Zijn grootste zorg: de zorg

Obama deed gisteren vier concessies om het Congres te overtuigen van zijn zorgplan.

De inzet: het vertrouwen in de Amerikaanse overheid.

Barack Obama heeft altijd gezegd dat hij een hervormer wil zijn, zoals Ronald Reagan, en geen president die op de winkel past, zoals Bill Clinton. De komende drie weken zijn in dit opzicht cruciaal voor zijn presidentschap: nu zal blijken of hij die ambitie waar kan maken.

Gisteravond kondigde Obama de laatste poging aan om het Congres te overtuigen van zijn plan voor hervorming van de gezondheidszorg. „Op het spel staat niet alleen of wij dit probleem kunnen oplossen”, zei hij. „Op het spel staat of wij überhaupt problemen kunnen oplossen.”

Het zou, als het lukt, niet zomaar een overwinning zijn. De meeste van de 46 miljoen onverzekerde Amerikanen krijgen dan een ziektepolis. En hoewel Obama en de Democraten het afgelopen half jaar de slag om de publieke opinie verloren, geloven zij dat invoering van het plan het vertrouwen in de overheid op de langere termijn zal vergroten.

Dat is hun ogen de beste manier om de conservatieve revolutie, zoals die onder de Republikeinse president Reagan (1981-1989) begon, ongedaan te maken. „De overheid is niet de oplossing, de overheid is het probleem”, zei Reagan, en dat is nog altijd de dominante opvatting in de VS.

Maar omdat de twee belangrijkste sociale voorzieningen in het land – Medicair (gratis zorg voor ouderen) en Medicaid (gratis zorg voor de allerlaagste inkomens) – uiterst populair zijn, en zeer ongewild waren toen ze in 1965 werden ingevoerd, denken Democraten met de hervorming van het zorgstelsel precies die dominante opvatting te ondermijnen.

Er is intussen een serieuze kans dat ook de laatste poging van Obama mislukt. Hij speelt hoog spel. Sinds de Democraten in januari bij tussentijdse verkiezingen in Massachusetts hun zestigste zetel in de Senaat verloren, kwam het plan voor een stelselwijziging tot stilstand. Het Congres wachtte op de president, de president wachtte op het Congres – en er gebeurde niets.

Wel had Obama enkele openbare discussiebijeenkomsten met Republikeinen. Die pakten goed voor hem uit. De man is in de ogen van het publiek inhoudelijk beter en geloofwaardiger dan zijn opponenten. De steun van het publiek voor de zorgplannen begint weer iets te stijgen – al blijft een meerderheid er ontevreden over.

De discussies versterkten bovendien het beeld dat Republikeinen de partij zijn die elke oplossing blokkeren. Obama wordt daarentegen gezien als politicus die een oprechte poging doet compromissen met de concurrerende partij te zoeken. Een perceptie die hem in dit stadium voortreffelijk uitkomt, omdat het omgekeerde waar is: de president en zijn partij, zo bleek gisteren, proberen de zorgplannen nu zonder steun van Republikeinen ingevoerd te krijgen.

Weliswaar deed Obama vier toezeggingen aan de Republikeinen, maar op voorhand stond vast dat die onvoldoende waren om die partij tot inkeer te brengen. Voor Democraten is gezondheidszorg een recht, voor Republikeinen is het een privézaak. Voor Democraten zijn de kosten ondergeschikt aan dat recht, voor Republikeinen zijn hogere kosten het grootste schrikbeeld. Aan die verschillen van inzicht deden Obama’s toezeggingen gisteren niets af.

En nu Obama en de Democraten hebben besloten de zaak onder elkaar af te handelen, hebben ze een ingewikkelde procedurele list bedacht om dat voor elkaar te krijgen. Het is in essentie een achterommetje om de voorwaarde te omzeilen dat ze in de Senaat zestig zetels nodig hebben voor de plannen.

Het is een buitengewoon breekbaar proces. Het vergt moed van Democratische Congresleden die gevaar lopen dat ze dit jaar hun zetel verliezen als ze de plannen steunen. Lobbyisten uit de sector zullen er alles aan doen die angst te voeden. Er is Fox News, er is talkradio, er is Sarah Palin op Facebook: de geluidsmachine van de oppositie zal 24 uur per dag draaien.

De tijdsdruk is enorm: als er voor Pasen geen overeenstemming is, wordt het politieke zelfmoord de pogingen voort te zetten. En daarom moet niemand verbaasd zijn als het zaakje ergens de komende weken als een kaartenhuis in elkaar stort.

In dat geval komt Barack Obama uit op de positie waarop hij altijd neerkeek: een president die, door leiding te geven aan economisch herstel, keurig op de winkel past – maar Amerika niet fundamenteel hervormt. Een Democraat zoals Bill Clinton (1993-2001), wiens poging tot hervorming van de zorg mislukte.

En er zijn al sceptici die de vraag opwerpen of hij zelfs dat redt. Zij zeggen dat de analogie met Jimmy Carter (1977-1981) zich opdringt: ook een Democraat die met hoge verwachtingen werd gekozen toen het land smachtte naar een nieuw begin, en vier jaar later als mislukkeling afdroop. De man die hem verpletterend versloeg was, inderdaad, Ronald Reagan.