'Elke rol eist het opgeven van wat ijdelheid'

Renée Soutendijk speelt een kankerpatiënte in de toneelvoorstelling Als de dood.... Ze schoor haar hoofd kaal. „Gelukkig is mijn haar nooit mijn handelsmerk geweest”.

 Renée Soutendijk draagt een pruikje tijdens het gesprek. Het verschil met haar echte haar is niet te zien, maar er gaat toch echt een glimmend kale schedel onder het pruikje schuil. Ze speelt de hoofdrol in de toneelvoorstelling Als de dood..., over een vrouw die zware chemokuren ondergaat omdat ze eierstokkanker in het vierde stadium heeft – en stadium vijf bestaat niet.

„Het is niet mijn bedoeling de plot weg te geven”, zegt ze ter introductie tegen het publiek, „maar volgens mij ga ik aan het eind van het stuk dood”.

Als de dood... is de Nederlandse versie van Wit, het eerste en tot dusver enige stuk van de Amerikaanse schrijfster Margaret Edson. Het werd eind jaren negentig met succes gespeeld in New York, buiten het reguliere Broadway-circuit, en is in 2001 bewerkt tot een tv-film met de Engelse actrice Emma Thompson. De hoofdpersoon is een eloquente en ietwat cerebrale hoogleraar. Zij is gespecialiseerd in de sonnetten van de zeventiende-eeuwse dichter John Donne, en ze tracht haar intellectuele bagage als wapen te gebruiken in haar gevecht tegen de onttakeling van haar lichaam.

Het is vergeefs. „Ik geloof niet dat mijn leven zó banaal is geworden”, luidt haar commentaar ten slotte.

Edson wisselt de ziekenhuisscènes af met terugblikken op het universitaire verleden van de patiënte, met monologen die op colleges lijken: over de wijze waarop Donne in zijn werk reflecteerde op God en de dood. In zijn sonnetten ziet ze het Engelse wit uit de oorspronkelijke titel – een in het Nederlands onvertaalbaar begrip dat op geestkracht en spitsvondigheid duidt.

In 2001 is het stuk al eens door de Theatercompagnie gespeeld onder de titel Esprit, met Nettie Blanken in de hoofdrol. Ook zij had haar hoofd toen kaalgeschoren. „Voor mij waren het gewoon praktische overwegingen om mijn haar af te scheren”, zegt Renée Soutendijk. „Ook met siliconen kun je een kaal hoofd suggereren, maar dat is elke avond een enorm gedoe dat heel veel tijd kost. Kaalscheren is beter, want het geeft je ook het gevoel van kwetsbaarheid dat heel goed bij deze rol past. Als actrice sta je daar op het toneel toch een belangrijk deel van je ijdelheid op te geven”. Ze voegt lachend toe: „Gelukkig is mijn haar nooit mijn handelsmerk geweest”.

Toen het stuk in New York werd gespeeld, stuurde een vriendin haar de tekst. „Een mooie rol, echt zoiets waar je als actrice meteen je tanden in wilt zetten. De herkenbaarheid is groot; één op de drie mensen krijgt op een of andere manier met kanker te maken. Zelf, of in je onmiddellijke omgeving. En het is in dit stuk niet alleen maar narigheid en ellende; er is ook ironie. Er zijn momenten waarop kan worden gelachen. Maar ja, dacht ik meteen: welke vrije producent durft een voorstelling te maken over een onderwerp waarbij je het risico kunt lopen dat veel mensen er al bij voorbaat voor terugschrikken?”

Pas nu, een kleine tien jaar later, diende zo’n producent zich bij haar aan. Het in de lichte sector gespecialiseerde theaterbedrijf V&V van Albert Verlinde en Roel Vente wilde Wit uitbrengen en vroeg haar voor de tour de force die de hoofdrol is: „Frappant dat het op die manier toch weer op mijn pad kwam”.

Samen met regisseur Peter de Baan en de andere acteurs is langdurig naar de passende toon gezocht, vertelt Soutendijk. Het mocht niet te kil en te klinisch worden en ook niet larmoyant. „Zodra het sentimenteel dreigde te worden, hebben we dat eruit geslagen. Die vrouw heeft haar leven lang een schild van kennis en intellect opgeworpen om niet toegankelijk te hoeven zijn. Maar uiteindelijk wordt ze toch een radertje in het medisch-onderzoekgebeuren en moet het inzicht toelaten dat ze op emotioneel en intermenselijk contact tekort is geschoten. Tijdens de try-outs hebben we zo ongeveer elke avond naar de balans gezocht tussen de dramatische en de komische momenten.” Dat gold ook voor de wijze waarop ze zich in het begin, alsof ze een conference geeft, tot de zaal wendt en ook nadien nog contact met het publiek blijft maken – dwars door de vierde wand van het toneel heen: „Ja, dat is nog steeds aftasten. Ik ben van huis uit nogal verlegen en heb mijn gêne moeten overwinnen. Maar toen ik mij daar overheen had gezet, bleek ik het heel leuk te vinden om de zaal in te kijken en te vragen: hoe voelen we ons vandaag?”

Als de dood...: Première 8/3, tournee t/m 24/5. Inl. www.theaterhits.nl