Machiavelli bij de thee

Het is nooit prettig om feestjes van anderen te bederven en dus deed ik er maar het zwijgen toe, toen Wouter Bos gisteravond op tv opgelucht tegen zijn aanhang riep: „De PvdA is weer terug!”

Ook mijn vrouw, doorgaans slapend lid van deze partij maar nu klaarwakker, glom van triomf. Toch een beetje merkwaardig, vond ik, want intussen vlogen de door de PvdA verloren raadszetels bij honderden door de ramen van de Nederlandse stadhuizen – wég met al die versleten stoelen.

Ik ging maar een potje thee zetten (ja, rooibos), terwijl ik mijn kaken krampachtig op elkaar hield. Maar in zulke situaties doe je het nooit goed, zelfs de neutraalste oogopslag wordt nog in je nadeel uitgelegd.

„Wat zit je nou te mokken?” vroeg ze, „je hebt toch zelf ook PvdA gestemd?”

Dat was waar, maar daar waren twee goede redenen voor: 1. In Lodewijk Asscher had de Amsterdamse PvdA een veelbelovende politicus die met kop en schouders boven de rest uitstak. 2. D66 wilde van Amsterdam liefst één groot terras maken waarop je 24 uur achter elkaar De vlieger van André Hazes mocht zingen.

Ik knikte dus, maar bracht meteen enkele ervaringen met de PvdA van de afgelopen jaren in herinnering. Bijvoorbeeld al die partijbijeenkomsten waarop door neorechtse vriendjes van Bos, en soms ook in aanwezigheid van Bos zelf, nooit Wilders werd aangevallen, maar juist Pechtold – dát was de man die met de moslims heulde en niet opkwam voor de vrijheid van meningsuiting.

„En wat zie je Bos nu doen”, zei ik, „hij pikt het anti-PVV-standpunt van Pechtold en hij maakt er goede sier mee. Hij wordt weer links nu het loont.”

„Beter laat dan nooit”, zei mijn vrouw.

Machiavelli is overal, zelfs bij een potje rooibosthee.

Ik zweeg maar weer en concentreerde me op de grootste winnaar en de grootste verliezer van de avond, respectievelijk Sietse Fritsma en Agnes Kant. „We zijn binnen in Den Haag, een doorbraak van jewelste”, snoefde Fritsma met de opgewondenheid van een handelsreiziger die zijn baas wil inprenten hoe knap hij de concurrentie met een vette order heeft afgetroefd.

Ik keek naar het hoofd van Fritsma en vroeg me af hoe het toch kwam dat ze bij de PVV vooral dit type hoofd met dit type spraak in de aanbieding hadden. Krijg je ze bij de Hema met korting als je er maar genoeg van afneemt?

En daar was Agnes, ach, Agnes. Ik begin met haar mee te lijden, hoewel ik nooit op haar of haar partij gestemd heb. Iedereen danst nu op haar graf – dat graf waar Wouter Bos met veel gewurm uit is opgestaan. Ze praat en zit erbij als iemand die weet dat alles verloren is en die het daarom niets meer kan verdommen hoe men over haar denkt.

Ik verwacht dat ze binnenkort Hamer en Halsema met de koppen tegen elkaar slaat, Pechtold aan het mes rijgt en Rutte ontmaagt.

„Heb je dan helemaal niks leuks gezien?” vroeg mijn vrouw na het ook al bedroevende slotdebat.

„Toch wel”, zei ik. „Herman van der Zandt. Dé man van de avond. Altijd een onopvallende nieuwslezer, maar nu opeens een man van bravoure, de kampioen van het touchscreen. Knip! Ták! Woesj! Touch Herman! Ook Ferry Mingelen krijgt het nog moeilijk.”