Rapaille

‘Jenever voor vijf cent!’ en ‘Vrij vissen in het Vondelpark!’. Dat waren de belangrijkste slogans van de Rapaillepartij, die in 1921 meedeed aan de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen. Haar lijsttrekker was de meest onwaarschijnlijke uit de Nederlandse geschiedenis: een alcoholische zwerver die ‘Had-je-me-maar’ werd genoemd, vanwege het gelijknamige liedje dat hij altijd zong.

Hadjememaar was door een groepje intellectuele anarchisten van straat geplukt. Zij verzetten zich tegen het algemeen kiesrecht dat enkele jaren eerder was ingevoerd. Volgens hen was de grote massa van het volk niet capabel genoeg om zijn eigen leiders te kiezen. Sterker nog: het ‘stemvee’ zou zelfs een zwerver naar de gemeenteraad afvaardigen als het de kans kreeg.

Het klinkt ongeloofwaardig in de oren, maar de anarchisten kregen gelijk: Hadjememaar werd in de gemeenteraad gekozen. Hij kon alleen zijn zetel nooit innemen, want vlak voor de verkiezingen werd hij vanwege openbare dronkenschap opgepakt. Voor de anarchisten maakte dat overigens niet uit, zij hadden het tekort van de parlementaire democratie voldoende aangetoond.

Door de schertsvertoning rond de Rapaillepartij moesten nieuwe populistische partijen voortaan bewijzen dat hun kandidaten serieus waren te nemen. Anders werd je weggezet als ‘de zoveelste Hadjememaar’ en kon je maar beter niet meedoen aan de verkiezingen. De succesvolle NSB van Anton Mussert had dat in 1935 goed in de gaten. Hoewel de fascisten bij eerder gehouden Provinciale Statenverkiezingen 8 procent van de stemmen hadden behaald, lieten zij de gemeenteraadsverkiezingen wijselijk aan zich voorbij gaan: onvoldoende goede kandidaten. Wel gaf Mussert de kiezers het advies om te stemmen op partijen die de NSB niet ‘terroriseerden’.

Aan de Gemeenteraadsverkiezingen van vandaag doen weer talloze rapaillepartijtjes mee. Hun kandidaten zijn veelal van weinig hoger kaliber dan de legendarische zwerver uit 1921. Dat is niet het geval bij de belangrijkste populistische partij van tegenwoordig. De PVV doet ondanks een glorieuze overwinning bij de Europese Verkiezingen alleen in Den Haag en Almere mee, terwijl ze in Rotterdam heeft aangeraden te stemmen op de enige partij die haar niet ‘demoniseert’.

Uit zijn kopvoddenslogans is het wellicht niet af te leiden, maar Geert Wilders heeft feilloos aangevoeld dat hij het Hadjememaar-stempel op zijn mensen koste wat kost moet vermijden.