Athene moet het van grote landen in de EU hebben

De Europese Commissie ziet toe op naleving van het Stabiliteits- en Groeipact. Maar de grote EU-landen beslissen uiteindenlijk wat er gebeurt.

Wie wil begrijpen waarom het bezoek van de Griekse premier George Papandreou aan de Duitse bondskanselier Angela Merkel, vandaag, zo belangrijk is, moet even terug naar afgelopen maandag.

Die dag toerden vertegenwoordigers van de Europese Commissie door Athene. Ze ontmoetten de Griekse president, de minister van Financiën en de gouverneur van de centrale bank. Functionarissen van de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds waren mee.

De Grieken deden alles om het gezelschap van zo’n vijftien mensen tevreden te stellen. Ze bleven glimlachen, zelfs toen eurocommissaris Olli Rehn (Economische en Monetaire Zaken) niet precies kon uitleggen waarom hij van Papandreou extra bezuinigingen ter waarde van 1,5 procent van het nationaal inkomen vroeg – en niet 1,3 procent of 1,7 procent. Papandreou bood hem vervolgens 2 procent in de hoop dat Rehn niet, zoals in februari, na tien dagen alweer zou zeggen dat het toch niet genoeg was. Die 1,5 procent, beamen ingewijden, was „een arbitrair percentage”. De bedoeling was dat Papandreou een politiek signaal zou geven. Maar aan wie?

Griekenland heeft in de strijd om uit de schuldencrisis te komen vele gesprekspartners. „Er is er maar één die er echt toe doet: Angela Merkel,” zegt een diplomaat. „De rest is window dressing.”

Allereerst is daar de Europese Commissie in Brussel, waakhond van het Stabiliteits- en Groeipact, die moet zorgen dat nationale begrotingstekorten en staatsschulden binnen bepaalde grenzen blijven. Maar het zijn EU-landen die beslissen of de Commissie in actie komt of niet. Beter gezegd: de grote EU-landen. Toen Duitsland en Frankrijk het Pact in 2003 schonden, dwongen zij de Commissie de regels te versoepelen. Kleintjes protesteerden, tevergeefs. Griekenland stuurde jarenlang opgepoetste statistieken naar Brussel. Dat wordt nu pas als een probleem beschouwd. Het Pact is alleen nog een richtsnoer voor politieke besluiten in Europa.

De Commissie neemt die besluiten zeker niet. Voorzitter Jose Manuel Barroso treedt niet krachtig op. De Portugees heeft moeite zich naast EU-president Herman Van Rompuy en een steeds assertiever Europees parlement staande te houden. Olli Rehn, een Finse liberaal die eerder commissaris voor Uitbreiding was, staat dichtbij Barroso – en lijdt mee onder die marginalisering. Hij is serieus, maar heeft weinig financieel-economische achtergrond.

De ECB heeft meer gewicht. Tijdens vergaderingen van de ministers van Financiën van de eurogroep en besprekingen van het Economisch en Financieel Comité in Brussel, trekt de Bank al maanden fel van leer tegen Griekenland. ECB’ers komen nooit onder de indruk uit Athene terug: ze vertrouwen geen Griekse politicus, wat die ook zegt of doet. Het enige gesprek dat ECB’ers meestal interessant vinden is dat met de gouverneur van de Griekse centrale bank – bankiers onder elkaar.

Met het IMF heeft Papandreou een betere verstandhouding. Hij wil zijn probleem oplossen, en het IMF kan dat, technisch gesproken. Noodleningen, ministeries onder verscherpt toezicht – dat zal het speculeren wel stoppen. Het lastige is dat dominante eurolanden de Griekse schuldencrisis niet als technisch probleem, maar als politiek probleem zien. Politieke problemen vereisen politieke oplossingen.

Zo’n oplossing is moeilijk te vinden. Brussel kan hierover geen besluiten nemen, dat doen de landen zelf. Daarom geldt het recht van de sterkste. Ook tijdens de bankencrisis bleek dat de grootste landen besluiten doordrukken. Op economisch terrein is dat Duitsland, onbetwist het rijkste land van Europa.

Maar Duitsland wil het IMF er niet bij. Merkel vindt dat een politieke blamage. Tegelijkertijd aarzelt ze om binnenlandse politieke redenen óók over bilaterale bankgaranties voor Griekenland. De Duitsers hebben gezegd dat Papandreou niet op eigen houtje naar het IMF mag. Europeanen in het IMF-bestuur kunnen desnoods noodkredieten voor Athene blokkeren.

Hoe gecompliceerd een ‘politieke oplossing’ voor Griekenland is, bleek gisteren opnieuw. Athene schreef staatsobligaties uit (looptijd tien jaar, rente 6,3 procent) die binnen een uur overtekend waren. Berlijn ziet dit als bewijs dat Griekenland nog geld binnenhaalt en dat reddingsacties onnodig zijn. Athene zegt juist dat de rente alweer hoger is, dat het dit niet lang meer volhoudt en dat de eurozone nu een concreet signaal moet geven dat ze wil helpen die rentes omlaag te krijgen.