Alleen de SP-campagneleider sipt bij het ontbijt

Campagneleiders evalueerden vanmorgen de stembusstrijd. En blikten alvast vooruit.

Het is traditie: hoe kort ze ook hebben geslapen, de campagneleiders van de politieke partijen treffen elkaar op de ochtend na een verkiezingsdag bij een ontbijt in het Haagse perscentrum Nieuwspoort. Daar evalueren ze de campagne. Het is dan voor de campagneleiders zaak om verlies manmoedig te dragen of anderen een overwinning niet al te eufoor in te wrijven.

Dat laatste lukt, het eerste gaat dit keer minder goed.

Vooral Hans van Heijningen, al jarenlang eerstverantwoordelijke voor de campagnes van de SP, slaagt er nog niet in met bekende politieke clichés de pijn van het verlies weg te wrijven. Terwijl Michael Sijbom van het verliezende CDA zegt „vol vertrouwen” weer aan de slag te gaan voor de Kamerverkiezingen van 9 juni, toont Van Heijningen tot twee keer toe de twijfel binnen de eigen gelederen. Op de vraag of de SP met Agnes Kant aan het hoofd kan winnen, zegt hij nog: het is te makkelijk om bij tegenslag direct naar de personele bezetting te kijken. Maar op de vraag of het haar geloofwaardigheid wel ten goede komt dat oud-partijleider Jan Marijnissen in allerhande televisieprogramma’s bij voortduring oproept tot vertrouwen in Kant, zegt hij: „Daarover zullen we binnenkort in het partijbestuur indringend met elkaar spreken”. En de manier waarop Kant afgelopen week Geert Wilders van repliek diende, noemt hij „niet goed”. Kant had geen link met de Tweede Wereldoorlog moeten leggen.

GroenLinks-campagneleider Jaap de Bruijn: „Als ik Agnes Kant was en jou hier dit zou horen zeggen, zou ik heel boos op je zijn.”

De onzekerheid bij Van Heijningen lijkt nog groter als hij later, als enige, oproept de linkse krachten te bundelen. Al was het maar tegen de opmars van Geert Wilders, die hij verwijt een ‘neoliberaal’ in vermomming te zijn: Wilders shopt willekeurig ter linkerzijde om „sociaal te lijken”.

Boudewijn Revis, van de VVD, waarschuwt juist voor een strijd van „wij tegen Wilders” in de komende weken. Revis: „Zoiets zou een cadeautje voor hem zijn. Wij moeten allemaal zo goed mogelijk onze eigen oplossingen naar voren brengen, als zelfstandige partijen.”

Annelou van Egmond (D66) ergert zich aan deze bespiegelingen over Wilders: „Er is één partij waarvan de campagnestrateeg vandaag niet uit zijn bed wilde komen, en dat is de PVV. En toch praten we nu alweer veel te lang over die partij. Dat is een patroon. En dat moeten wij doorbreken.” D66 is een van de grote winnaars. Van Egmond geeft haar collega’s een tip: gooi je geld weg. „Halveer je campagnebudget. Echt. Wij hadden helemaal niets; wij voerden een shoestring campagne, zonder metersgrote posters. Juist dan ben je gedwongen creatieve oplossingen te verzinnen. Want geloof me: met dure folders en posters koop je geen stemmen.”

Revis (VVD): „Ik doe niets met je tip. Maar ik hoop dat de anderen dat wel doen.” Gelach. Maar eenmaal uitgelachen, komt Lilianne Ploumen (PvdA) haar D66-collega tegemoet. „Wij gingen van deur tot deur. In Heerenveen zijn we zelfs bij íédereen langsgegaan. Dat kostte niets, maar leverde eindeloos veel op.” Hoezo? Ploumen, voorzitter en campagneleider van het verliezende PvdA, blijkt een bekende les van campagnestrategen goed te beheersen: presenteer je verlies altijd als winst.

Michael Sijbom (CDA) brengt een andere les in praktijk: niet te snel een oude, ooit succesvolle strategie overboord zetten. Op de vraag of hij na vier kabinetten-Balkenende en een hoop coalitietrammelant de eigen partij nog altijd als betrouwbaar, degelijk en zelfs als een tikje saai wil presenteren, zegt hij: „Ja. Het CDA ís nog altijd de betrouwbare, stabiele bestuurspartij. Let wel: wíj hebben niet gebroken met het kabinet.”