Stoppen vergt meer moed dan doorsukkelen

Wat doe je als je opleiding niet blijkt te zijn wat je er vooraf van verwachtte?

De verkeerde keuze bestaat niet. Of iets bij je past, ontdek je als je het gewoon doet.

Sommige mensen weten het stiekem al na de eerste twee weken colleges, na aanvang van hun studie in september. Anderen hakken de knoop pas door na een paar jaar, zonder diploma, maar mét een aanzienlijke studieschuld.

Wat als je studie niet blijkt te zijn wat je ervan verwachtte?

Eén ding is dan goed om te weten: je bent niet de enige. Zomaar een voorbeeld: dit collegejaar lieten in totaal ruim 6.200 eerstejaars studenten, hbo én universitair, hun studiefinanciering vóór 1 februari stopzetten, blijkt uit recente cijfers van DUO (voorheen de IB-Groep). Dat is bijna 6 procent van alle eerstejaarsstudenten van het lopende collegejaar. Dat aantal ligt dit jaar zelfs hoger dan in 2009: toen schreven bijna 5.500 studenten zich voor 1 februari uit.

Waaraan merk je dat je studie kennelijk niet de juiste keuze was? Signalen kunnen enorm uiteenlopen, vertelt particulier loopbaanadviseur Els Ackerman: „De één verslaapt zich drie keer per week. De ander voelt zich wel érg regelmatig grieperig of lamlendig.” Weer een ander voelt zich ongelukkig en herleidt dat snel naar de studie. En heb je eigenlijk nooit zin om je boeken open te slaan, en boek je dus geen goede resultaten? Dat zijn ook tekenen aan de wand.

Erkennen dat je studie niet is waar je gelukkig van wordt, is vaak de moeilijkste en grootste stap, weet Dorianne van Schaijk, loopbaanadviseur van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dat komt doordat in de maatschappij het beeld bestaat dat verkeerd kiezen dom is, zegt Van Schaijk. „Goed kiezen is de norm geworden. De gedachtegang is dat met de overdaad aan opleidingen, en al die open dagen, plus al die informatie op internet, je haast niet meer fout kúnt kiezen. Je hebt immers alle informatie beschikbaar. Terwijl uit zo veel kunnen kiezen, ook stress en angst met zich meebrengen. Goed kiezen wordt te simpel voorgesteld.”

Met die gedachte in het achterhoofd ligt de verantwoordelijkheid om te kiezen, helemaal bij de student zelf. Als dan later in het collegejaar inderdaad blijkt dat de keuze niet de juiste was, zien studenten dat dus ook helemaal als hun eigen ‘domme’ schuld. „Jíj hebt die fout dan zelf gemaakt, en het gevoel dat verkeerd kiezen dom is, maakt het ontzettend lastig om toe te geven.”

Daarbij komt nog eens dat veel studenten liever willen dat hun omgeving ze ziet als als doorzetter, in plaats van afhaker. „Studenten roepen dan stoer: waar ik aan begin, dat maak ik ook af. Dat vinden ze sterker lijken”, illustreert Van Schaijk.

Hier komen vaak nog externe factoren bij kijken, die de neiging om negatieve gevoelens weg te drukken groter maken. Nóg een keer stoppen met je studie levert wel een erg hoge schuld op. Of: je ouders willen zo graag dat je die studie geneeskunde afmaakt. „Al met al vereist het meer moed om te stoppen, dan om rustig door te sukkelen”, aldus Van Schaijk.

Stel, je doet het toch. Je besluit te stoppen met je bachelor. Dan is het zaak uit te zoeken waarom je eerdere keuze niet de juiste was. Daarbij is het belangrijk om niet het kind met het badwater weg te gooien, waarschuwt Van Schaijk. „De valkuil is dan om te denken: we gaan het eens even hélemaal anders doen. Terwijl het meestal specifieke omstandigheden zijn die zorgen dat je ergens niet op je plek bent.”

Ze geeft het voorbeeld van de studente die goed voorbereid voor een studie psychologie in Groningen koos. „Plasterk zou trots op haar zijn, zo zeker wist ze dat ze die studie wilde doen.” Al vroeg in het collegejaar bleek echter dat ze helemaal geen leuk studiegroepje had en dat Groningen toch wel erg ver weg was van al haar oude schoolvriendinnen. Ze besloot te stoppen. „Heeft zij dus een verkeerde studiekeuze gemaakt? Nee, de omstandigheden maakten dat haar keuze niet de juiste bleek. Dat had ze niet vooraf kunnen weten.”

Datzelfde geldt later voor de organisatie waar je werkt: kijk eerst eens wát je daar precies niet bevalt. Zijn het je collega’s, word je niet genoeg uitgedaagd, of baal je misschien van de lange reistijd elke dag? „Je kunt erachter komen dat je nog steeds het goede beroep hebt gekozen, maar het bij een kleiner bedrijf in de buurt misschien veel meer naar je zin hebt”, aldus Van Schaijk.

Als toch blijkt dat het specifiek je beroep is dat niet bevalt, is het van belang goed te kijken wat dan wel bij je past. Hier geldt ook het credo: creatief zijn in kijken wat je al kunt. Soms is een extra cursus aan bijvoorbeeld de Open Universiteit voldoende aanvulling op je huidige studie om nieuwe vaardigheden of kennis op te doen, en dus in een andere sector aan de slag te kunnen gaan.

Probeer ook inzicht krijgen in wat je dan wel zou willen, door te praten met anderen – schakel eventueel een loopbaanadviseur in of lees het boek Jij bent aan Z (Uitgeverij Nieuwezijds, 24,95 euro). Vraag of je een dag bij een opleiding mee mag lopen. En kijk vooral welke dingen je energie opleveren, adviseert Ackerman.

Natuurlijk zijn er soms rationele factoren die je doen besluiten om alsnog je baan te houden, zegt zij: „Je woont nu tien minuten van je werk en hebt net een kindje. Dan kun je zeggen: ik doe dit nog vijf jaar en zoek daarna weer iets wat ik écht leuk vind.” Vlak daarbij de gevoelsfactoren niet uit: „Gevoel speelt een grote rol bij het veranderen van je baan, en dat drukken hogeropgeleiden juist vaak weg. Heb je nog wel het gevoel dat je je op je huidige plek genoeg ontwikkelt?”

Kortom, het keuzeproces kan opnieuw beginnen. En hoe je dit keer zeker weet dat je wél goed zit? „Dat weet je nooit zeker”, zegt Ackerman lachend. De verkeerde keuze bestaat niet écht, zegt zij, want je komt er vaak pas achter of iets bij je past als je het gewoon dóét. „Keuzes horen erbij, om uit te zoeken in welke baan je goed tot je recht komt. Een loopbaan is geen rechte lijn omhoog. Na een paar keuzes ervaren de meeste mensen dat ze ineens op een plek zitten die wél helemaal bij ze past.”