Reusels 'ronde' stembiljet

Partijloos kiezen, dat deden ze in Reusel in 1966, met een speciaal kiescomité en een neutraal stembiljet. Voor de gemeenteraadsverkiezingen was al duidelijk wie in de raad kwam.

Op 1 juni 1966 vonden in het merendeel der Nederlandse gemeenten verkiezingen voor een nieuwe gemeenteraad plaats. Reusel, een 25 kilometer ten zuiden van Tilburg gelegen grensgemeente (en nu in het nieuws omdat de plaatselijke pastoor de homoseksuele Prins Carnaval de hostie weigerde) was een van de plaatsen waar ‘deze hoogmis der plaatselijke democratie’ niet opgedragen hoefde te worden. Hier werd al in het begin van het jaar door vertegenwoordigers van standsorganisaties en verenigingen een kiescomité gevormd. Dit comité ging aan de slag met de intentie om met één kandidatenlijst de verkiezingen in te gaan. Dat lukte. Volgens afspraak werd op zondag 8 maart (‘na de H. Mis van half 12’) een lijst met twintig kandidaten ingediend. In dit gemêleerde gezelschap – zes personen waren landbouwer, negen anderen werden als arbeider gekwalificeerd, twee kandidaten werden tot de middenstand gerekend, twee kandidaten gaven nadrukkelijk aan dat ze zonder beroepsaanduiding op de lijst wilden staan en van de enige vrouw werd kortheidshalve vermeld dat ze huisvrouw was – moest nog een rangorde worden aangebracht. Het kiescomité wilde aan deze heikele materie de vingers niet branden. Daarom werd een groslijststemming gehouden. Dit is een zeer directe vorm van democratie: de groep kiezers bepaalt zelf wie de plaatsen een tot en met twintig gaan bezetten.

In hun streven naar absolute onpartijdigheid ontwierp het kiescomité een uniek stembiljet. Via loting werd bepaald wie op welke plaats op het ronde stembiljet kwam te staan. Alle kiesgerechtigde ingezetenen van Reusel kregen eenoproep om op zondag 27 maart 1966 tussen 8 en 15 uur naar het stembureau te komen om op dit ronde stembiljet elf namen rood te maken. Van de 2727 kiesgerechtigden gingen 1696 naar het stemlokaal in het plaatselijke gemeenschapshuis.

Het vakje voor de naam van Alfred Gevers, een meesterknecht in een sigarenfabriek, werd door de meeste Reuselnaren rood gemaakt (1178 maal). Gerardus Gielens was met 545 stemmen de hekkensluiter.

Na het tellen van de stemmen bleek dat vijf arbeiders, vijf landbouwers en een middenstander op de plekken een tot en met elf van de kandidatenlijst geplaatst konden worden; de enige vrouw stond op plaats twaalf. Voor het kiescomité volgden enkele spannende weken. De twintig kandidaten hadden vooraf schriftelijk moeten verklaren zich onvoorwaardelijk bij de uitslag van deze groslijststemming neer te leggen. Maar het risico bestond dat een enkeling zou proberen om met een ‘zwarte lijst’ alsnog tot lid van de gemeenteraad te worden verkozen. De dag van de officiële kandidaatstelling (19 april) ging voorbij zonder dat er nog een andere kieslijst werd ingediend. Zonder dat er op 1 juni verkiezingen gehouden werden, waren de eerste elf personen op de lijst dus zeker van hun plaats in de gemeenteraad.

Ook om een andere reden slaakte het kiescomité een zucht van verlichting. Als er op 19 april maar één lijst werd ingediend, zouden de kosten van de voorverkiezing voor rekening van de gemeente zijn. En die van de groslijststemming voor rekening van het kiescomité. Het experiment met de ronde lijst was eenmalig: vier jaar later werd er niet langer op personen, maar op partijen gestemd.