begint met De spin Sebastiaan

Zaterdagochtend. De bakker. Sombere man voor mij bestudeert zijn volgnummer, het mijne, dan weer het zijne.

„U heeft nummer 13, dat is eigenlijk voor mij”, zegt hij.

„Wat heeft u er voor over”, vraag ik. „Pardon?”

„Wat zou u zeggen van een gedicht voor mijn nummer?” Het kwartje valt, hij begint met De spin Sebastiaan van Annie M.G.

We ruilen de nummers.

„Jammer dat u geen Duitse grammatica vroeg. Schwere Wörter” zegt hij. „Kent u die? ‘Schon als Kind ekelte er sich für solchen fetten Speisen’. ‘Emsig schafften die Ameisen Holzstückchen herbei’”. Hij lijkt op gang te komen. Meer is hem niet gegund; met nummer 13 is hij al aan de beurt.

Pauline Beran