Zalm spartelt door

Eenheid blijkt een schaars goed in de financiële sector. ABN Amro werd drie jaar geleden gesplitst, ING wordt opgedeeld en nu blijkt zelfs het oordeel van de toezichthouders op de financiële sector over ABN Amro-topman Gerrit Zalm in twee delen uiteen te vallen.

Maandag werd de uitkomst van twee onderzoeken naar diens functioneren als bestuurder van het inmiddels failliete DSB openbaar. Met diagonaal verschillende conclusies. Rechtsgeleerde Scheltema was ervoor nodig om een oordeel te vellen over het vonnis van de toezichthouder op de banksector, De Nederlandsche Bank (DNB), en dat van de toezichthouder op de financiële markten, de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Volgens DNB heeft Zalm bij DSB, waar hij eind 2008 vertrok, naar eer en geweten gefunctioneerd en raakt het latere bankroet hem niet in zijn positie als topman van ABN Amro. De AFM velt juist een hard, negatief oordeel.

Het onderzoek had een einde moeten maken aan de onzekerheden rond Zalm, die een schaduw wierpen over zijn huidige functioneren als bankbestuurder. Hoewel Scheltema zonder veel omwegen de kant kiest van DNB, dreigt er door het harde oordeel van de AFM toch een smet op Zalm te blijven. Formeel is DNB overigens de prevalente partij. De conclusies van de AFM hebben het gewicht van een aanbeveling.

Het onderzoek was in deze opzet al even ongelukkig als de stap die Zalm zelf destijds zette. Als minister van Financiën had hij een enorme statuur in de internationale financiële wereld opgebouwd, die hij op het spel zette door een baan te nemen bij een provinciebank met een wankele reputatie.

DNB keurde indertijd zelf zijn benoeming goed, zowel bij DSB als bij ABN Amro, waardoor een onderzoek een gedeeltelijk zelfonderzoek werd dat, hoe consciëntieus ook uitgevoerd, altijd kwetsbaar is. AFM-topman Hoogervorst heeft zich als partijgenoot (VVD) en als voormalig collega-bewindsman van Zalm afzijdig gehouden van de bevindingen van zijn eigen organisatie. Ook dat is consciëntieus, maar kan van de weeromstuit hebben bijgedragen tot een onnodig harde toon. De verschillende uitkomsten suggereren nu een competentiestrijd tussen de toezichthouders. Er moet ruimte zijn voor een verschil van mening, maar in dit geval lijkt er sprake te zijn geweest van een dovendialoog.

Het zou beter zijn geweest als een onafhankelijke persoon of commissie het onderzoek van begin af aan had uitgevoerd. Dat zo’n opzet goed kan werken, bewijst het onderzoek van de commissie-Davids naar de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog. Als Scheltema zelf het onderzoek naar Zalm had uitgevoerd, had hij de verschillende meningen, interpretaties en bevindingen kunnen smeden tot een eensluidend en afgewogen eindoordeel.

In plaats daarvan heeft hij zich nu in zijn rol als rapporteur verplicht gevoeld de uiteenlopende inzichten onder de loep te nemen en te wegen. Het resultaat is dat de lucht rond Zalm nog steeds niet is geklaard. Dat is niet goed voor de oud-minister en niet goed voor ABN Amro.