Zijn ze echt katholiek, die hostiehomo's?

Ging het de homoseksuelen in Den Bosch zondag echt om de hostie? Of was het een kwestie van menen overal recht op te hebben, vraagt G.P.J. van der Heijden zich af.

De Rooms-Katholieke Kerk staat opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. Het begon als een gebeurtenis in Reusel. Een openlijk homoseksuele Prins Carnaval die geen hostie krijgt tijdens een carnavalsmis wegens zijn seksuele geaardheid. Vervolgens een demonstratie in Reusel op 21 februari en op zondag 28 februari een demonstratie in en bij de Sint-Janskathedraal in Den Bosch.

In deze bijdrage wil ik niet ingaan op de verschillende redenen, op wie er gelijk zou kunnen hebben. De verantwoordelijken binnen de kerk kunnen dit zelf heel goed – en hun tegenstanders ook.

Als theoloog wil ik mij er echter wel mee bemoeien, omdat mij iets is opgevallen wat naar mijn idee onvoldoende naar voren komt in de gehele discussie.

Het feit dat er in eerste instantie door de pastoor van Reusel geen communie uitgereikt is, is een beslissing geweest die de pastoor ingegeven werd door kerkelijke regels. Er had al een heleboel discussie kunnen worden voorkomen door géén carnavalsmis te laten plaatsvinden, maar bijvoorbeeld een woorddienst. In meerdere parochies wordt voor deze oplossing gekozen omdat de combinatie carnaval en eucharistieviering al een bijzonder vreemde is. Op deze wijze blijft carnaval het feest en de viering de viering.

Dat als gevolg van het navolgen van regels mensen zich gekwetst of geraakt voelen, is erg vervelend.

Maar dat probleem komt ook vaker voor. Als ik met mijn bonuskaart bij een andere supermarkt sta, krijg ik ook geen korting, hoe boos ik ook word.

Wat er nu gebeurt, is dat homoseksuelen en hun sympathisanten het doen voorkomen alsof zij worden gediscrimineerd en dat zij recht hebben op een hostie. Je kunt je hierbij de vraag stellen of al deze protesterende mensen lid zijn van de Rooms-Katholieke Kerk of dat zij enkel vinden dat de kerk discrimineert? Sommigen gaan zo ver om aangifte te doen van discriminatie wegens het niet uitreiken van een hostie.

Wat er gebeurt, is dat de Kerk de seculiere samenleving wordt ingetrokken waarin het consumentisme hoogtij viert. Als je ervan uitgaat dat je overal recht op hebt en dat ook kunt opeisen, waarom zou je dat dan nu ook niet doen? Dat is wat er nu gebeurt!

Een aantal consumenten is het niet eens en wil een bepaald product hebben, dit moet en zal gebeuren. Zonodig met protest en kabaal, zelfs onder de vlag van een politieke partij. En waarom? Gaat het werkelijk om die hostie, betreft het hier oprechte gelovigen? Of gaat het hier om mensen die op zogenaamde scharniermomenten van hun leven een kerk van binnen zien? Of enkel om hen die het individualisme zo hoog in het vaandel hebben staan dat de Kerk zich naar hen moet voegen? Of verdwijnen?

Het begint erop te lijken dat godsdienstvrijheid iets is wat ernstig onder druk komt te staan. In een maatschappij waarin schijnbaar alles maar moet kunnen en mogen. Dat het hebben van een levensbeschouwing die gebaseerd is op andere waarden dan die worden aangenomen door de seculiere meerderheid met een hautaine vanzelfsprekendheid als minder worden gewaardeerd. Een maatschappij waarin de schreeuwers het voor het zeggen hebben.

Drs. G.P.J. van der Heijden is theoloog en docent levensbeschouwing en filosofie.