Griekse premier kiest on-Griekse aanpak

De Griekse premier Papandreou probeert wereldleiders te overtuigen van zijn juiste aanpak. En die is anders dan de Grieken gewoon zijn.

Op 21 april 1967 werd de toen 14-jarige George Papandreou jr. politicus. Met de loop van een pistool tegen zijn slaap. Leden van de Griekse militaire junta die die nacht de macht overnamen, waren op zoek naar zijn vader Andreas, ex-minister, ex-trotskist, die verscholen zat op zolder. De jonge George weigerde koppig de schuilplaats van zijn vader te verraden. Uit vrees voor het leven van zijn tienerzoon kwam Andreas toch naar beneden. Met enkele dagen cel voor Andreas en vervolgens gedwongen ballingschap voor de hele familie tijdens de militaire dictatuur (die tot 1974 zou duren) tot gevolg.

De kalmte en vastberadenheid van George Papandreou (57), zoals beschreven door zijn vader in Democracy at Gunpoint, zorgen er mede voor dat de socialistische premier, die in oktober vorig jaar al overtuigend de verkiezingen won, dezer dagen de populairste politicus van Griekenland is. Ondanks de aangekondigde bezuinigingen van bijna 5 miljard euro bij de overheid, veruit de grootste werkgever van het land. Ondanks de weinig flatterende woorden aan het adres van zijn landgenoten, die hij allen medeplichtig noemde aan corruptie en belastingontduiking. Ondanks zijn voorliefde voor de Verenigde Staten in een land waar anti-Amerikanisme nog steeds een populaire sport is.

George Papandreou is lid van een roemrijk politiek geslacht, zowel zijn grootvader George senior als vader Andreas waren meerdere keren premier. Maar George junior is anders.

Anders in stijl – hij ziet er steeds onberispelijk uit, maatpak, keurige das, getrimd snorretje. ’s Ochtends schuift hij op weg naar kantoor ook geduldig mee aan in de Atheense file, waar voorgangers onder begeleiding van blauwe zwaailichten weigerden hun beurt af te wachten.

Anders in aanpak – iedere dag naar de sportschool en zoveel mogelijk fietsen houden hem scherp, waardoor hij een marathonvergadering van 40 uur niet schuwt. Papandreou heeft in zijn ploeg opvallend veel vrouwen opgenomen die, in tegenstelling tot de meer opportunistische mannen, de premier ook durven tegenspreken.

Anders in beleid – toen hij eind 1999 minister van Buitenlandse Zaken werd, zorgde hij voor toenadering tot Albanië en Turkije, brekend met het traditionele Grieks-nationalistische beleid van zijn vader dat erg stoelde op adviezen van de orthodoxe kerk. Pas premier geworden, eind vorig jaar, liet hij 5.000 overheidsvacatures op internet plaatsen, om tegen te gaan dat de banen zoals gewoonlijk verdeeld zouden worden onder vriendjes en familie van ministers en parlementariërs.

Anders in opvattingen – liberaler dan zijn landgenoten, een voorvechter van homorechten en uitgesproken anti-racist. George jr. is een voorloper en een vernieuwer. Toen hij voor het eerst minister werd in een regering van zijn vader zat hij als enige met een laptop aan tafel, terwijl zijn collega’s nog werkten met kladblok en potlood. Meer on-Balkan dan Papandreou kun je op de Balkan niet snel vinden.

Zijn Amerikaanse moeder had grote invloed op George, die in 1952 werd geboren in St. Paul, Minnesota, waar zijn vader toen economie doceerde. Pas toen hij acht was, kwam hij voor het eerst naar Griekenland, tot de junta in april 1967 de familie richting Zweden en Canada dreef. George studeerde in de VS, Zweden, Canada en aan de prestigieuze London School of Economics. Zijn Engels is nog steeds beter dan zijn Grieks. Imagine van John Lennon – zijn campagnelied toen hij werd gekozen als voorzitter van de socialistische partij PASOK in 2004 – is hem liever dan de traditionele Griekse volksmuziek.

Papandreou is geen ouderwetse Griekse socialist. Zijn passage in Zweden maakte hem vertrouwd met de Scandinavische sociaal-democratie. Zijn grootste ambitie is van Griekenland het Denemarken van het zuiden te maken, vatte hij ooit zijn politieke ambitie samen. Door de financiële ellende met een begrotingstekort van 12,7 procent en een staatsschuld van 300 miljard euro staat Griekenland daar verder van af dan ooit. En toch is Papandreou van plan om door te zetten. Vandaag is hij op bezoek bij de Duitse bondskanselier Angela Merkel. Dit weekeinde volgen nog de Franse president Nicolas Sarkozy en de Amerikaanse president Barack Obama. Papandreou moet de wereldleiders zien te overtuigen van zijn juiste aanpak. Net zoals hij de Grieken achter zich moet zien te houden.

Volgens de commentator van de kwaliteitskrant Kathimerini is hij misschien de enige die daarin kan slagen, met zijn doortastendheid en zijn lef. Want ondanks de obligate stakingen en betogingen zijn vele Grieken de situatie ook beu, constateert de krant. Ze hebben genoeg van het betalen van steekpenningen aan dokters die wonen in riante villa’s, rondrijden met nieuwe BMW’s en een jaarsalaris van nog geen 10.000 euro melden bij de belastingdienst. Papandreou schuwt grote woorden niet. Bij de aankondiging van zijn draconische bezuinigingen omschreef hij Griekenland als een ‘staat in oorlog’. Dat heeft hij tot de inzet van zijn kabinet gemaakt: het overleven van Griekenland.