En weer raakt genocide 1915 Turkse zenuw

Een commissie van het Amerikaanse Congres sprak gisteren van de ‘Armeense genocide’. Turkije riep meteen woedend zijn ambassadeur terug.

Alsof Amerika zijn trouwe NAVO-bondgenoot in de moslimwereld nooit eerder hard had laten vallen. Zo verontwaardigd waren de Turkse reacties gisteravond en vanochtend nadat de buitenlandcommissie in het Huis van Afgevaardigden het had gewaagd in een resolutie de massamoord op de Armeniërs in 1915 als „genocide” te benoemen.

De Turkse ambassadeur in Washington werd onmiddellijk teruggeroepen. Premier Erdogan veroordeelde de resolutie in de sterkste bewoordingen: „We worden beschuldigd van iets wat we niet gedaan hebben.” Commentatoren voorspelden ronkend de mogelijke gevolgen: schade voor de samenwerking met de Turken, die de Amerikaanse regering juist nu zo hard nodig heeft in Irak, Afghanistan en Iran.

De Turkse televisie zond het tellen van de stemmen in Washington gisteravond urenlang live uit, alsof er verslag werd gedaan van een voetbalwedstrijd, met de geschiedenis als inzet. De teller bleef urenlang „in ons voordeel” staan, zoals gedurende de avond de woordkeus was van presentatoren, bellende kijkers en parlementsleden. Maar de niet-bindende resolutie haalde het uiteindelijk met 23 tegen 22 stemmen. Druk van de regering van president Obama om de resolutie niet aan te nemen bleek vergeefs.

Resoluties van die strekking zijn niet nieuw. Dezelfde commissie diende zeven maal eerder eenzelfde resolutie in. De laatste keer was in 2007. De resolutie sneuvelde toen nog voor zij het Huis van Afgevaardigden had bereikt, onder druk van president Bush. „Zijn we vergeten dat dit spel al sinds 1975 wordt gespeeld”, zei voormalig minister van Buitenlandse Zaken Ilter Turhan. „Kennelijk vindt de Armeense lobby het nodig om ons geheugen steeds weer op te frissen.”

Maar de grootste slachtoffers van de resolutie zouden wel eens de Armeniërs zelf kunnen zijn, waarschuwde minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu vanochtend. Hij zette afgelopen oktober zijn handtekening onder een protocol waarin Turkije en Armenië beloofden de diplomatieke banden weer aan te halen, de grens te heropenen en een historische commissie met experts uit beide landen het jaar 1915 nog eens onder de loep te laten nemen.

„Het is onrechtvaardig dat Turkije nu de schuld krijgt dat de protocollen nog niet geratificeerd zijn”, zei Davutoglu. Het verzet ertegen komt tenslotte ook uit Armenië en van dezelfde Amerikaanse Armeniërs die de afgelopen weken in Washington zo succesvol lobbyden voor de resolutie.

Vervolg Turkije: pagina 4

Turkije ziet wereld weer tegen zich

Voorheen kregen zij tegenwind van de pro-Israël lobby, maar die stak na de aanhoudende Turkse kritiek op de Israëlische oorlog in Gaza geen vinger uit. „Wij nemen geen besluit onder druk’’, onderstreepte de Turkse minister van Buitenlandse Zaken. Hij voegde er dreigend aan toe dat druk van buitenaf het vredesproces met het christelijke buurland enkel in gevaar kan brengen.

Ver van die grote diplomatie in de hoofdsteden hoorden Turken op straat slechts één ding: de wereld is tegen ons, en zo is het sinds de val van het Ottomaanse Rijk altijd geweest. „Een oude vriend kan geen vijand worden. En een oude vijand geen vriend”, mompelde schoenmaker Ismet Cahmak vanochtend. „Uit deze stemming blijkt wel weer hoe de christelijke gemeenschap zich als eenheid verzet tegen ons moslims.”

De ontkenning van genocide voert recht naar het hart en de ziel van de Turkse Republiek zoals die begin vorige eeuw gestalte kreeg. Turken ontkennen niet dat Armeniërs in 1915 massaal zijn uitgemoord, ook al zijn de officiële schattingen hier (300.000) aanzienlijk lager dan de ramingen van veel historici (een tot anderhalf miljoen). Maar 1915 was een bloedig jaar in de Eerste Wereldoorlog, het Ottomaanse Rijk werd uiteengereten door het Westen en Rusland en de Armeniërs waren volgens hen het verlengstuk van de Russen. Het paard van Troje.

„De waarheid is dat de Armeniërs tegen ons in opstand kwamen”, zei oud-minister van Buitenlandse Zaken Turkmen beslist. „Dit is een kwestie van trots en overtuiging dat de geschiedenis geweld wordt aangedaan. Bovendien is dit een aanval op de integriteit van onze grenzen. Als we de recente uitspraken van een Armeens hof lezen wordt er nog steeds aanspraak gedaan op West-Armenië [Oost-Turkije].”

Erkenning van de genocide zou ontkenning zijn van het bestaansrecht van de Turkse republiek, die werd gebouwd op de puinhopen van het Ottomaanse Rijk. De Turkse nationale identiteit is volgens historicus Taner Akcam het gevecht tegen die vernedering en gedrenkt in de overtuiging dat de hele wereld tegen Turken is. In zijn boek ‘From Empire to Republic’ beschrijft hij uitgebreid hoe Turkse schrijvers en journalisten in de jaren twintig zich erop toelegden enkel positieve verhalen over Turken te schrijven, als reactie op het minderwaardigheidscomplex na het verlies van een wereldrijk. Wie gisteravond de Turkse verslaggevers in Washington over „wij tegen zij” hoorde berichten, zou denken dat daarin in 2010 nog weinig is veranderd.

In Istanbul klonk het wantrouwen tegen de Amerikaanse resolutie vanochtend ook in de Armeense wijken. „De mensen die dit besluit hebben genomen doen dat niet omdat ze om het lot van Armeniërs geven”, zei de Armeense koelkastenmaker Anton Sasmaz. „Het gaat hun alleen om hun belangen. De wereld zal nu nog negatiever naar Turkije kijken, het lidmaatschap van Europa komt nog meer in gevaar. En wat schieten wij daar mee op?”