Gemeente mag 'stortvloed' van kansloze aanvragen niet opzij leggen

raad.beroep.kleinOok als een burger honderden kansloze aanvragen voor bijzondere bijstand indient moet de gemeente steeds conform de wet daarop een beslissing nemen. De Centrale Raad van Beroep corrigeerde de gemeente Winterswijk die een ‘stortvloed’ aanvragen van een burger consequent buiten behandeling liet.Reden was het ‘buitensporige beslag’ dat de inwoner, een bijstandstrekker, legde op het gemeentelijk apparaat. De gemeente had uitgerekend dat het tussen 2000 en 2004 ongeveer 250 aanvragen van deze burger in behandeling had genomen. En zich daarna 450 keer had moeten verweren bij bezwaar, voorlopige voorziening, beroep en hoger beroepsprocedures. De burger vroeg voor allerlei kleine extra uitgaven steeds weer ‘bijzondere bijstand’ aan, die de gemeente weigerde.

De bezwaarprocedures verloor hij vrijwel altijd. Daarop schreef de gemeentesecretaris aan de man dat ,,er geen diepgravende analyse nodig is om tot de conclusie te komen dat er iets mis is met de opstelling die u tegenover de gemeente kiest”. Er werd besloten alleen nog aanvragen voor algemene bijstand van de inwoner in behandeling te nemen en al zijn andere post opzij te leggen. De man declareerde kantoorartikelen, postzegels, fotokopieën, treinkaartjes, reparaties aan zijn fiets, kosten van de wassalon, griffierechten, zijn advocaat en de contributie van het Nederlands Juristen Comité van de mensenrechten.

De rechtbank Zutphen was het met die opstelling van de gemeente in 2008 eens. Ze telden in die vier jaar bij de eigen rechtbank 216 procedures van deze  vaste klant, een ‘extreem aantal’. De Zutphense rechter vond dat er sprake was van misbruik van procesrecht en een ‘buitensporig aantal’ procedures waarvan de burger behoorde te begrijpen dat ze evident kansloos zijn: zowel de aanvragen bij de gemeente als de bezwaarschriften.

Maar het College van Beroep, de appelrechter, vorige week ziet dat anders. De wet biedt maar hele beperkte mogelijkheden om aanvragen ‘niet te behandelen’. Namelijk als de burger niet voldoet aan ‘enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen’ ervan. Of als hij onvoldoende gegevens verstrekt om de aanvraag te beoordelen. Daarvan was hier geen sprake - en dus had Winterswijk juridisch geen mogelijkheid om de aanvragen van de man opzij te leggen. En dus moet de gemeente alsnog op de aanvragen van de man beslissen. Maar de gemeente krijgt wel een tip hoe de aanvragen van de burger op de ‘minst belastende wijze’ kunnen worden afgehandeld. Bij dit soort herhalingsaanvragen heeft de burger een zwaardere bewijslast. Hij moet zelf uitleggen waarom de nieuwe aanvraag afwijkt van de vorige. Doet de burger dat niet, dan kan de gemeente alleen al daarom de aanvraag afwijzen. Daarbij kan ‘van horen worden afgezien’. Dat geldt ook voor de bezwaarfase. De oorlog met deze burger kan dus geheel op papier, in standaardbrieven, worden afgehandeld. Maar hij moet gevoerd worden.

Lees hier de uitspraak van het College.

Wat vindt u? Moet de wetgever gemeenten mogelijkheden bieden om bezwaren van chicanerende burgers opzij te leggen?

Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding