Waarom bevriezen pootjes van eenden niet in de kou?

Julia Padberg woont in Amsterdam en is „gefascineerd door de mooie zwanen die in de grachten zwemmen”. Nu het water maanden rond het vriespunt lag, vraagt zij zich af hoe het kan dat de pootjes van de zwanen en eenden in dat water niet bevriezen.

Het zit ’m in een complex bloedcirculatiesysteem, weet eendenkenner Kees Moeliker. „Bij temperaturen vlak boven nul sluit de eend of zwaan de bloedvaten naar de poten af om energie te besparen, want de meeste warmte gaat via de veerloze, dus niet geïsoleerde, poten verloren.”

Bij vorst – wanneer de pootjes onderkoeld dreigen te raken – gaan de bloedvaten naar de poten open en stroomt warm bloed uit het lichaam in tegengestelde richting dicht langs aders die het koude bloed uit de poten afvoeren naar het lichaam. „Hierdoor warmt het koude bloed iets op en vindt er weinig warmteverlies plaats via de poten. De bloedvaten in eenden- en zwanenpoten werken dus als een soort warmtewisselaar”, zegt Moeliker. De poten zijn wel veel kouder dan de lichaamstemperatuur, maar bevriezen niet.

Eenden zoeken vaak een wak op, omdat open water altijd een temperatuur boven nul heeft. Door met de pootjes te roeien, komt warmer water naar boven en blijft het wak open.

Per se prettig vinden eenden de kou niet. Je ziet eenden op het ijs vaak op één poot rusten. De andere poot warmt dan op in de buikveren. Na verloop van tijd wisselen ze de poot waarop ze staan. Kees Moeliker doet hetzelfde op de fiets als hij zijn handschoenen is vergeten: met één hand sturen, de andere diep in de jaszak. „Sterft hand één van de kou, dan neemt hand twee het over.”

Volgens NRC-wetenschapsredacteur Karel Knip hebben mensen ook een eigenaardige bloedcirculatie. Daar gaat bij hevige kou lang heel weinig bloed naar de vingers – „die worden dan griezelig wit en koud” – en dan opeens lange tijd veel, dan worden ze knalrood en warm. Knip: „Dat vindt een eend weer vreemd.”

Leonie van Nierop