Oost-Europa wil niet de dupe worden van Griekse crisis

De Griekse tragedie trekt sporen in Oost-Europa. Het enthousiasme voor de euro daalt en landen vrezen strengere regels.

De Rahapaja Oy, de Finse Munt, is er klaar voor. Als Estland deze zomer formeel toestemming krijgt om de euro in te voeren, begint het Finse staatsbedrijf meteen met het slaan van 600 ton aan Europese munten, die in dertig vrachtwagens, per boot, naar het kleine buurland zullen worden vervoerd.

De toetreding van Estland tot de eurozone, gepland voor 1 januari 2011, lijkt een gelopen race. Op papier voldoet het land aan de criteria van ‘Maastricht’: het begrotingstekort is onder controle, de buitenlandse schuld laag, de inflatie getemd. Maar de opschudding rondom euroland Griekenland, dat jarenlang met zulke statistieken blijkt te hebben geknoeid, dreigt een schaduw over de plannen te werpen.

De Estse premier Andrus Ansip waarschuwde onlangs voor wat hij ziet als de groeiende onwil om nieuwe leden toe te laten tot de euroclub. Hij reageerde op uitspraken van Jean-Claude Trichet, de baas van de Europese Centrale Bank (ECB), die het „absoluut essentieel” noemde dat aspirant-leden niet alleen aan de criteria voldoen op het moment van toetreding, maar vooral ook daarna. Is dat niet aantoonbaar het geval, dan geen euro.

In mei reist een delegatie van de ECB en de Europese Commissie naar Tallinn, voor het laatste examen. Analisten denken dat Estland hiervoor nog net zal slagen, maar dat toekomstige eurokandidaten het veel moeilijker zullen krijgen. Ansip is er niet gerust op. „We vragen niet om ook maar enige uitzondering, maar om toepassing van de toelatingseisen”, aldus de premier. „Ik hoop dat niemand nu nieuwe regels voor Estland gaat bedenken.”

Ansip weet heel goed dat de eurocriteria niet zomaar kunnen worden aangescherpt, maar ze kunnen wel strenger worden geïnterpreteerd. Hij verwoordt de vrees van veel Oost-Europeanen, namelijk dat zij straks opdraaien voor de Griekse problemen.

„Het is begrijpelijk dat eurolanden die er geen potje van maken niet willen opdraaien voor landen die dat wel doen”, zegt de Litouwse analist Giedrius Kadziauskas. „Maar dat mag zich niet vertalen in een hardere opstelling ten opzichte van onze regio.”

Oost-Europese beleidsmakers knepen in hun handen toen de Griekse crisis uitbrak. Begin vorig jaar stonden zij zelf nog in de felle schijnwerpers van de financiële markten. Analisten voorspelden een bloedbad in het voormalige Oostblok, handelaren speculeerden lokale munten alvast omlaag. Letland en Hongarije moesten aan het infuus van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de vrees voor een domino-effect zorgde voor grote paniek. Toen de internationale aandacht naar Griekenland verschoof, haalde Oost-Europa opgelucht adem.

Wat een zegen leek, voelt nu als een vloek. Niet alleen door de nieuwe strengheid die in de EU lijkt te zijn gevaren, maar ook omdat de Griekse crisis het enthousiasme voor de euro in de regio aantast. Dat een economisch relatief onbeduidend land als Griekenland de Europese munt uit balans kan brengen, maakt het voor lokale politici steeds moeilijker om de invoering ervan te verkopen als een goed idee. Critici van de euro hebben juist vleugels gekregen.

Volgens een recente Europese peiling is een groeiend aantal Oost-Europeanen van mening dat de euro zo laat mogelijk moet worden ingevoerd. Het enthousiasme brokkelt vooral af in Polen en Tsjechië, landen die de crisis vorig jaar redelijk doorstonden. Polen had zelfs economische groei, mede dankzij de waardedaling van de zloty, die exportproducten tijdelijk goedkoper maakte. Met de euro zou dat concurrentievoordeel er niet zijn geweest.

Maar ook in de kleine Baltische landen, die hun economieën vorig jaar dramatisch zagen krimpen, is de euro een moeilijk verhaal aan het worden. Om de crisis te bezweren en het uitzicht op de Europese munt te bewaren, gingen regeringen over tot extreme bezuinigingen, belastingverhogingen en massaontslagen. De Balten ondergingen het gelaten, massaprotesten als in Griekenland bleven uit, maar geduld is eindig, zeker als veel eurolanden er zelf niet eens in slagen om aan de eisen van het Stabiliteitspact te voldoen.

„Armoedebestrijding zou belangrijker moeten zijn dan de euro”, zo verwoordt dagblad Eesti Ekspress de groeiende onvrede.

Jean-Claude Trichet heeft natuurlijk groot gelijk, zegt de Deense econoom Morten Hansen, die in Riga werkt. „Formeel moeten nieuwkomers in de eurozone inderdaad aantonen dat het ook op langere termijn goed zit met de begrotingsdiscipline. Het probleem is dat dit moeilijk aan te tonen is en er daardoor nooit echt een punt van is gemaakt.”

Griekenland mocht in 2001 de euro invoeren, terwijl de grote staatsschuld van het land toen al een publiek geheim was. Italië wist zijn begrotingstekort door financiële slimmigheden alsnog onder de euronorm (3 procent van het bruto binnenlands product) te duwen. „Bij de euro heeft het altijd om politiek gedraaid en minder om economie”, zegt de Letse econoom Vjaceslavs Dombrovskis.

Toen Litouwen het eurolidmaatschap aanvroeg, in 2006, werden de regels wel streng toegepast. In april dat jaar bleek de Litouwse inflatie, die daarvoor vijf jaar lang onder de Europese norm zat, 0,07 procentpunt te hoog. Genoeg voor de Europese Commissie en de ECB om de Litouwse plannen af te wijzen. De geloofwaardigheid van de euro stond op het spel, zei toenmalige EU-voorzitter Oostenrijk. Er moest een voorbeeld worden gesteld. In Oost-Europa echode de boosheid over ‘dubbele standaarden’ nog lang na.

Inflatie is altijd een kopzorg voor de Baltische staten, die met kleine, open economieën kwetsbaarder zijn voor invloeden van buitenaf (zoals brandstofprijzen) dan een groot land als Polen. De Litouwse econoom Kadziauskas begrijpt niet waarom de drie dwergen niet eerder zijn toegelaten tot de eurozone. „De crisis zou hier minder hard hebben toegeslagen en de paniek zou in Oost-Europa minder hysterisch zijn geweest. De EU had zichzelf een groot plezier kunnen doen.”

Vorig jaar moesten de Baltische landen halsbrekende toeren uithalen om hun eigen munten overeind te houden. Estland hoeft dat straks niet meer, met de euro. Voor Litouwen en Letland is dat vervelend. Analisten vrezen dat buitenlandse investeerders massaal zullen kiezen voor het ‘veilige’ Estland. Als Trichet zijn zin krijgt en de toetreding tot de eurozone moeilijker wordt, zal het economische herstel in die landen naar verwachting verder vertragen.

Ondanks de bankencrisis lukte het Estland vorig jaar om het begrotingstekort onder de geëiste 3 procent te houden. Een prestatie die met veel moeite en tegen de verwachting in tot stand kwam en waar eurolanden volgens analisten extra goed naar zullen kijken, voordat ze de nieuwkomer omarmen. Volgens de Letse econoom Dombrovskis zit de Europese Commissie in een lastige positie. Enerzijds kan het de roep om eurocriteria strenger te interpreteren niet negeren, zeker niet na ‘Griekenland’. Anderzijds is het uitzicht op snelle invoering van de euro „een wortel” voor Oost-Europa die de regio disciplineert en motiveert. „Als je die weghaalt, zullen er heel veel vragen worden gesteld”, zegt Dombrovskis.

Alleen de Hongaren klagen niet of in ieder geval veel minder over de Griekse crisis. Sinds 2006 stonden zij te boek als ‘leugenaars van Europa’, nadat de toenmalige premier Ferenc Gyurcsány toegaf jarenlang te hebben gelogen over de economische situatie in zijn land. „Hongarije kan die titel nu doorgeven aan Griekenland”, zo zei een Hongaarse analist onlangs. „We mogen de Grieken dankbaar zijn.”