Europa stelt ambitie naar beneden bij

In 2000 zag de EU het nog helemaal zitten. Het wilde de wereldeconomie leiden.

Dat doel is door de crisis en gebroken beloftes uit zicht.

In het jaar 2000 wilde Europa nog „de meest dynamische competitieve kenniseconomie ter wereld” worden. Dat moest in 2010 bereikt zijn. Nu ís het 2010. En het doel luidt nu „om de EU weer op het pad van de welvaart te krijgen”.

Als er iets blijkt uit de EU2020-strategie, de economische toekomstvisie die de voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso gisteren in Brussel presenteerde, dan is het wel hoe bescheiden Europa in één decennium heeft moeten worden.

Tien jaar geleden, toen EU-landen akkoord gingen met de zogeheten Lissabonstrategie, dachten regeringen nog dat zij met flexibelere arbeidsmarkten, een groenere, digitale economie en grotere investeringen in wetenschappelijk onderzoek de slag met de VS, en vooral ook met de Chinezen, Brazilianen, Indiërs en andere opkomende economieën, ruimschoots aankonden. Door slim te investeren kon het hoogopgeleide, welvarende Europa een prachtig specialisme opbouwen.

Dit jaar verstrijkt de deadline van deze ambitieuze Lissabonstrategie. Barroso, die zijn ziel en zaligheid aan het welslagen van ‘Lissabon’ verbond, geeft toe: de meeste doelstellingen zijn niet gehaald. Deels komt dat doordat er te veel doelen en subdoelen waren, zodat landen zich niet verplicht voelden ze allemaal te halen. Omdat elk land zijn eigen economische politiek voert en dus andere prioriteiten heeft, wandelde iedereen met zijn karretje langs de ‘Lissabonschappen’ als in een supermarkt: de één kocht yoghurt, de ander biefstuk, de derde had geen tijd of geld om boodschappen te doen.

Maar zelfs toen hoofd- en bijzaken in 2005 beter werden gescheiden (werkgelegenheid kreeg topprioriteit), en de lidstaten inbreng kregen bij de evaluatie, werden de hoofddoelen – 70 procent van de bevolking aan het werk, 3 procent van het nationaal inkomen investeren in onderzoek en ontwikkeling (R&D) – in veel landen niet gehaald. Toegegeven, sommige onderdelen van ‘Lissabon’ werden hier en daar gerealiseerd. Zo wist Duitsland met een flexibeler arbeidsmarkt (en loonmatiging) de productiviteit op te schroeven.

Maar de crisis doet deze voortgang weer teniet. Werkgelegenheidprogramma’s in veel EU-landen hebben het afgelopen jaar mensen aan het werk gehouden. De nadruk op dit sociale aspect was een bewuste keus. Zo ging er (nog) geen autofabriek dicht in Europa. Maar in termen van ‘Lissabon’ heeft dit een prijs: Amerikaanse bedrijven grepen de crisis aan om massaal werknemers te ontslaan. Dat versterkt hun positie ten opzichte van Europese bedrijven.

Dat de Lissabonstrategie een opvolger kreeg, wist iedereen. „We moeten een strategie hebben”, zei Barroso onlangs, „anders worden we door de globalisering weggevaagd.” Vóór de crisis hadden EU-landen steeds meer groei nodig om de negatieve effecten van de vergrijzing op hetzelfde peil te houden. Doordat die groei nu zowat is gestopt – dit jaar groeien EU-economieën gemiddeld maar 0,7 procent – verergeren die effecten. Als Europa geen langetermijnstrategie ontwikkelt, zei Barroso fel, „wordt het irrelevant”.

Net als ‘Lissabon’ heeft EU2020 een looptijd van tien jaar. De thema’s zijn identiek aan die in 2000: klimaatverandering, globalisering (het verplaatsen van fabrieken), de vergrijzing en technologische ontwikkelingen die constante innovatie vereisen. Over de doelen van EU2020 heerst dan ook consensus: 75 procent werkgelegenheid, 3 à 4 procent van het bruto binnenlands product moet in R&D geïnvesteerd worden en de CO2-uitstoot moet met 20 procent omlaag. De vraag blijft echter: is er enige kans dat de strategie ditmaal wordt uitgevoerd?

Sommigen vrezen dat ook EU2020 een fiasco wordt, omdat landen de politieke wil niet hebben om economisch beter samen te werken. In crisistijd denken regeringen meer nationaal dan Europees. De vraag is ook of zij wel geld hebben voor breedband- of biotechnologie. Bijna alle EU-landen hebben torenhoge begrotingstekorten. Eurocommissaris Olli Rehn, die het Stabiliteitspact bewaakt, roept hen op hevig te bezuinigen.

Een functionaris van het Duitse ministerie van Financiën berekende dat het meer dan twintig jaar duurt om het gat dat in 2008 en 2009 is geslagen, te dichten. Sommige hervormingen uit EU2020 zijn gratis – zoals eindelijk de dienstenrichtlijn van Bolkestein uitvoeren, of de bureaucratie verminderen. Maar andere vergen stevige uitgaven.

Vandaar dat de Duitse bondskanselier Angela Merkel deze week een bezorgde brief aan Commissievoorzitter Barroso schreef. Haar land krijgt de rekening gepresenteerd van het fiscaal uitgegleden Griekenland. Zij vreest dat het niet bij Griekenland blijft. Zij vindt dat Barroso tegenstrijdige boodschappen afgeeft: enerzijds moeten landen zich van hem aan het Groei- en Stabiliteitspact houden en bezuinigen, anderzijds roept hij om meer groene investeringen. Als hij niet duidelijk maakt dat het Pact belangrijker is dan EU2020, dreigt Merkel deze mooie toekomstvisie niet te ondertekenen.