China koestert zijn goedkope yuan

Nu de dalende eurokoers de Europese exporteurs goed uitkomt, staan de VS alleen in hun roep om een forse opwaardering van de yuan. En Peking laat zich door niemand de les lezen.

De ‘rode kapitalist’ Zhou Haijiang (46) verheugt zich op het jaarlijkse Nationale Volkscongres, dat vandaag in de Grote Hal van het Volk in Peking begint. De volksvertegenwoordiging van China heet tandeloos te zijn, maar dat deert de eigenaar-directeur van de Hongdou Groep in Wuhu nauwelijks. „Het is een grote eer om daar, net als mijn vader, lid van te zijn, het is belangrijk dat ondernemers hun zorgen kenbaar kunnen maken in de politieke organen”, legt Zhou uit.

De opgelaaide discussie over de yuan, de stijgende kosten voor elektriciteit, water en vooral arbeid staan bovenaan het zorgenlijstje van Zhou, die een exportonderneming met 25.000 werknemers bestuurt. Via de Chinese edities van de Financial Times, Bloomberg en The Wall Street Journal volgt hij hoe in Amerika de stemming in zijn ogen steeds „anti-Chineser” wordt.

„Een heel geleidelijke appreciatie van onze munt is voor ons geen probleem, maar wat de Amerikanen van ons eisen, 20 tot 40 procent waardestijging, zou zeer schadelijk voor de Chinese exportindustrie zijn. Onaanvaardbaar. Veel bedrijven gaan al over de kop als de yuan met meer dan 2 tot 4 procent wordt opgewaardeerd”, zegt Zhou, die tot de elite van zijn provincie Anhui behoort.

Vanuit zijn sobere directiekantoor heeft hij uitzicht op het uitgestrekte industrieterrein dat, zover het oog reikt, van zijn familiebedrijf is. Aan de muur hangen naast kalligrafieën ook portretten van zijn vader en van hem op de cover van Forbes Magazine.

De Hongdou Groep heeft succes en dat hangt samen met de Chinese economische politiek: een goedkope munt, goedkoop geld, goedkope energie, nog steeds goedkope arbeid, bijna gratis land, moderne infrastructuur en een innige band met de communistische partij. Factoren die Chinese bedrijven superconcurrerend en lastig te verslaan maken. In de hoge fabriekshallen wordt een uiteenlopend assortiment aan producten gemaakt: van Armani-pakken en Ralph Lauren-spijkerbroeken tot banden, speciaal schoeisel, chirurgische handschoenen, condooms en medische apparatuur.

Zhou doet voornamelijk zaken in dollars, omdat nu eenmaal 90 procent van de wereldhandel in dollars wordt afgerekend, maar ook in yens en in bescheiden mate in euro’s. De Chinese munt zelf is onbruikbaar in internationale transacties, zij circuleert alleen in China. Experimenten met internationalisering worden voorbereid. De yuan is door de monetaire autoriteiten in Peking wel aan de dollar gekoppeld. Een dollar is sinds juli 2008 6,82 yuan waard en die koers is op dat lage niveau bevroren. Alleen het derde cijfer achter de komma verandert soms. En dat blijft voorlopig zo.

Omdat hij goede bronnen in Peking heeft, weet Zhou dat premier Wen Jiabao vandaag op het Volkscongres opnieuw luid en duidelijk zou zeggen dat Amerika zich niet moeten bemoeien met soevereine Chinese politiek. Los van het gezichtsverlies door opwaardering onder buitenlandse druk, wil Peking de exportsector beschermen totdat China de mondiale crisis helemaal heeft verwerkt. Dat proces is in volle gang, na het dieptepunt van 2009 stijgt zowel de export als de import weer explosief.

Maar in Amerika, met bijna 10 procent van de beroepsbevolking werkloos, wordt het kunstmatig laag houden van de Chinese munt beschouwd als spelbederf. Onder druk van het Amerikaanse Congres en de vakbeweging overweegt de Amerikaanse president Obama om China in april uit te roepen tot ‘koersmanipulator’, een kwalificatie die de Amerikaanse regering wettelijk verplicht tot actie.

De Shanghaise econoom Andy Xie, en hij niet alleen, vreest dat China en de Verenigde Staten afstevenen op een valuta-oorlog in de vorm van een reeks „vervelende, bijtende handelsconflicten”.

Vervolg China: pagina 14

Met Europa is de relatie ‘uitstekend’

De wisselkoers van de yuan wordt inderdaad niet bepaald door de markten, zegt Xie, maar door Peking. Dat is onmiskenbaar een vorm van overheidsmanipulatie. „Dat ontkent ook niemand, behalve de propaganda-afdeling van het ministerie van Handel”, zegt hij. Maar wat volgens hem in Amerika vaak en eigenlijk al jarenlang over het hoofd wordt gezien, is dat ook Amerikaanse consumenten daarvan profiteren. „Vrijwel alle grote Amerikaanse ondernemingen hebben hun productie of delen daarvan overgeplaatst naar China. Zelfs viskwekerijen, appel- en bloemenzaadtelers. Alles wat Wall-Mart verkoopt in de VS wordt in China gemaakt. Dat is voor Amerikaanse consumenten altijd al een gunstige ontwikkeling geweest, ook omdat daardoor de inflatie in de VS laag blijft.” Alleen neemt het handelstekort toe.

Recent voorbeeld is Apple dat zijn nieuwe iPad voor de Aziatische, Europese en Latijns-Amerikaanse markt laat maken in zwaar bewaakte fabrieken bij Suzhou. Amerikaanse zowel als ook Europese bedrijven vestigen zich in China, niet alleen om er goedkoper te produceren maar ook om dichter bij de Chinese binnenlandse markt te zitten.

Op deze zonnige zondagmiddag wapperen op het fabrieksterrein van de Hongdou Groep, vier uur rijden van Shanghai, de vlaggen van China en de VS. Er hangen aan het geraamte van een nieuwe productiehal felicitatielinten. De bedrijfsruimten zijn verhuurd aan een Taiwanees-Amerikaanse en een volledig Amerikaanse onderneming op het gebied van beademings- en injectieapparatuur. Directeur Zhou, die in zijn revers een speldje van de CCP heeft gestoken, is in onderhandeling met nog een groot Amerikaans farmaconcern dat overweegt hier een productielijn voor penicilline te openen. Medicijnen die dan weer naar overig Azië, Europa en de VS worden geëxporteerd.

Xie, in Shanghai: „Er is geen weldenkende econoom te vinden die zal beweren dat het Amerikaanse handelstekort met China opgelost zal worden door de yuan duurder te maken. Niemand weet trouwens wat een perfecte handelsbalans zou zijn. Zolang Amerika meer consumeert dan het verdient, zal de handelsbalans altijd onevenwichtig zijn. Het is net als regen. Wat doe je eraan? Eigenlijk niet zo veel.”

Als de Amerikanen hun harde woorden tegen China willen omzetten in daden, staan de VS vermoedelijk alleen. De laatste keer dat een Europese politicus zich uitsprak over het wisselkoersbeleid was eind november tijdens de halfjaarlijkse China-EU-top in Nanking. De toenmalige eurocommissaris voor Buitenlandse Handel, Peter Mandelson, sprak mild over „het handelstekort als uitdaging”. Er kwam geen dreigend woord over zijn lippen. Voor de Europese Unie ligt het probleem lang niet zo scherp als in de VS. Dat komt doordat de EU de belangrijkste en grootste handelspartner is van China. De handel groeit gestaag, ook in tijden van een sterke euro.

De eurocrisis heeft nieuwe argumenten opgeleverd om niet meteen de zijde van Amerika te kiezen. Met dank aan de Griekse, Portugese en Spaanse begrotingsproblemen is de waarde van de euro ten opzichte van de dollar al 10 procent gedaald. Door de koppeling van de yuan aan de dollar daalt de euro dus ook ten opzichte van de Chinese munt. Een zwakkere euro is goed nieuws voor de Europese exporteurs naar Azië, waar overigens ook andere munten min of meer aan de dollar gekoppeld zijn. Nederland alleen al zag de export naar het Verre Oosten (China, Maleisië, Singapore en Thailand) in het laatste kwartaal van 2009 met 40 procent stijgen.

Xie: „Het is duidelijk dat een zwakkere euro en een sterkere dollar/yuan voordelig voor de Europese exportsector is. De vraag is hoe lang het duurt voordat de euro weer sterker wordt en dit voordeel wegvalt. Dat zal gebeuren als de crisis zich beperkt tot Griekenland en zich niet verder over Europa verspreidt. Of de eurozone zich op deze manier uit de economische crisis kan exporteren, moet daarom nog blijken.”

In Pekingse ogen heeft de Europese Unie zich in het rumoer met de VS op prettige wijze afzijdig gehouden. Daarmee zijn Chinese zorgen over mogelijke Amerikaans-Europese blokvorming – altijd een gevoelig punt in zowel de media als de politiek – even gesust.

Directeur Zhou Haijiang laat na een rondleiding langs de ateliers met honderden naaisters blijken dat hem dat niet ontgaan is. „Wij vrezen protectionistische tegen China gerichte maatregelen van de VS, maar niet van de EU. Met de EU zijn de verhoudingen uitstekend.”

Maar zijn ondernemingen als zijn Hongdou Groep er niet verantwoordelijk voor dat bijvoorbeeld Italiaanse modeontwerpers hun producten in China laten maken en niet meer in Italië? Zhou legt uit waarom de wisselkoers in een verklaring van deze trend maar een beperkte rol speelt. „Wij zijn voortdurend bezig onze productiviteit te verhogen, onze kosten te verlagen en nieuwe producten en markten te ontwikkelen. De crisis dwong ons een extra inspanning te doen. Marktaandeel behouden of veroveren, bijvoorbeeld in Italië, is belangrijker”, zegt hij, en daar zijn Chinese exporteurs sterk in gebleken.

Maar, waarschuwt hij: „Iedere procent dat de yuan in waarde stijgt ten opzichte van de dollar betekent dat wij onze prijzen met 7 procent moeten verhogen om de impact van hogere kosten te neutraliseren. In het verleden was het heel goed mogelijk om hogere wisselkoers- en andere kosten af te wentelen naar onze klanten in de VS, Europa en Rusland, maar daar moeten we nu voorzichtig mee zijn. Het economische herstel in het Westen is nog zwak en de concurrentie is groot.”

Hoe scherp Chinese bedrijven in crisistijd opereren blijkt uit het feit dat in 2009, toen de export van China naar de VS en de EU ver inzakte, Chinese producenten van medicijnen, camera’s, keramiek, ingevroren visfilets, appels en consumentenelektronica hun marktaandeel met tussen de 20 en 40 procent wisten te verhogen. Deze gegevens zijn van de Amerikaanse Global Trade Information Services.

Volgens de economische onderzoeksafdeling van de Zwitserse zakenbank UBS in Hongkong is het marktaandeel van Chinese exportbedrijven (textiel, farmaceutica, medische apparatuur) in de wereld zo groot geworden – variërend van 40 tot 70 procent – dat deze ondernemingen de wereldprijzen kunnen dicteren.

Voor ondernemers als Zhou Haijiang is dat welkom nieuws. „We houden rekening met een appreciatie van 5 tot 6 procent in 2010 en 2011. Misschien kunnen we die kosten doorberekenen”, zegt hij.

Of de Amerikanen daarmee genoegen nemen zal de Chinese autoriteiten volgens Andy Xie worst wezen. Doorslaggevend motief om de yuan sterker te maken is dat daardoor de voortdurend stijgende import van vooral grondstoffen goedkoper wordt. „De Chinese economie moet minder afhankelijk worden van export. De binnenlandse vraag moet sneller groeien. Chinezen moeten meer consumeren en minder sparen. Het goedkoper maken van de import door aan de wisselkoers te sleutelen is daarom een goed idee. Het zal ook de inflatie dempen.”

Zhou knikt instemmend als hij dit argument hoort en vertelt hoe hij zijn bedrijf nog efficiënter gaat maken. Net als Amerikaanse bedrijven ‘outsourcen’ naar China, plaatsen Chinese exporteurs delen van hun bedrijven over naar landen als Birma, Vietnam en Maleisië, waar nieuwe fabrieken worden gebouwd.

De Hongdou Groep zal zich toeleggen op hoogwaardiger producten dan Armani-pakken en op financiële diensten. De rode kapitalist zegt een groot bewonderaar te zijn van Goldman Sachs, de New Yorkse zakenbank, die als winnaar uit de kredietcrisis tevoorschijn is gekomen. „De Chinese binnenlandse markt heeft de toekomst. De yuan wordt uiteindelijk een van de reservemunten en ik zou over een jaar of vijftien of twintig graag de eerste particuliere Chinese zakenbank willen oprichten. Dat is mijn droom”, zegt Zhou Haijiang, die zich een fervent aanhanger van het ‘socialisme met Chinese karakteristieken’ noemt. Hij ziet geen contradictie in socialist-bankier? „Vergeet de Chinese karakteristieken niet. Die zijn heel belangrijk.”