Papandreou wacht nu op signaal EU

Papandreou is op toernee. Eerst naar Berlijn, daarna Parijs en Washington. Europa kan niet veel langer meer wachten met een keus maken: zelf ingrijpen, of het IMF erbij halen.

Voor het eerst sinds het Griekse schuldenprobleem een Europees probleem werd, moeten regeringsleiders van eurolanden echt de knoop doorhakken. Gaan zij, met het rijke Duitsland op kop, Griekenland met bankgaranties bijstaan? Of halen de Europeanen het Internationaal Monetair Fonds erbij? Of wordt er toch in Europese hoofdsteden gesleuteld aan een mengvorm van beide opties?

Tot nog toe zeiden Europese politici steevast: „We laten Griekenland niet vallen.” De situatie in Griekenland was zorgwekkend. Maar het land kon nog nieuwe leningen afsluiten, dus acute noodzaak om in te grijpen was er niet. Eerst moest premier Papandreou aantonen dat hij zelf orde op zaken kon stellen. Het werd januari, februari, maart – de euro zakte, de rente op Griekse staatsobligaties steeg, en steeds draaiden Europese regeringsleiders Papandreou verder de duimschroeven aan.

Maar sinds gisteren ligt de bal niet meer in Athene, maar in Berlijn, waar Papandreou de Duitse bondskanselier Merkel ontmoet. Met de extra bezuinigingen van 4,8 miljard euro die Papandreou gisteren aankondigde, heeft Griekenland alles gedaan wat het momenteel kan. Als hij verder snijdt, verspeelt hij de steun die hij nog onder de bevolking heeft. Dan vervalt het land wellicht in chaos en is iedereen – Grieken én Europeanen – verder van huis. Economen wijzen erop dat verdere bezuinigingen iedere kans op economische groei de komende jaren in de kiem smoren. Het keerpunt is bereikt.

Iedereen lijkt dat te beseffen. De strenge eurocommissaris voor Economische en Monetaire Zaken, Olli Rehn, zei gisteren meteen dat dit genoeg moest zijn om het begrotingstekort in 2010 met 4 procentpunt te verlagen. Eurogroep-voorzitter Jean-Claude Juncker prees Papandreou’s „moed”. Als beleggers nu niet stoppen met speculeren, zei Juncker, dan hebben de Europeanen wat „foltertuig in de kelder liggen”.

„Ik wacht op Europese solidariteit”, zei Papandreou gistermiddag. „Europa heeft een historische verantwoordelijkheid.” Eerder zei hij dat hij de hulp van het IMF zou inroepen als de EU nu niet in actie kwam. „De IMF-optie, die we niet willen, is niet uitgesloten.”

Hij dreigt daar achter de schermen al langer mee. Maar hij heeft de kaart niet durven uitspelen omdat dit de toorn van andere eurolanden zou opwekken. Duitsland en Frankrijk, de grote landen die sinds het begin van de crisis in 2008 bij gebrek aan centrale Europese besluitvorming de belangrijke beleidsmakers zijn in Europa, hebben gezegd dat zij het IMF er niet bij willen. Zij vinden hulp van buiten een politieke afgang voor de eurozone. Daarbij stelt het IMF monetaire eisen, wat de onafhankelijkheid van de Europese Centrale Bank in gevaar zou brengen. Kleine landen als Nederland, die vóór de IMF-oplossing zijn, moesten inbinden.

Alle eurolanden zijn beter geworden van de gemeenschappelijke munt en zijn erbij gebaat dat die overeind blijft. Unilaterale acties van degene die er fiscaal de grootste puinhoop van gemaakt heeft, zijn een politiek affront voor de rest. Papandreou wist: wie geschoren wordt, moet stil blijven zitten. Dat deed hij.

Maar nu is de grens bereikt van wat hij kan doen. Morgen overlegt hij met Merkel, zondag spreekt hij de Franse president Sarkozy in Parijs. Daarna ontmoet hij president Obama in Washington. Papandreou wil geen rechtstreekse financiële steun. Maar als beleggers de rente op zijn staatsleningen nóg verder opstuwen, heeft hij binnenkort wel ‘lucht’ nodig. Speculanten testen inmiddels volgens Papandreou de besluitvorming in de eurozone en niet meer de Griekse bereidheid om te bezuinigen.

De beslissing om Griekenland financieel te helpen, ligt bij Merkel. Duitsland is de economische motor van Europa. Als Merkel gaat, gaat de rest mee. Anders doet niemand iets en moet het IMF wel inspringen. Merkel zit klem tussen de nationale publieke opinie, die sceptisch is, en de Europese urgentie. Ze vreest ook dat het Duitse Constitutionele Hof hulpacties ongrondwettelijk verklaart. ‘Madame Non’, zoals de Fransen haar noemen, aarzelt. Papandreou begrijpt dat, maar kan niet veel langer wachten. Hij betaalt de prijs.

Een oplossing waarbij het IMF toch noodleningen verstrekt, zou inmiddels weer op tafel liggen. De Europese Centrale Bank zou bij deze besprekingen betrokken zijn, om te garanderen dat het IMF afziet van monetaire eisen. Eurolanden, die dit aanvullen met bankgaranties en vervroegde structuurfondsen, kunnen dan tenminste blijven zeggen dat zij aan het stuur zitten, en niet het IMF.