vooraf

Het is maart, en alle hogescholen en universiteiten houden open dagen. Dat betekent dat de komende weken iedereen je dezelfde vraag gaat stellen: weet jij eigenlijk al wat je wilt gaan studeren?

Iedereen heeft een mening. Je ouders, je docenten, je vrienden. Iedereen vertelt hoe belangrijk het is. ‘Dit bepaalt je toekomst’, ‘je studietijd is de leukste tijd van je leven’.

Iedereen heeft een mening. Maar jij moet beslissen.

En er is zo veel te kiezen. Er komen steeds meer studies bij, lijkt het wel. Tienduizend mbo-opleidingen zijn er inmiddels, en duizenden studies in het hoger onderwijs.

Naar de open dagen ga je misschien omdat het moet van school. Je moet vragen stellen, over wat je met een opleiding kunt worden. Over hoeveel je kunt verdienen, hoe duur de studieboeken zijn. En of er wel werk in te vinden is.

Maar jij let misschien wel op andere dingen. Zien de studenten er blij uit? Hoe gaan docenten om met de leerlingen? Is het gebouw leuk?

Realiseer je in elk geval dat je er niets aan doen dat je nu moeite hebt met kiezen. Je hersenen zijn nog niet af. Wetenschappers zeggen dat je frontaalkwab, ook wel keuzekwab genoemd, nog niet rijp is. Je gebruikt de kwab om te plannen, te reflecteren. Pas op je vijfentwintigste is hij volgroeid. Als je al bijna met je opleiding klaar bent, waarschijnlijk.

Daardoor is er een grote kans dat je vooral op de korte termijn denkt. Verder vooruitkijken is lastig. Rationeel denken is moeilijk. Je laat je nog in belangrijke mate door emoties leiden. Je mist nog het overzicht om nu te kiezen, waar je later gelukkig door wordt.

En dus heeft iedereen een mening. Misschien is deze bijlage je wel opgedrongen. Toegestopt op school of door je ouders. ‘Lees het nou, dat is handig’.

Maar misschien dat deze bijlage je wel verder helpt als je deze maand naar voorlichtingsdagen gaat. nrc.next laat zien hoe universiteiten je proberen te verleiden en leert je dat niet kiezen, ook een keuze is.

En een foute keuze is helemaal niet erg. Daarna begint het kiezen gewoon weer opnieuw.

Stijn Bronzwaer