Strandbal van 12,1 miljard dollar

Wat doe je als er 12,1 miljard dollar tegen je wordt ingezet? Volgens de Amerikaanse Commodity Futures Trading Commission is die 12,1 miljard het huidige bedrag aan zogenoemde shortposities tegen de euro. Een maand geleden was het nog maar iets meer dan de helft. Met name hedgefondsen, speculatieve beleggingsfondsen, zouden hun posities tegen de euro hebben uitgebouwd.

Nu kan de euro wel wat hebben. De dagelijkse omzetvolumes op de valutamarkt zijn wereldwijd enorm. In het laatste grote onderzoek van 2007 (het volgende begint pas aanstaande april) bleek dat de omzet in de traditionele valutahandel – dus zonder ingewikkelde derivaten – 3.200 miljard dollar was. 27 procent daarvan, zeg 800 miljard, betrof handel tussen euro’s en dollars. Simpel gerekend bedragen de shortposities dus 1,5 procent van de dagelijkse handel in de wisselkoers tussen dollar en euro.

Nu zijn er soms grote marginale effecten in de handel, en kan er ook via andere valuta’s tegen de euro worden gespeculeerd, maar bloedlink oogt het allemaal niet.

Maar hoe werkt het ook alweer? Een shortpositie wordt bereikt door de valuta te lenen en te verkopen, in de hoop dat die later lager zal staan. Als dat inderdaad gebeurt, dan wordt hij tegen de lagere prijs gekocht, en weer terugbetaald aan degene van wie hij aanvankelijk was geleend. Het verschil is winst. Het betekent wel dat de grootste neerwaartse koersdruk wordt bereikt als de shortpositie wordt opgebouwd. Niet als hij er eenmaal is.

Het komt zelfs regelmatig voor dat partijen met shortposities het tegenovergestelde bereiken van wat zij willen. Mocht de wisselkoers om andere redenen plots juist omhooggaan, dan zien ze hun verliezen oplopen, en moeten ze als de wiedeweerga de valuta inkopen om erger te voorkomen. Die koopgolf drijft de koers dan nog verder op. Zulke short squeezes komen regelmatig voor en zorgen voor heftige koerseffecten.

Dat stelt de shortposities in een heel ander daglicht. Misschien moet Europa er toch een beetje bang voor zijn. Maar niet niet zozeer omdat de euro eronder lijdt en daalt tegenover de dollar. Dat is, bij een haperende exportsector en een inflatie die rond de 1 procent schommelt helemaal niet zo’n onprettig vooruitzicht.

De angst zou juist moeten gelden voor het omgekeerde: dat de hedgefondsen op dit moment een strandbal onder water proberen te drukken, die als hij hen ontglipt juist naar boven schiet. Want zo’n Nivea-effect zou erg slecht uitkomen.

Maarten Schinkel