'Inhoudelijk heb ik geen spijt'

De onderzoeken van de twee toezichthouders AFM en DNB naar de rol van Gerrit Zalm bij DSB zijn voltooid. Hun conclusies verschilden, maar voor Zalm is de zaak afgedaan.

Zelf ziet Gerrit Zalm zijn periode bij de DSB Bank nu als afgesloten. „Het is klaar”, zegt hij. In de Tweede Kamer kunnen ze nog van alles vinden. De toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) kan zeggen dat hij moet opstappen. Maar De Nederlandsche Bank (DNB) heeft geoordeeld dat hij voldoet aan de eisen van deskundigheid om bankbestuurder te zijn. En ook over zijn betrouwbaarheid is geen twijfel meer. „Uiteindelijk is DNB de instantie die een oordeel moet vellen over een bankbestuurder.” En de AFM? „Misschien moet de AFM nu zelf even nadenken.”

Maandenlang heeft huidig ABN Amro-topman Gerrit Zalm moeten wachten op het hernieuwde oordeel van de toezichthouders DNB en AFM. Een jaar was hij financieel directeur van de DSB Bank van Dirk Scheringa. Maar in oktober 2009, een jaar na zijn vertrek, ging de DSB Bank failliet. En toen was ineens de vraag welke rol Zalm binnen de bank uit Wognum had gespeeld. Had hij goed gefunctioneerd bij de bank van Scheringa? Is hij nog betrouwbaar en deskundig genoeg om nog steeds een belangrijke functie te hebben in de financiële sector? Kan hij blijven bij ABN Amro?

Dinsdag kwam het oordeel. DNB keurde Zalm goed. De AFM keurde Zalm af. Maar Gerrit Zalm wijst daarom graag naar het oordeel dat de onafhankelijke onderzoeker Michiel Scheltema vervolgens weer gaf over de onderzoeken van DNB en AFM. „Hij zegt dat het oordeel van de AFM onvoldoende onderbouwd is.”

Aan AFM-voorzitter en VVD-partijgenoot Hans Hoogervorst stuurde Zalm inmiddels een sms’je. Dat het misschien goed is om elkaar binnenkort even te spreken. Hoogervorst liet direct weten dit een goed idee te vinden. Zalm: „Ik heb geen wraakgevoelens, maar we moeten toch verder met elkaar. En dan moet er wel een normale werkverhouding ontstaan. Dat is belangrijk, voor mij en voor de bank.”

U zegt dat de zaak nu afgesloten is, maar blijft er juist geen twijfel bestaan met het negatieve oordeel van de AFM?

„Dat ervaar ik niet zo. Het is ook niet zo dat er twee oordelen zijn. De AFM heeft een oordeel gegeven aan DNB en die heeft dat meegewogen in haar conclusie. Dat heeft DNB op een verantwoorde manier gedaan, blijkt uit het verslag van Scheltema. Ik voel mij hier buitengewoon goed bij. Er is een ververlende periode afgesloten.”

Maar er zijn bijvoorbeeld Tweede Kamerleden die ook zeggen dat u niet volledig bent vrijgepleit.

„Ach, ja, dat komt ook niet helemaal onverwacht. Ik weet hoe dat werkt in Den Haag, het is verkiezingstijd. Kamerleden moeten dan eerst bedenken dat zij hebben aangedrongen op deze procedure, met twee toezichthouders die een oordeel geven.”

Een van de twee toezichthouders vindt dat u weg moet, u heeft niet overwogen om op te stappen?

„Geen moment. De onderbouwing van de AFM rammelde.”

Toen u financieel directeur werd stond DNB op het punt een stille curator te benoemen bij DSB. Wist u dat toen?

„Ja. Schilder [destijds bestuurder van DNB, red.] had de brief voor de aanstelling van de curator op zijn bureau klaarliggen toen ik daar voor een gesprek kwam. Ik wist dat er grote problemen waren, de situatie bij DSB was ernstig.

„Er was al verhoogd toezicht, en als dan ook nog de financieel directeur opstapt, weet je dat er paniek uitbreekt op het Frederiksplein. Ik zou niet in een gespreid bedje terechtkomen. DNB liet mij toen weten dat ze heel blij waren dat ik financieel directeur zou worden.”

Heeft u achteraf spijt van uw beslissing om naar DSB te gaan?

„Als je kijkt naar de negatieve publiciteit had ik het wellicht beter niet kunnen doen. Maar inhoudelijk heb ik geen spijt. Ik vind dat ik in het jaar dat ik financieel directeur was aanzienlijk heb bijgedragen aan de koerswijziging binnen DSB. Aan de kostenbeheersing, de solvabiliteit, liquiditeit. Ook daalde het aantal leningen dat te hoog was in verhouding tot het inkomen van een klant dramatisch. En we hebben een nieuw model uitgewerkt over hoe de bank geld moest gaan verdienen. De DSB Bank moest niet meer afhankelijk zijn van de provisies die werden verdiend met de verkoop van verzekeringen.”

Maar de bank was daar groot mee geworden, de verkoop van leningen in combinatie met verzekeringen. De bank verdiende honderden miljoenen aan provisies. Waarom wilde u dat veranderen?

„Het provisiemodel was financieel en maatschappelijk niet langer duurzaam. En ik heb ook gezegd dat het model een risico was voor de reputatie en het imago van de bank.”

Maar u vond het niet moreel verwerpelijk?

„Die provisies werden overal gevraagd. Dat is nou eenmaal de prijsvorming in de vrije markt. Wie weet wat de provisie is van een schoenmaker? Die heeft waarschijnlijk ook een provisie van 60 procent.

„Het belangrijkste is dat een bank transparant is naar de klant, goede voorlichting geeft en hem een keuze geeft. Een klant moet aan het einde zeggen dat hij een goed financieel product heeft gekocht en weten wat hij ervoor betaald heeft. Als je de beste consumentenbank wilt zijn, moet dat ook blijken uit je tarieven.”

Dat was bij de DSB Bank toch vaak heel onduidelijk?

„Daar viel nog wel een en ander te verbeteren.”

Heeft u nog wel eens contact met Dirk Scheringa?

„Af en toe. Hij leefde de afgelopen tijd met mij mee toen er veel negatieve publiciteit was. En toen DSB failliet ging heb ik hem een sms’je gestuurd om hem en zijn vrouw veel sterkte te wensen.”

Was DSB ook failliet gegaan als u was gebleven?

„Dat durf ik niet te zeggen.”