Opmars van de woedende middenklasse

Schakelen tussen Almere en Den Haag. Wekenlang ging dat maar door. Berichtgeving als obsessie. Je zou bijna denken dat het een lokaal verschijnsel is – een woedende middenklasse. Of een landelijk verschijnsel.

Maar het verandert in half Europa de samenleving en de politieke zeden en gewoonten. In Denemarken, in Frankrijk, in Oostenrijk, in Nederland. Het Duitse weekblad Die Zeit analyseerde (25 februari) waarom Duitsland tot nu toe de dans is ontsprongen. Daar hadden de bestaande partijen de woede van de middenklasse nog netjes onder elkaar verdeeld: de linkse socialisten gaan tekeer tegen ‘die lui daarboven’, de liberalen tegen de staat en de christen-democraten tegen de islam. Althans tot nu toe, want de christen-democraten zijn veel te mild geworden om nog langer rolvast de islamwoede te kunnen opzuigen. En de liberalen zitten sinds kort in de regering. Dat maakt het ook ingewikkelder om regering en staat steeds maar als doelwit van groot chagrijn te kiezen.

Ze kijken dus intussen van achter onze oostgrens ook een beetje nerveus deze kant uit. Zou dit ook hun voorland worden?

Alleen de Britten hebben geluk. Niet dat de stemming er veel anders is, maar een tweepartijenstelsel dwingt nu eenmaal tot integratie van extremen en van vleugels. En dus tot het gladslijpen van al te scherpe kantjes.

De woede van de middenklasse – wat is dat?

Het komt ten diepste voort uit onzekerheid. Onzekerheid in het gezin als het gaat om de vraag of de kinderen het straks beter zullen krijgen dan de ouders. Een meerderheid is er inmiddels van overtuigd dat ze het slechter zullen krijgen. Deze fear of falling, zoals Amerikaanse psychologen het jaren geleden al hebben geduid, grijpt veel dieper in een mensenleven in dan doorsnee vertegenwoordigers van de spraakmakende gemeente zich kunnen voorstellen. Onzekerheid over opvoeden, over wat hoort en niet hoort, over gedrag. Het leidt tot een eindeloze variëteit aan verlegenheden, aan irritatie, aan woede – van bellen in de trein, roken in de kroeg, de middelvinger als commentaar. Met zijn tweeën werken is ook zoiets. Zo hoort het, emancipatie moet en bovendien valt anders de huur of hypotheek ook niet te betalen, maar de praktijk van alledag is stress, stress, stress en wie in een file rondkijkt, ontdekt al gauw dat voor velen daar eindelijk dat moment-voor-jezelf aanbreekt. Hoezo rekeningrijden?

Daar komt dan een economische crisis bovenop, die zich vroeg of laat vertaalt in een stap terug: meer werken, minder pensioen, onzekerheid over een baan.

De woede van de middenklasse komt voort uit het gevoel op een koord te lopen zonder vangnet en zonder van beroep ook eigenlijk koorddanser te zijn. En je bespeurt het in alle Europese verzorgingsstaten.

Bestuurlijke elites hebben zich fataal op dit verschijnsel verkeken. Nog maar een paar jaar geleden schreven de economische denktanks over de globalisering als een win-winsituatie: banen verdwenen weliswaar, maar elke berekening liet zien dat daar het economisch vliegwiel juist harder van ging draaien. De bestuurskunde vertelde dat een brede middenklasse de basis is van een stabiele, democratische samenleving. Immers, armen krijgen niets van democratie en rijken hebben het niet nodig. Juist een middenklasse heeft rechtsregels nodig, toegang tot goed onderwijs, eerlijke rechtspraak, bescherming van de persoonlijke levenssfeer, van openbare orde.

De grote Europa-historicus Tony Judt zei het onlangs in een voordracht aan de New York University zo: „Voor zover valt te overzien zullen we in economisch en cultureel onzekere tijden leven. We zijn als het gaat om onze gemeenschappelijke doelstellingen, om ons duurzaam welbevinden, om onze persoonlijke zekerheid, minder optimistisch dan ooit tevoren sedert de Tweede Wereldoorlog. We hebben geen idee wat voor wereld onze kinderen van ons zullen erven – maar we kunnen ons in elk geval niet langer wijs maken dat deze wereld nog op een geruststellende wijze zal lijken op de onze.”

Bestuurders hebben nog wel eens de neiging die woede van de middenklasse te lokaliseren aan de rafelranden van de samenleving. Dat is een vergissing. Wie een beetje bladert door tijdschriften en websites ziet ook representanten van een erudiete en redelijke middenklasse tekeergaan. Niets deugt, de A4 niet, de Q-koorts niet, de Noord-Zuidlijn niet, Hoek van Holland niet – welbespraakt worden wij telkens weer geconfronteerd met een ronkende puinhoop van fiasco’s, aangericht door ‘die lui daarboven’. Van verzachtende omstandigheden omdat alles nu eenmaal mensenwerk blijft, is ook hier niet veel over – een rotzooi is het.

Aan bestuurlijke kant is in diverse Europese landen de reactie dezelfde: angst voor het volk, een bezetenheid om het vege lijf te redden en cynisme. Zo’n klimaat trekt ook een ander type bestuurder aan en je ziet het in vele Europese landen: gelukzoekers, piassen, narcisten, hijgerige twitteraars die met hetzelfde gemak zichzelf lanceren en weer afbranden en onderwijl voor wat amusement zorgen.

Tony Judt heeft wel wat recepten te bieden, maar of wij, Europeanen, er wat mee kunnen is de vraag. Het heeft geen zin, zegt hij, een gekunstelde taal van vooruitgang te vernieuwen. Daar is de situatie niet naar. Begin liever met iedereen vertrouwd te maken met de jongste geschiedenis, dan wordt een mens anno 2010 wel een stukje evenwichtiger.

Daar valt geen speld tussen te krijgen, maar heel Europa staat aan de vooravond van ingrijpende bezuinigingen en de middenklasse is woedend. Twitter in zo’n situatie maar eens wat meer historisch besef bij elkaar.

Reageren kan via nrc.nl/knapen