Altijd alert op collaborateurs

De zoon van een leider van Hamas gaf vorige week toe voor Israël te hebben gespioneerd. Gevangenen worden vaak onder druk gezet om dat te doen.

Hij is de brug overgestoken, is de gangbare uitdrukking onder Palestijnen om verraders en collaborateurs aan te duiden. Het is een eufemistische term die past bij een pijnlijk onderwerp, zegt Saleh Jawad, hoogleraar politicologie. „In ieder Palestijns dorp, in iedere gemeenschap, zit wel iemand die de Israëliërs in meer of mindere mate informatie verschaft. Die kennis verlamt ons Palestijnen. Je weet dat je altijd op je hoede moet zijn.”

Saleh Jawad deed als wetenschapper onderzoek naar collaboratie onder Palestijnen – een verschijnsel waar hij zelf ooit mee te maken heeft gehad. In de jaren tachtig, toen hij in de Israëlische cel zat wegens zijn werk voor de partij Al-Fatah, werd hij onder druk gezet door geheime dienst om zijn diensten te verlenen.

Saleh Jawad was een aantrekkelijke kandidaat om te gaan spioneren. Hij is de zoon van Fatah-leider Abdul Jawad, minister onder Yasser Arafat. „Het verzoek wees ik af, maar de verleiding om mee te werken was erg groot”, zegt hij in een café in Ramallah, op de bezette Westelijke Jordaanoever. „Het zou me voordelen hebben opgeleverd.”

Waar Saleh Jawad weigerde, bleek vorige week een andere zoon van een Palestijnse leider wél jarenlang gespioneerd te hebben voor de Israëlische geheime dienst. Mosab Hassan Yousef, de zoon van een Hamas-leider op de Westelijke Jordaanoever, publiceerde een boek met details over zijn bestaan als collaborateur. Yousef, tot het christendom bekeerd toen hij in de Israëlische cel zat en nu woonachtig in de Verenigde Staten, voorkwam naar eigen zeggen tientallen geplande aanslagen. Ook zou hij Israël op het spoor hebben gebracht van de populaire Fatah-leider Marwan Barghouti, die nu een levenslange gevangenisstraf uitzit in Israël.

Voor Israël is de informatie van Palestijnen zelf een belangrijk wapen tegen Hamas, dat Gaza regeert, en voor het in stand houden van de bezetting van de Westelijke Jordaanoever. Tijdens de Gaza-oorlog van de vorige winter, die circa 1.400 levens eiste, bleek het Israëlische leger te weten waar belangrijke Hamas-kopstukken zich schuilhielden.

Mosab Hassan Yousef zei dat hij uit vrije wil handelde. Palestijnen die uit overtuiging collaboreren zijn echter schaars, zegt Jawad. „Gevangenen worden vaak onder grote druk gezet om hun kennis in te zetten voor Israël. Zo ging dat in mijn geval ook.” Kwetsbare groepen, zoals homoseksuelen, zijn chantabel en daarmee interessante kandidaten.

De risico’s zijn groot. Bij ontdekking wacht vaak de doodstraf, soms een gevangenisstraf.

Jawad zat vijftig dagen in een isoleercel toen hij van de geheime dienst het een voorstel kreeg om zijn informatie te delen. Geen gevoelige onderwerpen. Geen kennissen verraden, maar analyses geven van netwerken en stromingen binnen Fatah. „Het klonk aantrekkelijk. Ik zou vrijkomen. Ze zouden zelfs een mooie politieke toekomst voor me regelen, via invloedrijke partijleden die ook spioneerden. Familieleden van politieke kopstukken, zoals ik, zijn favoriet. Een grote vis vragen ze niet voor het vuile werk. Dat laten ze over aan mensen die aan de rand van de maatschappij staan.”

Abu Mohammad is daar een voorbeeld van. Hij woont in een buitenwijk van het Israëlische stadje Sderot, dichtbij de Gazastrook. Zijn huis is vervuild, overal liggen lege dozen en flessen. De televisie staat hard aan op Al Jazeera.

Abu Mohammad, een gezette man in T-shirt, werkte jarenlang als collaborateur voor Israël in de Gazastrook voordat hij eind jaren negentig het gebied ontvluchtte. Hij vertelde zijn informant in Israël over de telefoon wat hij wist, jarenlang. „Ik heb altijd veel vijanden gehad in Gaza. Mijn familie heeft er nooit bijgehoord, ik had niets te verliezen.” Het ging vooral om informatie over lagere Hamas- en Fatah-leden, in hogere kringen had hij geen connecties.

Israël bood hem asiel nadat zijn werk uitkwam. In Sderot, nota bene in de stad in Israël die het meest getroffen is door raketten vanuit Gaza, wonen veertien Palestijnse families, allemaal gevlucht omdat familieleden collaboreerden. Abu Mohammad: „En nu zit ik hier. Ik rook vier pakjes sigaretten per dag, en ik lijd aan obesitas.” Dat hij de Gazastrook, op loopafstand, nooit meer zal zien, staat voor hem vast. „Mijn leven stelt niet veel meer voor.”

Hoeveel Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook informatie verschaffen aan Israël, is volgens politicoloog Saleh Jawad onmogelijk te zeggen. „Een jongen die tijdens een verhoor zegt wie nog meer stenen gooide, is dat een collaborateur? Wat wel zeker is, is dat er informanten op alle niveaus zitten, zowel binnen Fatah op de Westelijke Jordaanoever als Hamas in de Gazastrook. Iedereen weet het, en dat maakt de Palestijnse samenleving licht schizofreen.”