De truc van visionair Mandela

Regisseur Clint Eastwood slaat nieuwe wegen in met zijn film over Mandela, Invictus.

„Dirty Harry is een inferieur karakter naast Mandela.”

Wraak is een constante in het werk van Clint Eastwood. In zijn spaghettiwesterns, in de Dirty Harry-reeks. Achter de camera onderzocht hij in zijn beste films de tragiek van de wraak: onontkoombaar in Unforgiven, onherroepelijk in Mystic River.

En nu dan Invictus: een politieke feelgoodmovie over vergiffenis. „Are you growing soft, mr. Eastwood”, grapt een journalist in het Londense Clarid ges Hotel, waar Clint Eastwood met Morgan Freeman en Matt Damon zijn film toelicht: Freeman speelt Nelson Mandela en kreeg daarvoor een Oscarnominatie, Damon speelt rugbycaptain François Pienaar.

Matt Damon is in een speelse bui. „Clint soft? Wacht maar tot je Invictus II ziet”, zegt hij. „De wraak van Mandela.” Als het lachsalvo over is, neemt Eastwood het over. „Dirty Harry is simpelweg een inferieur karakter naast Nelson Mandela. Wie van beiden zou u het liefst aan de leiding van uw land willen zien?”

Hoe zorg je ervoor dat een film over zo’n universeel geliefd en geprezen man als Mandela niet saai wordt? Invictus ontkomt niet aan momenten van politieke bombast, toch heeft deze film een handige oplossing gevonden: de conventies van de Amerikaanse sportfilm, waar de underdog wint op wilskracht, in dienst stellen van zijn politieke genie. Die sport is rugby. „Uiteraard is dit geen sportfilm”, zegt Eastwood. „Het gaat om Mandela die zo visionair was deze sport te gebruiken om een land op de rand van de burgeroorlog te verenigen.”

Invictus is gebaseerd op het prachtige boek Playing with the Enemy van John Carlin, voormalig correspondent voor The Independent in Zuid-Afrika. Carlin analyseert in zijn boek hoe Nelson Mandela begin jaren negentig een vreedzame overgang van apartheid naar ANC-bewind voor elkaar bokst door vanaf het moment dat hij in 1992 vrijkwam nooit toe te geven aan revanche, maar al zijn energie te richten op het inpalmen van bange blanken die zich schrap zetten voor de zwarte wraak. Als president wist Mandela tijdens de in 1995 in Zuid-Afrika gehouden World Cup de hele natie achter de Springbokken te verenigen, het nationale rugbyteam.

Rugby is de grote passie van Afrikaners. Voor zwarten was het groen-goud van de Springbokken een gehaat symbool van apartheid: zelf voetbalden zij en kwamen ze alleen naar een rugbystadion om de tegenpartij aan te moedigen. Mandela gaf zijn aanhang min of meer een bevel de Springbokken te steunen.

„Een verbazingwekkend verhaal”, zegt Eastwood. „Mandela stak enorm veel politiek kapitaal in de Springbokken, zijn achterban begreep er niets van. En ze leken ook geen schijn van kans te hebben tegen een zo sterke tegenstander als de All Blacks uit Nieuw-Zeeland. Zo’n gok, hij leek wel helderziend.”