Een korte schok op het SP-feestje in Arnhem

Het vertrek van Agnes Kant drukte gisteren de stemming bij de SP in Arnhem. Even maar, want daar won de partij juist, en met een lokaal onderwerp.

Betreurenswaardig, noemt het Arnhemse SP-raadslid Chris Lenting het aftreden van Agnes Kant, voorzitter van de SP-Kamerfractie. „En niet noodzakelijk.” Lenting is gehaast. Hij staat derde op de Arnhemse SP-lijst, en op het stadhuis zal deze ochtend de definitieve uitslag met de voorkeursstemmen bekend worden gemaakt. „In Arnhem is het back to business”, zegt hij.

De SP in Arnhem was gisteravond bijeen om de overwinning te vieren. Bijna overal verloor de partij, hier boekte zij één zetel winst. Met zeven zetels is de SP nu de grootste in de gemeente – met de PvdA, die zes zetels verloor.

Het nieuws over het aftreden van Kant zette even een domper op de feestelijke bijeenkomst, zegt lokaal fractievoorzitter Gerrie Elfrink. „De meeste fractieleden hadden het niet zien aankomen, en wat ons betreft hoeft ze niet weg.”

Tijd om er lang bij stil te staan had de fractie niet. Elfrink: „De grootste zorg is nu de collegeonderhandelingen.”

In Arnhem draaide de SP-campagne om één ding: geen haven aan de Rijnkade in de Arnhemse binnenstad. Veel te duur en niet nodig. Het is een kwestie die al jaren op tafel ligt. Volgens fractielid Michael Alberts hebben ze hun overwinning hieraan te danken. „Met een goede fractievoorzitter en een lokaal actiepunt speelt de landelijke politiek geen doorslaggevende rol”, zegt Alberts. Hij had het aftreden van Kant voorzien. „Met de slechte resultaten van deze verkiezingen kun je niet anders dan daar conclusies aan verbinden.” Ook had Alberts uit de achterban gehoord dat ze haar slecht vonden overkomen. „Ze heeft weinig humor, een strak gezicht.”

Fractievoorzitter Elfrink noemt Kant een „prettige dame, die voor de SP knokt”, maar respecteert haar beslissing. „Ze stelt de partij op één, dat is Agnes ten voeten uit.” Elfrink vindt het moedig dat Kant destijds Jan Marijnissen wilde opvolgen. „Ze wist dat ze met hem vergeleken zou worden.”