... en brede colleges

Het electorale terrein in stedelijk Nederland ligt braak. Nagenoeg nergens hebben de raadsverkiezingen in de grotere steden geleid tot heldere meerderheden. Dat komt doordat de PvdA bijna overal significant veel heeft verloren en het CDA zelfs is gemarginaliseerd.

De PvdA wordt op twee flanken klem gezet. In veel steden met een arbeiderstraditie is de partij naar de tweede plaats verdrongen of met hangen en wurgen de grootste gebleven. Almere, Rotterdam en Den Haag illustreren dat de PVV en de Leefbaren ook de sociaal-democraten niet ongemoeid laten.

In steden met een universiteit en/of creatieve industrie verliest de PvdA aan vrijzinnige concurrenten als D66 en GroenLinks. Het feit dat GroenLinks in Utrecht het grootst is, mag spectaculair genoemd geworden. Dat D66 die positie heeft in onder meer Leiden, Delft, Wageningen en Haarlem zegt ook veel. Alleen Amsterdam is atypisch gebleven. D66 ambieerde er openlijk de PvdA af te lossen als eerste partij maar heeft deze verwachtingen niet waargemaakt en bleef achter VVD en GroenLinks op de vierde plaats steken.

De neergang van het CDA in de grotere steden lijkt eveneens fundamenteel. De partij moet bijna overal, zelfs in Noord-Brabant, genoegen nemen met een derde, vierde of nog lagere plaats op de electorale ranglijst. Ook waar ze in de oppositie verkeerde – zoals in Amsterdam en Den Haag – heeft de partij pijnlijk veel verloren. Het CDA is kennelijk niet in staat de grootstedelijke sociaal-culturele vragen van een eigen antwoord te voorzien.

Door deze versplintering zal het in een aantal grotere steden moeilijk worden om coherente programcolleges te formeren. Zelfs het ‘afspiegelingscollege’, een model uit de jaren vijftig en zestig waarbij alle partijen naar gewicht een plaats kregen, is door het brede verlies van het CDA geen reële optie meer.

In Amsterdam en Utrecht ligt het voor de hand dat PvdA respectievelijk GroenLinks aansturen op een vrijzinnig links college met D66. Beide partijen zouden er overigens goed aan doen de VVD, die in deze steden eenzesde van de kiezers vertegenwoordigt, bij de besprekingen te betrekken. In Den Haag, waar zich geen meerderheid met de PVV aandient, ligt een paarse coalitie, eventueel aangevuld met Groen Links, voor de hand. Hier is het primair aan de VVD om die stap, ter wille van de bestuurbaarheid, te durven zetten.

Rotterdam en Almere lijken op een bestuurlijke impasse af te stevenen. In Almere staan VVD en Leefbaren voor de keus of ze de PVV in het college brengen. Anders resteert alleen de variant paars+. In Rotterdam staan de PvdA en Leefbaar met rode koppen tegenover elkaar. Ze hebben evenveel zetels en programmatisch meer gemeen dan ze willen toegeven. Maar de leiders kunnen niet door één deur. De PvdA sluit Leefbaar uit. Omgekeerd versterkt Leefbaar, met zijn eis tot hertelling van de stemmen, ook het onderlinge wantrouwen.

Hopelijk zet Rotterdam niet de trend. In de gemeenten is nu juist een bereidheid tot flexibiliteit en compromis nodig om de versnippering bestuurlijk in goede banen te leiden.