Geschiedenis is liegen

Vroeg of laat zal koning Willem IV de troon bestijgen. De tv-serie ‘De troon’ toont hoe het zijn voorgangers in de negentiende eeuw verging. Scenarioschrijver Ger Beukenkamp: „Onze monarchie is een lachwekkend, archaïsch instituut.”

Vier Willems zijn deze weken in het nieuws. Vorige week verscheen de biografie Koning Willem IV van de journalisten Jan Hoedeman en Remco Meijer over een koning die nu nog prins Willem-Alexander is. En vanaf morgen is bij de AVRO de zesdelige serie De troon te zien, waarin de koningen Willem I, II en III gekroond worden en samen de geschiedenis van onze monarchie vertellen. Scenarioschrijver Ger Beukenkamp en regisseur Erik de Bruyn lieten zich inspireren door het boek Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren (2007) van Daniela Hooghiemstra en Dorine Hermans.

Ger Beukenkamp kende Daniela Hooghiemstra uit de tijd van De prins en het meisje, de korte tv-serie over prins Johan Friso en Mabel Wisse Smit, waarvoor hij het scenario schreef. Beukenkamp: „Ze was een goede vriendin van Mabel en informant voor de serie. Het boek Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren was voor mij een stimulans om eindelijk iets te doen met een plan dat ik allang had. De tijd was rijp, dat boek kreeg veel aandacht en de koningin was er kwaad over. Voor een dramaschrijver is de negentiende eeuw een ideale periode, het is de tijd waarin de Nederlandse monarchie nog uitgevonden moest worden, we hadden een houten kroon. De verhalen zijn nog mooier dan die over het Engelse hof. Vooral Willem II sprak me aan. Hij was protestant, maar getrouwd met de Russisch-orthodoxe Anna Pawlona; hij was biseksueel, veranderde van politiek inzicht, ging in Brussel wonen, was geïnteresseerd in kunst en cultuur en symboliseerde het verschil tussen Noord en Zuid.”

Beukenkamp maakte de laatste jaren naam met zijn scenario’s voor hedendaagse, soms wat omstreden, koningsdrama’s voor televisie: Emily, of het geheim van Huis ten Bosch (1997), De kroon (2005) en De prins en het meisje (2009). Hij zette daarmee de trend van het koningsdrama voor televisie in, die dit seizoen met Bernhard, schavuit van Oranje en De troon een hoogtepunt bereikte.

Na het heden te hebben uitgeplozen, bleef het verleden trekken. Beukenkamp: „Historisch drama is romantisch. Geschiedenis is liegen. De ruis van alledag is weg. Alles is interpretatie. De ondertitel van de serie is ‘De vaders en zonen van Oranje’. Dat kun je op twee manieren interpreteren, en dat geeft al meteen een duidelijke dramatische invalshoek aan. De rest is uit de duim gezogen. Wij weten dat Willem II in één nacht van conservatief liberaal is geworden, dat staat in alle geschiedenisboekjes. Maar wat is er in die nacht gebeurd? Dat laten wij zien.”

Regisseur Erik de Bruyn is bekend door zijn speelfilms Wilde mossels (2000) en Nadine (2007), portretten van hedendaagse tieners en jongvolwassenen. Hij werd gegrepen door de moderne toon van de scenario’s van Beukenkamp. De Bruyn kreeg het plan voor De troon, toen nog met beoogd regisseur Martin Koolhoven, onder ogen als lid van een adviescommissie voor culturele omroepproducties. Het plan deed hem denken aan de manier waarop Sofia Coppola met Marie-Antoinette (2006) het genre van de kostuumfilm op z’n kop had gezet: „Het was episch, zat vol met versnellingen, en deed in niets denken aan de plechtige, didactische toon van een serie als Willem van Oranje, waarmee ik opgroeide.”

Toen De Bruyn twee jaar later door de producent werd benaderd of hij De troonwilde regisseren, hoefde hij niet lang na te denken. Maar zes afleveringen kostuumdrama maken voor een budget van twee miljoen euro was geen sinecure. De Bruyn: „Er is in Nederland nog minder geld beschikbaar voor tv-drama dan voor speelfilms, dus is het wel een compliment als Matthijs van Nieuwkerk in De wereld draait door zegt dat het eruit ziet alsof het tachtig miljoen heeft gekost.”

Toch werd het geen traditioneel kostuumdrama, maar een beweeglijke, hectische, frisgekleurde serie, over, zo beklemtonen beide makers, ‘mensen van vlees en bloed’. Beukenkamp: „We wilden geen ruisende rokken, geen geschiedenisles. We wilden modern taalgebruik, maar geen opzettelijke anachronismen.”

De Bruyn: „Behalve dan in de muziekkeuze, want ik heb een nummer van Stephen Stills uit de jaren zeventig gebruikt.”

En belangrijker: „Geen politiek in de serie”. Maar dat laatste is niet gelukt, geeft Beukenkamp later toe. Alleen al in de eerste twee afleveringen zitten allerlei uitspraken over nationale identiteit, de bindende functie van de Oranjes, het koningshuis als symbool, die de indruk wekken dat de serie eigenlijk over het heden gaat. Beukenkamp: „Dat is opzet. Per twee bladzijden zit er een opmerking in die onmiddellijk naar het heden verwijst. Elke aflevering komt het zeker tien, twaalf keer voor.”

Het blijkt onvermijdelijk om een serie over de Oranjes te maken zonder een standpunt in te nemen. De Bruyn: „We hebben eindeloze gesprekken gehad over hoe republikeins we al dan niet zijn, over de vraag of we een republikeinse serie aan het maken waren.”

Beukenkamp: „Wat mij betreft wel.”

De Bruyn: „En wat mij betreft minder.”

Beukenkamp: „Het is ook de reden dat de AVRO het uitzendt. Ik ben lid van het Republikeins Genootschap en de leiding van de AVRO had daar ook sympathie voor. Ik vind het niet interessant om pamflettistische scenario’s te schrijven. Maar wanneer je leden van het koninklijk huis voorstelt als mensen van vlees en bloed dan wordt het geen pro-monarchistische serie. Beatrix heeft wel eens over mijn werk gezegd dat ik de monarchie probeer uit te hollen. Toegegeven, dat zit er misschien een beetje in.” Beukenkamp begrijpt wel waardoor publiek en schrijvers geobsedeerd zijn door het Nederlandse koningshuis: „Als dramaschrijver ben je op zoek naar dingen die knarsen, die niet samengaan. Onze monarchie is een lachwekkend, archaïsch instituut binnen een geëgaliseerde samenleving. Dat zijn twee dingen die elkaar niet verdragen, en die mensen zitten daar tussen in. Ik heb daar geen medelijden mee. Ze symboliseren die situatie.”

De Bruyn: „Voor mij was het belangrijk dat het niet pamflettistisch zou worden. Het gaat ook over een deel van de Nederlandse geschiedenis. Onze geschiedenis of je dat nu wilt of niet, zonder het meteen Calvinistisch of badinerend af te doen als een reeks van liederlijke anekdotes. Engelse koningsdrama’s zijn vaak niet gespeend van heroïek en dat vind ik mooi. Ik heb me laten inspireren door De ridder en de grootvorstin van kunsthistoricus Michel Didier, die beweert dat Willem II eigenlijk onze enige echte romantische ridder was. Hij verzamelde kunst, liet paleizen bouwen en trok ten strijde voor de dingen waar hij in geloofde. Het is ook een geschiedenis van tussenmomenten. Neem de terugkeer van Willem I in Nederland. Drie ministers stonden te wachten op het strand, daar zijn schilderijen van en schoolplaten. Maar de man die verantwoordelijk was voor de terugkeer van de Oranjes naar Nederlands, Van Hogendorp, zat thuis. Hij moest dus naar het strand, waar die heren heel stijf tegen elkaar stonden te doen. Of niet. Want hoe kunnen we dat weten? En hoe kun je je nu heel stijf gedragen als je uit een visserspink op een sloep stapt en vervolgens op een soort varkensmestkar om naar Den Haag gereden te worden?”

„Dat soort beelden heb ik geprobeerd tegen te kleuren. Als Voor de troon tot de conclusie leidt dat Willem I een despoot was, Willem II een homoseksueel en Willem III een seksverslaafde dictator, dan wil ik daar de andere kanten van laten zien. Er zit ook heroïek en grandeur in hun levens. Ik houd niet van zwartwitpersonages. Bovendien kon ik me wel vinden in de lichte ontvlambaarheid van Willem II, en in de vrouwenverering van Willem III en in de bedachtzaamheid en liefde voor zijn kinderen van Willem I.”

De troon wordt vanaf 6 maart elke zaterdag om 20.15 u uitgezonden door de AVRO op NL 2. Zie ook: www.avro.nl