Column

Celibaat ’t niet……

Mag Tiger Woods in de Bossche Sint Jan ter communie of zegt de door het celibaat zwaar gefrustreerde pastoor dat God voor elke man slechts één vrouw heeft geschapen en fluistert hij naar de golfer: „Het gaat om hole in one en niet om hole in everyone!”

Tiger lacht en vraagt aan de geestelijke hoe hij dat zelf toch allemaal doet? Dertien minnaressen is inderdaad wat veel van het goede, maar je leven lang niet één vrouw lijkt de golfer toch ook een ondraaglijke last. De pastoor lispelt over zijn dromen vol opwindmisdienaartjes en hoe hij zich vroeger liet misbruiken op het seminarie.

De golfer denkt onderhand aan het zinloze leven in het algemeen en dat van hemzelf in het bijzonder. Hij heeft een miljard dollar bij elkaar geslagen met een spelletje dat als doel heeft een balletje in zo min mogelijk keer in een gaatje te krijgen. Veel zinlozer kan het leven niet worden. De pastoor aarzelt met zijn hostie en vraagt aan de golfer of Tiger zijn echte naam of een bijnaam is. En of hij hem alleen in tijgerinnetjes heeft geduwd. Of er niet af en toe een verdwaald tijgertje tussen zat? De golfer legt uit dat hij hem echt alleen in tijgerinnetjes heeft gestopt.

De pastoor wil details en stelt de golfer voor om later bij te praten in de donkere biechtstoel. Daar komen alle gelovigen regelmatig van onzedige gedachten wisselen. Het zijn voor de pastoor de heerlijkste uurtjes. Hij zit achter een stukje tralies en mag dan kwijlend luisteren naar alle zonden van de parochianen. En hij mag straffen. Vooral dat laatste is een genot.

Bij de biechtstoel aangekomen herkent de pastoor Gerrit Zalm en Agnes Kant, die allebei op hun beurt zitten te wachten.

Hij vraagt aan de golfer of deze twee zondaren even voor mogen. Tiger vindt het goed. Met Gerrit is de pastoor gauw klaar.

De bankier heeft vooral hard gelachen in een wereld waar overvallers honderden miljoenen naar buiten sjouwden. En allemaal ongemaskerd. Of dat erg is?

De pastoor legt uit dat als het in een wereld is waar het volstrekt normaal is dat men op die manier de bank overvalt en als het ook nog zonder geweld gebeurt dat het dan absoluut niet zondig is.

Hij vraagt of hij van Gerrit 50 euro kan lenen. Hij jokt dat het voor een doos sigaren is, maar hij weet nu al dat hij ervan naar de hoeren zal gaan. Gerrit zegt dat hij de 50 euro mag houden. In ruil legt de pastoor de bankier geen straf op.

Dan komt Agnes, die opbiecht dat ze in haar werk niet één keer gelachen heeft!

„Dat is inderdaad zonde”, murmelt de pastoor, „doodzonde zelfs.” Hij adviseert haar om er zo snel mogelijk mee te stoppen.

En hij legt uit dat God ons allerlei eigenschappen heeft gegeven om het leven draaglijk te maken. Lachen is er een van.

„Niks is erger”, zalft de pastoor, „dan een politicus die zichzelf serieus neemt” en hij vertelt dat hij een Limburgs Kamerlid met een ridicuul geblondeerde kuif kent en dat hij deze laatst heeft aangeraden om een hoofddoekje te dragen.

De politicus kon er niet om lachen en Agnes ziet er ook de humor niet van in. Ze vraagt aan de pastoor of er een manier bestaat om te leren lachen. Ze wil voor haar dood één keer gelachen hebben.

De pastoor raadt haar aan om een avondje met Tiger Woods te gaan stappen en om hem te laten vertellen over de manier waarop hij zijn geld heeft verdiend. En hoeveel vrouwen hij daarmee heeft veroverd.

Agnes is bang dat ze in deze kapitalistische en seksistische levenswijze weinig humor kan ontdekken. Dan komt Tiger de biechtstoel binnen.

„Begin bij het begin”, oppert de pastoor. Het wordt de langste biecht ooit. Zes uur blijven ze samen in het hokje. Uiteindelijk is Tiger hees van het praten. De pastoor komt niet verder dan: „Wat doe je morgen?”