Vergis je niet, hij is echt hard

Raymond de Roon werkte jarenlang vrij onopvallend als officier van justitie.

Maar zijn degelijke conservatisme viel altijd al op: een echte law and order man.

Hij staart in de ruimte, een vaag glimlachje om de lippen, als andere partijen hem bij een verkiezingsdebat in Almere hard aanvallen op zijn pleidooi voor ‘stadscommando’s’. Maar als PVV-lijsttrekker Raymond de Roon zelf aan het woord is over buurthuizen, balt hij zijn rechtervuist en priemt zijn linkerwijsvinger in de lucht. „Deze groep gaat niet naar het buurthuis. Die wil op zijn luie gat zitten en mensen beroven. Dáár zijn die commando’s voor.”

Voormalig advocaat-generaal Raymond de Roon (57) geldt als een zwaargewicht binnen de partij van Geert Wilders. Maar ondanks drie jaar ‘Den Haag’ is zijn houding houterig. Zijn standpunten – die vooral gaan over de invoering van minimumstraffen – dreunt hij monotoon op. Debatten volgt hij vaak op zijn werkkamer, via internet.

Sinds collega-Kamerleden dat weten, spreken ze hem daar via internet op aan. Zoals Sybrand van Haersma Buma (CDA) onlangs, aan het begin van een debat: „Kennelijk vindt de collega van de PVV het niet belangrijk genoeg om hier aanwezig te zijn.” Waarop De Roon even later met een uitgestreken gezicht de vergaderzaal binnenkomt en plaatsneemt.

Als eerste zoon van een douaneambtenaar werd De Roon in 1952 geboren op een bovenwoning in Amsterdam-Noord. Zijn vader werkte eerst in de Amsterdamse haven, later op Schiphol. Na de lagere school ging De Roon naar de ulo (uitgebreid lager onderwijs), daarna naar de hbs-b.

Hij besloot rechten te gaan studeren. Dat was een eigenwijze keus, zegt voormalig klasgenoot Bob Wit, die dezelfde studie koos. „Een fatsoenlijke hbs-b’er ging scheikunde doen.” De Roon rondde zijn studie binnen drie jaar af. Een wild studentenleven leidde hij niet.

Zijn loopbaan begon De Roon als wetenschappelijk medewerker van de gereformeerde rechtsfilosoof Van Eikema Hommes aan de Vrije Universiteit. Zijn proefschrift maakte hij niet af. Na een korte periode op het ministerie van Binnenlandse Zaken ging hij naar het Openbaar Ministerie in Leeuwarden. Hij was twintig jaar officier van justitie, voor hij in 2003 advocaat-generaal werd in Amsterdam.

De Roons leven lijkt de geëffende paden te volgen, maar af en toe geeft hij blijk van een zucht naar avontuur en grandeur. Hij doet enige tijd aan sportvliegen. Hij koopt een voormalige burgemeesterswoning in een dorpje bij Leeuwarden en rijdt in die tijd in een „enorme Amerikaanse slee”, herinnert voormalig kinderrechter Tonko Vos zich. „Zo’n jarenvijftigding. Dat paste totaal niet bij hem.” Desgevraagd vertelt De Roon dat het een „restauratieproject” was. „Motor er zelf uitgehaald, laten reviseren, er zelf weer ingebouwd.”

In 1992 en 1993, hij is dan net veertig jaar, neemt De Roon deel aan een project in Suriname, waar na de dictatuur het justitiële apparaat weer moet worden opgetuigd. Met zijn vrouw en twee dochters, dan zeven en tien jaar, vertrekt hij naar Paramaribo. Hij mengt zich niet in de Nederlandse gemeenschap, zegt hij: liever gaat hij om met Surinamers. ’s Middags gaat het gezin naar zwemclub De Dolfijn, vlakbij hun woning, waar de Surinaamse middenklasse komt.

Op een conferentie over rechtspleging in Midden-Amerika ontmoet hij een Costa-Ricaanse rechter, die een paar jaar later zijn tweede vrouw wordt. Met de katten Bella en Diva wonen ze al zes jaar in Almere. Zijn vrouw, die nu in het bedrijfsleven werkt, heeft de Nederlandse nationaliteit, zegt De Roon. Of zij een dubbele nationaliteit heeft, een gevoelig punt bij de PVV, wil hij niet kwijt.

De PVV presenteert De Roon als dé crimefighter van de Tweede Kamer. „Raymond heeft niet het voorkomen van een straatvechter, zoals Geert Wilders of ik”, zegt fractiegenoot Hero Brinkman, „maar vergis je niet: zijn teksten zijn zo mogelijk nog harder dan die van ons.” Advocaten die hem kennen uit de rechtszaal vinden dat hij de kwalificatie van crimefighter niet verdient. „Een beetje een juridische grijze muis”, noemt Gerard Spong hem. „Geen juridische hoogstandjes, maar ook geen uitglijders.”

Toch vielen toen al sommige standpunten op. Als jeugdofficier in Leeuwarden wees De Roon op de criminaliteit onder Turkse en Marokkaanse jongeren. Dat probleem speelde indertijd alleen in de Randstad. Voormalig kinderrechter Tonko Vos: „Hij waarschuwde: die problemen zullen uiteindelijk ook hierheen komen. Maar hij ging er genuanceerd mee om. Ik kan het niet plaatsen dat hij zich bij de PVV heeft aangesloten.”

Anderen kunnen dat wel. Een voormalig medestudent die anoniem wil blijven: „Hij had zeer conservatieve standpunten, zeker voor een student. De democratiseringsbeweging op de universiteit vond hij niks.” Bob Wit: „Hij was een degelijke, burgerlijke conservatief. Beetje een law and order man.” Als student bezocht De Roon wel eens een VVD-bijeenkomst. Later stemde hij GPV. Toen het GPV opging in de ChristenUnie kreeg die partij zijn stem.

Het contact met de PVV ontstond op zijn initiatief. Per e-mail bood De Roon Wilders zijn diensten aan als juridisch adviseur van de partij, aan de zijlijn. Wilders vroeg hem of hij op de kandidatenlijst wilde. „Ik was 54. Ik dacht: blijf ik nog elf jaar bij het OM of ga ik nog iets héél anders doen.”