AFM houdt vast aan zijn standpunt over Zalm

De toezichthouders Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) blijven van mening verschillen over ABN Amro-topman Gerrit Zalm. Een gesprek tussen demissionair minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) en voorzitter Hans Hoogervorst van de AFM en president Nout Wellink van DNB heeft daarin geen verandering gebracht.

De onenigheid tussen beide toezichthouders over de rol van Zalm als bestuurder bij DSB kwam aan het licht nadat rechtsgeleerde Michiel Scheltema eerder deze week een rapport over Zalm openbaar maakte. Daaruit bleek dat de AFM vindt dat Zalm onvoldoende zijn best had gedaan DSB van binnenuit te veranderen, hoewel daar alle aanleiding voor was. De AFM vond hem daarmee ook ongeschikt voor zijn huidige baan bij ABN Amro. DNB vindt dat Zalm zijn werk wel naar behoren heeft gedaan en ziet geen aanleiding hem uit zijn functie bij ABN te zetten. DSB ging in oktober 2009 failliet, een jaar nadat Zalm daar was vertrokken.

Hoogervorst en Wellink waren woensdagmiddag bij De Jager ontboden naar aanleiding van hun tegenstrijdige opvattingen. In een brief aan de Kamer schrijft De Jager weliswaar dat de AFM het eindoordeel van DNB over Zalm „ten volle respecteert”, maar daarmee is het oordeel van de AFM over Zalm geenszins van tafel.

De AFM had bij de beoordeling van Zalms functioneren als bestuurder bij DBS een adviserende rol, DNB neemt de uiteindelijke beslissing. Daabij is het AFM-oordeel bekeken, maar het hoeft daar niet mee overeen te komen.

AFM heeft zich ook tijdens het onderzoek altijd op het juridisch formele standpunt gesteld dat DNB uiteindelijk een eindoordeel formuleert, maar heeft zich daardoor niet laten weerhouden een eigen, in dit geval negatief, oordeel te vellen.

De Jager erkent in zijn brief aan de Tweede Kamer dat de wetgeving op basis waarvan de toezichthouders tot hun verschillende oordelen kwamen, onvoldoende helderheid biedt hoe daar mee om te gaan. Hij zegt toe dat te zullen veranderen. Wellink en Hoogervorst hebben in het gesprek wel aangegeven een volgende keer niet direct aan te sturen op het ontslag van de betrokken bankbestuurder (het zware middel van de zogenoemde aanbeveling tot heenzending). Zij zullen eerst proberen op andere, lichtere manieren eventuele grieven over bestuurders aan de ander kenbaar te maken.