Op naar het Deense model

Alle ogen zijn nu gericht op de landelijke verkiezingen van 9 juni.

Nederland staat voor een campagne die lang, hard en onvoorspelbaar zal worden.

De stembussen waren nog niet dicht, de eerste prognoses nog niet gegeven of de blik voor landelijke politici stond definitief op 9 juni. De gemeenteraadsverkiezingen waren gisteravond al meteen verleden tijd, de Tweede Kamerverkiezingen komen eraan. Er werd gejuicht, gesomberd en gerelativeerd.

Wat zegt de uitslag van gisteren over de uitslag van straks?

Een paar belangrijke trends. Het Nederlandse electoraat raakt nog meer versplinterd dan het al was. Na de val van het kabinet gaat de strijd om wie de grootste partij wordt opnieuw tussen CDA en PvdA, net als bij de laatste landelijke verkiezingen. Twee ‘oude politici’ – Jan Peter Balkenende en Wouter Bos – worden daarbij de hoofdrolspelers. De PVV verwerft zich een plek tussen de grotere partijen. De SP, nu nog de grootste oppositiepartij, zit in de hoek waar de klappen vallen. D66 doet het met Alexander Pechtold goed, maar minder dan een jaar geleden. En misschien wel de belangrijkste trend: dat het heel moeilijk zal zijn om een regering te vormen met minder dan vier partijen. Als er al kans is op een driepartijencoalitie dan wordt die centrumrechts: CDA, PVV en VVD. Of gaan we de tijd beleven dat er ‘Paars Plus’ komt: PvdA, VVD, D66, aangevuld met GroenLinks? Voor de goede orde: gemeten naar de landelijke peiling van gisteravond krijgen zelfs deze coalities geen 76 zetels. Steeds meer denkbaar wordt dan ook een minderheidsregering, naar Deens model, die op elk onderwerp voor een Kamermeerderheid moet vechten.

Bij al deze conclusies passen wel fikse nuances. De opkomst is bij de landelijke verkiezingen veel hoger. De lokale partijen doen dan niet mee. Sommige landelijke partijen, zoals D66 en de SP, zijn in lang niet alle gemeenten aanwezig. De belangrijkste nuance: de échte verkiezingsstrijd is nog niet begonnen. Als die eenmaal losbarst kunnen kleine gebeurtenissen, uitspraken of incidenten grote gevolgen hebben. In 2006 won de PvdA fors bij de raadsverkiezingen, een half jaar later viel de de uitslag tegen. Voor het CDA was het andersom. En bij een landelijke campagne gaat het uiteindelijk ook om de vraag: wie wordt de minister-president? Op basis van de raadsverkiezingen is de kans groot dat die opnieuw gaat tussen Jan Peter Balkenende en Wouter Bos. En Geert Wilders klopt op de deur. Zo’n horse race levert de grote partijen doorgaans extra stemmen op.

Het CDA lijkt, op basis van de uitslagen van gisteren, bepaald niet te profiteren van de recente kabinetsval. Fractieleider Pieter van Geel stelde meteen tevreden vast dat zijn partij de grootste blijft. Daarmee was ook wel al het positieve gezegd. Maar het zicht op de positie van de grootste is van politiek levensbelang voor Jan Peter Balkenende. Hij heeft inmiddels aangegeven alleen beschikbaar te zijn voor het premierschap. Met de PvdA wil hij niet verder. Een kabinet met PVV en VVD zou hij in theorie kunnen gaan leiden. Maar dan moet hij samenwerken met een partijleider die hem de slechtste premier sinds de Tweede Wereldoorlog noemde (Wilders) en een partij die een hoofddoekjesbelasting wil invoeren (PVV).

Wilders zal hoe dan ook een hoofdrol opeisen in de campagne. De afgelopen weken gaf hij opnieuw zijn visitekaartje af met een harde debattechniek en dito voorstellen. Wel zullen zijn frontsoldaten in Den Haag en Almere, waar de PVV een goed resultaat behaalde, moeten aantonen dat ze ook bestuursverantwoordelijkheid durven en willen nemen. Loopt zijn partij daarvoor weg, dan zal Wilders in de campagne des te harder het verwijt van de andere partijen krijgen dat hij slechts de roeptoeter gebruikt.

Dan de PvdA. Al maanden vóór de raadsverkiezingen van gisteren spinden de strategen het rond: het verlies zou aanzienlijk zijn. Maar, zo waarschuwden ze: verkijk je er niet op. Want de uitslag van 2006, die was wel héél goed. Zó goed, dat het bijna té mooi was. Dus als we nu rond de 18 procent van alle stemmen uitkomen, dan lijkt dat wel heel slecht. Maar in perspectief valt het best mee. Dat was precies wat er gebeurde, gisteravond. Vrolijke opluchting dus bij PvdA in het Haagse etablissement Dudok.

Binnen de PvdA weet men hoe dat komt: de val van het kabinet. Kritische uitlatingen over de PVV pakten ook goed uit. Die verplaatsten de campagne van het zwartepieten over de kabinetscrisis naar de stembusstrijd. De PvdA nam zo, hoewel niet helemaal doordacht, het stokje van Pechtold over als voornaamste Wilders-bestrijder. Wouter Bos had ook relatief goede optredens bij de diverse verkiezingsdebatten. Afgelopen week merkten PvdA’ers het al op de markten en in de straten, tijdens het canvassen en het uitdelen van de rode rozen: de sfeer was omgeslagen. Nog altijd niet juichend, maar toch. Niet meer zo zuur, niet meer zo negatief. Er leek wel een nieuw elan, zo zegt een PvdA’er.

Het geeft de sociaal-democraten een goed gevoel voor het echte grote werk: de vervroegde Kamerverkiezingen van 9 juni. Stilletjes wordt zelfs al gefluisterd over de grootste partij. En Wouter Bos? Alsnog premier?

Zo ver is het nog lang niet. De verkiezingen zijn nog ver weg en de campagne komt eraan. Reken er maar op dat die hard, onvoorspelbaar en lang zal zijn.