Meisje dwingt bijna net zo vaak tot seks als jongen

Afgedwongen seks komt vaker voor dan je denkt, ontdekten een psycholoog en een criminoloog. „Het zijn niet alleen een paar gestoorde delinquenten.”

Heb jij wel eens iemand anders gedwongen tot seksuele handelingen? Ga maar eens bij jongeren langs met die vraag. Klinisch psycholoog Jan Hendriks en criminoloog Anne-Marie Slotboom deden dat. Deze week worden de resultaten van hun onderzoek gepubliceerd in het Tijdschrift voor Seksuologie. Die zijn opmerkelijk. Eén op de tien jongens en één op de twaalf meisjes heeft wel eens seksuele dwang gebruikt.

Het gaat om afgedwongen zoenen en aanraken tot en met geslachtsgemeenschap en orale seks. De onderzoekers wilden ook weten of er verschillen waren tussen jongeren met een lagere of hogere opleiding. En of het uitmaakt of de jongen of het meisje van Marokkaanse, Turkse of Antilliaanse afkomst is, of Nederlander.

Er is weinig onderzoek gedaan naar zelf gerapporteerd grensoverschrijdend seksueel gedrag bij jongeren. Het is lastig te onderzoeken omdat jongeren geneigd zijn sociaal wenselijke antwoorden te geven. In de Verenigde Staten zijn verschillende studies gedaan naar seksueel grensoverschrijdend gedrag bij volwassenen. Naar jongeren is onderzoek gedaan in Duitsland en Nederland. Uit dat Nederlandse onderzoek uit 2005 onder ruim 4.000 jongeren bleek dat ruim 4 procent van de jongens en ruim 1 procent van de meisjes zegt iemand ooit te hebben gedwongen tot seks. Bij nog wat later onderzoek werden iets hogere percentages gevonden. Volgens Hendriks wordt bij deze onderzoeken in de vragen niet uitgelegd wat de seksuele dwang volgens de onderzoekers precies inhoudt. Hendriks: „Het antwoord hangt af van wat iemand er zelf onder verstaat.”

Hendriks (hoofd afdeling jeugd van de forensische polikliniek De Waag en bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit) en Slotboom (universitair docent en onderzoeker Vrije Universiteit) ondervroegen 833 jongens en meisjes die tussen de 15 en 23 jaar oud waren. Ze verdeelden hen in een groep met een hoog risico, een groep met een gemiddeld risico en een groep met een laag risico. De hoogrisicogroep bestond uit jongeren uit acht Nederlandse justitiële jeugdinrichtingen. Zij zaten daar opgesloten, maar niet wegens een seksueel delict. Het grootste deel van hen volgt een vmbo- of mbo-opleiding.

De middenrisicogroep bestond uit vmbo- en mbo-scholieren, afkomstig van drie scholen. De laagrisicogroep uit jongens en meisjes van drie vwo-scholen en uit eerstejaarsstudenten medicijnen aan de VU in Amsterdam. Bijna alle jongeren leverden de vragenlijst in. De jongeren uit de jeugdinrichtingen kregen als dank voor het invullen 5 euro.

Dat van alle ondervraagde jongeren ruim 10 procent van de jongens en 8 procent van de meisjes wel eens iemand tegen zijn of haar zin had gedwongen tot seksuele handelingen, verbaasde de onderzoekers. „De meisjes doen nauwelijks onder voor de jongens”, zegt Hendriks. „Dat hadden we niet verwacht. En de percentages liggen veel hoger dan uit eerder onderzoek bleek.”

De resultaten kunnen iets vertekend zijn, zegt Hendriks, omdat in het onderzoek jongeren met een hoger risico zijn oververtegenwoordigd. „Maar dan nog”, zegt hij, „als je alleen kijkt naar de vmbo- en mbo-scholieren, zie je ook een veel hoger percentage dan eerder werd gevonden.”

In de vergelijking tussen verschillende groepen blijkt dat de vwo-scholieren nauwelijks seksuele dwang rapporteren. Verder zijn de verschillen tussen vmbo/mbo-scholieren en de jongeren in een jeugdinrichting groot. Twee keer zoveel jongens uit de jeugdinrichting (ruim 17 procent) melden seksuele dwang in vergelijking met de vmbo/mbo-scholieren (ruim 8 procent). En dat terwijl de jongens uit een inrichting gemiddeld twee jaar jonger zijn dan de scholieren op vmbo en mbo. Vmbo/mbo-meisjes melden vaker seksuele dwang gebruikt te hebben dan meisjes uit de inrichting. Dat kan verklaard worden doordat de inrichtingsmeisjes gemiddeld twee jaar jonger zijn.

Hendriks denkt dat het verschil met eerder onderzoek vooral komt doordat hij en Slotboom veel meer gedetailleerde vragen stelden. Hendriks: „Je vraagt niet of een jongere wel eens seksuele dwang heeft gebruikt. Maar bijvoorbeeld: ‘Heb je wel eens iemand met woorden onder druk gezet om seksuele handelingen toe te laten?’ Sommigen vinden dat misschien normaal en zouden dat bij een algemene vraag niet als dwang zien.”

Het onderzoek nuanceert het traditionele beeld van een jongen als dader en een meisje als slachtoffer, zegt Hendriks. „Onverwacht veel jongeren vertonen grensoverschrijdend gedrag. Het zijn niet alleen een paar gestoorde zedendelinquenten.”

Hendriks en Slotboom probeerden ook uit te vinden of bepaalde factoren seksueel grensoverschrijdend gedrag kunnen voorspellen. Voor meisjes blijkt alleen druk van andere meisjes om seksueel actief te zijn, de kans op gebruik van dwang te vergroten. Bij de hoogrisicogroep is er meer kans op dwang als het meisje ooit is misbruikt door een onbekende. Bij jongens is alleen traumatische ervaring met seksueel misbruik door een bekende een voorspeller van gebruik van dwang. Etniciteit blijkt geen voorspeller.