Pionier in liefdesonderzoek

Caryl Rusbult was een pionier in het relatieonderzoek. Eind januari overleed ze, morgen wordt ze herdacht in Amsterdam.

Sociaal-psychologisch onderzoek naar liefde en relaties was er enkele decennia geleden nog nauwelijks. Dat waren misschien te softe onderwerpen voor een jonge tak van wetenschap die er juist naar streefde om zich van zijn softe imago te ontdoen. Strakke onderzoeksmethoden waar veel aan gerekend kon worden, dat had zo’n wetenschap nodig. Wat moest het vakgebied nou met liefde?

Caryl Rusbult was één van de weinige mensen die eind jaren zeventig, tachtig al wél onderzoek deden naar relaties, op een manier die door collega’s geprezen werd, en wordt, wegens de theoretische en methodologische gedegenheid. Op 27 januari overleed Rusbult op 57-jarige leeftijd aan baarmoederkanker. Morgen wordt er in Amsterdam een herdenkingsdienst voor vrienden en collega’s gehouden.

Rusbult was sinds 2004 hoogleraar sociale psychologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Dat jaar was ze naar Nederland verhuisd met haar man, David Lowery, politiek wetenschapper aan de Universiteit Leiden. Zelf noemde Rusbult die stap het begin van ‘de derde akte’ van haar carrière. Ze had toen wetenschappelijk al naam gemaakt in de Verenigde Staten, voornamelijk aan de University of North Carolina in Chapel Hill. Sinds 1978 deed ze onderzoek naar langdurige liefdesrelaties, verbroken relaties, dating, vriendschappen en mensenmassa’s. Ze publiceerde al aan het begin van haar loopbaan in toptijdschriften.

Haar bekendste bijdrage aan de sociale psychologie is het zogeheten Investment Model, een theoretisch relatiemodel waarmee ze bijvoorbeeld kon verklaren dat vrouwen die door hun man worden mishandeld, toch lang in zo’n relatie blijven hangen. Volgens het Investment Model is de kans groter dat mensen in een relatie blijven als die prettig is, maar er zijn nog twee andere factoren die bepalen of iemand blijft of wegloopt: hoeveel iemand in een relatie geïnvesteerd heeft, en hoe iemand de alternatieven voor die relatie waardeert. Het model gaat niet alleen op voor liefdesrelaties, maar ook voor andersoortige relaties, zoals die tussen werkgever en werknemer. Als het nu heel voor de hand liggend lijkt, is dat mede aan Caryl Rusbult te danken.

Relaties liggen volgens Rusbult aan de basis van al onze gedachten, gevoelens en gedrag. Dat ze relaties zo belangrijk vond, was ook in persoonlijk contact met haar te merken. Ze had een warme persoonlijkheid, was behulpzaam, inspireerde haar studenten en promovendi. Ze dacht graag met mensen mee, ook als het haar zelf niets opleverde.

Het doet denken aan haar artikel van december 2009 in Current Directions in Psychological Science. In goede relaties gedragen mensen zich zo, argumenteerde Rusbult, dat ze elkaars vaardigheden stimuleren en zo in feite de ander vormen tot hoe die idealiter zou willen zijn. Het Michelangelo-effect noemde ze dat, naar de beeldhouwer die zijn vak beschreef als het vrijmaken van een ideale figuur uit het blok steen waarin die figuur al sluimerend aanwezig is.

Dat artikel is niet Rusbults laatste; collega’s werken nog aan papers met haar als co-auteur.