'Duurzaamheid is geen statisch begrip'

Over duurzame chocola is gisteren een convenant gesloten. Minister Verburg (Landbouw, CDA) wil graag zulke afspraken voor alle voedingsmiddelen maken.

„Verduurzamen is een werkwoord”, luidt de favoriete formule van demissionair minister Gerda Verburg (Landbouw, CDA) als haar wordt gevraagd wat ‘duurzaam’ precies is. De minister wil dat de voedselproductie duurzaam wordt, maar laat zich niet graag op exacte criteria voor de industrie vastpinnen.

Vanuit de linkerzijde van de Tweede Kamer klinkt hierop altijd de kritiek dat het juist aan de overheid is strikte eisen te stellen aan de voedselproductie. Kinderarbeid is alleen verdwenen doordat de overheid die verbood, zo is al vaker gememoreerd in de Kamer.

Verburg pareert die kritiek met de stelling dat meer regels alleen maar tot meer bureaucratie leidt en dat de eisen regelmatig zouden moeten worden bijgesteld omdat ‘duurzaam’ geen statisch begrip is. Liever laat de minister bedrijfsleven en belangengroepen zelf tot overeenstemming komen, in intentieverklaringen of convenanten.

Gistermiddag spraken alle partijen in de Nederlandse chocolade-industrie onder het toeziend oog van Verburg af dat voor Sinterklaas 2012 alle Nederlandse chocoladeletters van duurzame cacao zijn gemaakt. In 2020 moet dat zijn uitgebreid tot 80 procent van alle chocolade die in Nederland wordt verkocht. Onder de twintig ondertekenaars bevinden zich bedrijven als Verkade, Baronie, Hema en Albert Heijn, maar ook een organisatie als OxfamNovib die een paar maanden terug nog met een Groene Sint ten strijde trok tegen ‘foute’ chocoladeletters.

Het is een ontwikkeling „zonder precedent”, zegt Verburg. „Het is een voorbeeld voor al het andere dat we willen bereiken”. Ze denkt daarbij zowel aan grootschalig geïmporteerde producten als hout, soja of palmolie, als aan voedingsmiddelen uit Nederland.

Is het voor consument en bedrijfsleven niet veel duidelijker als de overheid gewoon grenzen opstelt waarbinnen voedsel mag worden geproduceerd, in plaats van een woud aan convenanten en keurmerken?

„Ten eerste werken we in EU- en wereldverband en hebben we ons te houden aan internationale normen, anders zitten we al snel op het strafbankje in Brussel of Genève bij de WTO. Wel moeten we afspraken maken in de ketens. Ik ben inmiddels bezig met een platform verduurzaming voedsel, waar de hele keten in is vertegenwoordigd. Natuurlijk moeten producenten zoals varkenshouders of groentetelers ook duidelijkheid hebben, maar veel effectiever dan een gestold systeem van regelgeving is een dynamisch systeem van afspraken in de keten, inclusief de beloning voor de producent, want meerkosten moeten wel worden vergoed. Dat is wat nu in het platform verduurzaming wordt afgesproken.”

U heeft de kiloknallers „niet duurzaam” genoemd. Beloven deze partijen ook om daar niet meer mee te komen?

„Daar heb ik ze op aangesproken. Ik heb gezegd: ik heb liever dat supermarkten gaan concurreren op duurzaamheid. Daar waren ze op zich niet blij mee, want de overheid gaat niet over hun marketing. Consumenten kun je niet voorschrijven wat ze moeten kopen, maar de marketingtechniek van supermarkten heeft daar wel heel veel invloed op.”

U spreekt over duurzaamheidsinformatie voor de consument, daar moeten dan toch concrete criteria voor worden opgesteld?

„Dat klopt. Een van de eerste dingen die het platform oppakt is dat er in oktober van dit jaar een dynamisch systeem komt waar consumenten in de winkel of via internet info kunnen opvragen over de manier waarop voedsel is geproduceerd. Dan kunnen we van al die keurmerken en etiketten af.”

Maar daar moet dus ook een beoordeling aan vast zitten, zoals de vlees- of viswijzer bijvoorbeeld?

„Ja, dat gaat een delegatie van het platform verduurzaming doen. Twee vertegenwoordigers van ngo’s worden ook uitgenodigd om deel te nemen, maar dan moeten de ngo’s het wel eens worden over normen en beoordeling. Dit is zeer ambitieus, maar wel cruciaal. Het kan een einde maken aan de geweldige verwarring, niet alleen qua logo’s en keurmerken, maar ook aan de waardering door actiegroepen, stichtingen, et cetera. Dit dwingt om met elkaar verduurzaming een gezicht te geven, herkenbaar te maken en de consument daarop aan te spreken om er gebruik van te maken.”

Bedrijfsleven en ngo’s zullen het dus eens moeten worden over zaken als gebruik van pesticiden, dierenwelzijn, kunstmest en noem maar op?

„Ja, absoluut.”

Kunnen de vleeswijzer, viswijzer en alle andere keurmerken daarna in de prullenbak?

„Ja, door één dynamisch informatiesysteem dat gemakkelijk toegankelijk is voor consumenten. Dat is een gigantische ambitie, maar het is wel de ambitie die we zullen moeten hebben. Met de cacao lukt het nu ook om met twintig partijen aan tafel te zitten. Dat was vorig jaar nog ondenkbaar. Nu kan het wel omdat iedereen zegt: we zien de noodzaak om die stappen voorwaarts te zetten.”

Bij cacao gaat het ook om de beloning die kleine boeren krijgen in Afrika. Gaan we daar in Nederland zelf ook afspraken over maken, over een eerlijke beloning voor boeren?

„Ik kan me zomaar voorstellen dat dat deel uitmaakt van zo’n systeem.”

Op welke gebieden heeft Nederland nog een lange weg te gaan als het gaat om duurzaamheid?

„De ontwikkeling van voedselsystemen die duurzamer zijn op het gebied van water- en bodemgebruik, gewasbeschermingsmiddelen, een gesloten kringloop van voer en mest waardoor emissies worden verminderd, eigenlijk op allerlei gebieden. Maar in het informatiesysteem kan bijvoorbeeld ook worden meegenomen de milieubelasting van groenten die van ver worden ingevlogen ten opzichte van groenten die naast de deur worden verbouwd.”

En dan krijgen we dus een vlees-, groenten- en viswijzer waar iedereen achter staat, ook alle maatschappelijke organisaties?

„Dat zou mijn ideaal zijn waar we naar moeten streven. Een wijzer waar iedereen trots op is en waar iedereen de informatie uit kan halen waar iedereen het over eens is. Dat zou het mooie zijn van zo’n systeem.”

In hoeverre hangt dit af van uw ministerschap? Kan dit na 9 juni in de prullenbak verdwijnen?

„Dit is vastgesteld beleid waar de Kamer mee heeft ingestemd. Deze richting wordt door iedereen gedeeld.”