Natuurrampen zitten Chilenen in de genen

Charles Darwin beschreef in 1835 al het natuurgeweld in Chili. „Wij zijn kinderen van aardbevingen en politiek”, zegt socioloog Manuel Antonio Garretón.

Het was het „vreselijkste schouwspel” wat Charles Darwin ooit had gezien: de ruïnes van de Chileense stad Concepción na de aardbeving in februari 1835. Geen huis was nog bewoonbaar, zo schreef hij zijn zus Caroline. Dikke steunberen waren versplinterd als „biscuitjes”.

Concepción was ook het interessantste wat Darwin na bijna vijf jaar varen op de Beagle had gezien – naast een „wilde uit Vuurland” en de tropische vegetatie. Het besef dat zulke verwoesting zich in drie minuten tijd kon voltrekken, vond de Britse natuuronderzoeker „most wonderful”.

Bij de aardbeving van afgelopen zaterdag is hetzelfde Concepción opnieuw hard geraakt. De stad is voor een belangrijk deel in puin veranderd.

Chili kampt al eeuwen met natuurgeweld. Sinds 1730 is het land zeker 25 keer getroffen door zware bevingen. De eerste bezoekers schreven erover en de verwijzingen in de moderne Chileense literatuur, poëzie en kunst naar aardbevingen en tsunami’s zijn talrijk. Chili’s bekendste dichter, Pablo Neruda, publiceerde in 1968 bijvoorbeeld de bundel Maremoto (zeebeving, vloedgolf). En in haar memoires Mi País Inventado (2004) beschrijft auteur Isabel Allende Chili als een land dat volgens aardbevingexperts zal verdwijnen, bedolven onder zee of lava.

,,Natuurrampen zitten in de genen van de Chileen”, zegt Manuel Antonio Garretón, Chili’s bekendste socioloog. Elke generatie kent zijn eigen aardbeving of een andere natuurramp – en een eigen politiek bestel, van socialisme tot dictatuur. De militaire coup in 1973 van generaal Augusto Pinochet wordt, zo zegt hij, ook wel een politieke aardbeving genoemd. Garretón: ,,Wij zijn kinderen van aardbevingen en politiek.”

De jonge Darwin (1809-1882) bevond zich op de dag van de aardbeving in 1835 in Valdivia. Over die ervaring, van de bewegende aarde, noteerde hij onder meer: ,,Eén seconde tijd heeft in de geest een vreemd idee van onveiligheid gecreëerd”. De aarde als symbool van soliditeit is niet meer, constateerde Darwin in zijn notities.

Valdivia was ook de plaats waar 125 jaar later de ‘Grote Aardbeving van Valdivia’ (Gran Terremoto de Valdivia) plaatshad, met een kracht van 9,5 op de schaal van Richter de zwaarste aardbeving ter wereld ooit gemeten.

De ramp in 1960 vormde voor de toen 17-jarige Garretón een omslagpunt. Het land was deels kapot en de socioloog begon zijn politieke bewustzijn te ontwikkelen. Twee jaar daarvoor had het congres de rechtse Jorge Alessandri als president aangewezen, aangezien geen van de kandidaten bij de verkiezingen een meerderheid had behaald. Een van de verliezers was de socialist en latere president Salvador Allende.

,,Een rechtse regering moest het land weer op orde brengen, net zoals nu eigenlijk het geval is”, zegt Garretón in verwijzing naar de recente verkiezingen in januari van dit jaar. De rechtste presidentskandidaat Sebastián Piñera won en wordt volgende week – in de nasleep van de aardbeving – geïnaugureerd. Voor het eerst sinds het einde van de militaire junta in 1990 krijgt Chili weer een rechtse regering.

De dictatuur en de komst van het neo-liberalisme hebben de Chileense samenleving veranderd, volgens Garretón. Het collectivisme is weg, de solidariteit is verdwenen. Wat in de plaats is gekomen, is een individuele consumptiemaatschappij. Het leven is een grote realityshow geworden, zo stelt de socioloog, waarbij mensen alleen nog maar in zichzelf geïnteresseerd zijn.

Parallel aan deze ontwikkeling ziet de socioloog een andere houding in Chili ten opzichte van de natuurrampen. „Je kunt de krachten van de natuur niet elimineren. Maar je kunt wel samen optreden, aan de slag gaan, solidariteit tonen. Opstaan als natie na een natuurramp kan alleen als je dat doet als gemeenschap. En dat gebeurt nu niet meer.”

De recente plunderingen in de grote stad Concepción, waar de scheidende president Michelle Bachelet duizenden militairen heeft ingezet om de orde te handhaven, ziet Garretón als voorbeeld van het doorgeschoten individualisme. „Waarom elkaar bestelen, in plaats van helpen?”

Een zekere gemeenschapszin heerst volgens de socioloog nog wel in Valparaíso, de stad met talrijke sloppenwijken waar ook een huis van de in 1973 overleden dichter Neruda staat. Garretón: „De stad is vaker geraakt door aardbevingen en dit keer weer, maar de bewoners helpen elkaar, met alles.”

Van alle tijden is de angst voor het natuurgeweld. Als de aarde begint te schuiven, verdwijnen de vaste regels en normen tussen mensen. „Je wordt als Chileen geconfronteerd met je overlevingsinstinct, de wil om niet dood te gaan”, zegt Garretón. „Daar hebben wij inmiddels ervaring mee, daar leven wij mee.”

En dan is de stap naar criminaliteit kleiner dan gewoonlijk. Ook de jonge Darwin refereert er aan als hij in een reisverslag het bezoek aan het getroffen Concepción beschrijft. „Degenen die er in geslaagd waren enig bezit te redden, moesten er voortdurend op letten, omdat er dieven rondslopen.”