Weer pleidooi test darmkanker

Patiëntenverenigingen pleiten ervoor te beginnen met landelijk bevolkingsonderzoek tegen darmkanker. Maar: „Screening is lang niet altijd feest.”

Haantje de voorste is Nederland niet. Groot-Brittannië en Finland kennen al landelijke bevolkingsonderzoeken naar darmkanker. Frankrijk, Spanje, Italië en Zweden screenen regionaal op deze ziekte. En inwoners van Duitsland kunnen zich al tientallen jaren gratis laten testen.

De Gezondheidsraad adviseerde minister Klink (Volksgezondheid, CDA) eind vorig jaar om alle inwoners tussen 55 en 75 jaar tweejaarlijks op te roepen voor onderzoek naar darmkanker. Dat zou elk jaar 1.400 levens kunnen redden en 33 miljoen euro kosten. Twee weken geleden bleek dat Klink kritisch stond tegenover het advies. Er is een tekort aan artsen en geld. Patiëntenverenigingen hebben hem nu in een brief opgeroepen toch het onderzoek te starten om onnodig leed te voorkomen.

Nederland loopt een beetje achter, zegt gezondheidseconoom Iris Lansdorp-Vogelaar. „We wisten al sinds 1993 dat screening sterfte aan darmkanker kon reduceren. Maar men wachtte op betere testmethoden.”

Als Klink terugkomt op zijn besluit, zouden 3,5 miljoen mensen vanaf 2015 de vraag krijgen of zij een potje ontlasting naar een lab willen opsturen voor onderzoek op bloedsporen. Die sporen wijzen op kankers en poliepen.

De voor Nederland aanbevolen test (iFOBT) is gevoeliger en beter dan de test die andere landen gebruiken voor hun nationale screeningprogramma’s. Daarom kan Nederland deze landen binnenkort voorbijstreven. Nederland is „redelijk kritisch” over bevolkingsonderzoeken, zegt Wim van Veen, arts en secretaris bij de Gezondheidsraad. De eisen zijn hoog.

De overheid wil voor- en nadelen voor burgers zorgvuldig afwegen, zegt Xandra Gravestein, hoofd van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Dat centrum coördineert de landelijke bevolkingsonderzoeken. Bij deze screenings biedt de overheid mensen die – voor zover zij weten – niets mankeren, onderzoek aan. Zo’n test kan angst voor ziekte aanwakkeren, maar maakt ook vroege opsporing mogelijk, waardoor behandeling meer kans van slagen heeft.

Landelijk onderzoek voor een grote doelgroep vergt nogal wat. Voor systematisch oproepen van kandidaten is een goede organisatie nodig. Ook de zorg voor patiënten na een slechte testuitslag moet op orde zijn. Het landelijk onderzoek naar borstkanker, bijna twintig jaar geleden geïntroduceerd, had een paar jaar nodig voor het alle vrouwen tussen de 50 en 75 bereikte. Inmiddels doet 83 procent van hen mee. Bij baarmoederhalskanker, waarop vrouwen tussen de 30 en 60 worden gescreend, ligt het bereik rond de 66 procent.

Voor de darmkankertest roept Duitsland kandidaten niet systematisch op. Daardoor melden zich maar weinig mensen. Nederland verwacht straks een deelname van 66 procent.

De manier waarop landen met screenen omgaan, is cultuurgebonden, meent Gravestein. Zo testen de VS baby’s met de hielprik op veel meer ziekten dan Nederland. „Daar gaan ze anders om met ziekten en zorg.” In Nederland wordt met die hielprik niet gekeken naar ziekten waarvoor geen genezing is. Wel loopt er een proef waarbij baby’s ook gescreend worden op de ongeneeslijke taaislijmziekte. Vroege behandeling van deze ziekte heeft wel zin.

Uiteindelijk is het een politiek besluit een bevolkingsonderzoek te starten. Het geld hiervoor komt niet (meer) uit premies, maar uit de begroting van Volksgezondheid.

De ongekende bezuiniging die Volksgezondheid boven het hoofd hangt (12 miljard), beïnvloedt de keuze van Klink sterk. Na presentatie van het advies zeiden ambtenaren van Volksgezondheid dat het haast ondenkbaar zou zijn dat de politiek een test afwijst naar zo’n veelvoorkomende en makkelijk op te sporen aandoening.

Onderzoek naar prostaatkanker, dat al jaren ter discussie staat, is wat dat betreft een ander verhaal. Daar kleven meer nadelen aan, zoals veel overdiagnose en overbehandeling. Mensen die slechts een indolente vorm van prostaatkanker hebben, kunnen dan impotent en incontinent worden, terwijl de ziekte zich bij hen nooit gemanifesteerd zou hebben.

Aan onderzoek naar aneurysma (verwijding van een bloedvat) kleven weer andere bezwaren. Als een screening zo’n verwijding van een slagader opspoort, is er 7 procent kans een operatie niet te overleven. Dan moeten de voordelen wel heel groot zijn voor de overheid zo’n onderzoek begint. „Screening is lang niet altijd feest”, zegt Van Veen. „Er kleven nadelen aan en de voordelen zijn niet altijd evident.”

Dat geldt nog meer voor commerciële screenings waarvan de voordelen niet sterk zijn aangetoond. Er komen steeds meer preventieve testen, het aantal DNA-toetsen neemt toe. Klink wil de kwaliteit daarvan beter borgen.