Premier weg bij terugval van CDA

CDA-leider Jan Peter Balkenende is na de verkiezingen van 9 juni alleen beschikbaar voor het premierschap. Hij zei gisteren op een vraag hierover in het tv-programma Moraalridders: „Laat ik daar maar ja op zeggen.”

In CDA-kringen wordt bevestigd dat Balkenende na de verkiezingen vertrekt als de partij niet de grootste wordt. Balkenende maakt hiermee het premierschap tot inzet voor de Kamerverkiezingen. Als zijn partij niet de premier kan leveren, gaat hij niet de Kamer in.

Staatsrechtelijk gezien is Balkenendes uitspraak opvallend, omdat het om verkiezingen voor de Tweede Kamer gaat. Nederland kent geen rechtstreekse premierverkiezingen. In 1977 voerde PvdA-leider Joop den Uyl campagne met de leus ‘Kies de minister-president’. De PvdA werd toen de grootste, maar bleef buiten de regering. Den Uyl werd wel Kamerlid. De PvdA heeft onlangs juist een erecode opgesteld waarin staat dat een gekozen Kamerlid de volle periode zal aanblijven. Bij het CDA droeg lijsttrekker Dries van Agt in 1982 het leiderschap van het CDA over aan Ruud Lubbers. Die werd toen premier.

Balkenende verklaarde gisteren ook dat hij een nieuwe coalitie met de PvdA „ongeloofwaardig” zou vinden. Daarmee koerst het CDA op een centrum-rechts kabinet met partijen als VVD, D66 en PVV. Hij voegde eraan toe de PvdA niet helemaal uit te sluiten, want dat doet het CDA nooit. PvdA-leider Bos verklaarde „er even niet aan te moeten denken” om weer met het CDA samen te werken. Hij zei het opmerkelijk te vinden dat het CDA onduidelijk is over een coalitie met de PVV en in feite wel de PvdA uitsluit. De samenwerking tussen CDA en PVV zal bemoeilijkt worden door de eis van Wilders om de AOW-leeftijd niet naar 67 jaar te verhogen. De Tweede Kamer besloot gisteren het AOW-besluit niet voor de zomer te behandelen.

D66-leider Pechtold vindt de uitlatingen van Balkenende en Bos „politiek onvolwassen”. „Beide partijen hebben het politieke midden nu al langdurig en duurzaam ontwricht.”