Ook in de keurige wijken krijgt de PVV steun

Bij de Europese verkiezingen in juni werd de PVV de grootste in Den Haag.

Ook vandaag lijkt de partij van Wilders veel stemmen te gaan krijgen.

Café ’t Hoekje op het Lorentzplein in het Haagse Laakkwartier staat blauw van de rook. De drank vloeit al rijkelijk deze middag, kort voor de gemeenteraadsverkiezingen. Op wie de stamgasten stemmen? Wilders, Wilders en nog eens Wilders. Of ze blijven thuis, zien het nut van de verkiezingen niet in.

Een 55-jarige man, die met twee vrienden aan de bar zit, wil best zijn voorkeur voor de PVV toelichten. Hij is „tegen de buitenlanders. Het zijn er gewoon te veel”. Dat vindt de man, die onder geen beding met zijn naam in de krant wil, al jaren. „Vroeger had je Janmaat, daar stemde ik ook op.” Een man twee barkrukken verder, valt hem bij. Hij ergert zich vooral aan onaangepast gedrag van „buitenlanders”, zoals spugen op straat en het spreken van de eigen taal. „Zij moeten zich aan ons aanpassen, dat hoef ik met mijn 72 jaar toch niet meer te doen?”

André Krouwel, politicoloog aan de Vrije Universiteit, is niet verbaasd over het stemgedrag in het Laakkwartier. „Arme mensen stemmen vaak autoritair en anti-democratisch. Autoritaire populistische politiek geeft zicht op snelle verbetering.” Peter Kanne van TNS NIPO, ziet in de Haagse volkswijken „een clash tussen allochtoon en autochtoon”.

Maar het zijn niet alleen de volkswijken waar de PVV steun krijgt. In het keurige Benoordenhout bijvoorbeeld, een bolwerk van VVD en D66. Een man die er zijn hond uitlaat zegt waarschijnlijk PVV te gaan stemmen. Hij is niet de enige. In de wijk hebben meer mensen sympathie voor Wilders. Ze zullen niet direct zelf op de PVV stemmen, maar ze vinden het wel goed dat de partij er is. Marion van Straten (64), die al haar hele leven in het Benoordenhout woont, vertelt dat mensen in deze buurt hun voorkeur niet snel aan de grote klok zullen hangen. „Niemand praat hier over geloof en politiek.”

Het Laakkwartier komt wel voor zijn mening uit. De PVV-stemmers daar zeggen niets tegen buitenlanders te hebben. Zolang ze zich maar aanpassen. Zo hebben de meeste PVV-aanhangers wel een allochtone buurman of collega die het wel goed doet, die hard werkt. Op de vraag of dat niet voor de meerderheid zou kunnen gelden, volgt vaak een wedervraag: of de verslaggever weleens het tv-programma Opsporing Verzocht heeft gezien. Of het toeval is dat de meeste gezochte criminelen daarin allochtoon zijn? En bijna iedereen kent wel iemand die is beroofd of bedreigd.

Lokale verkiezingskwesties spelen bij de PVV-stemmers in het Laakkwartier nauwelijks een rol. De Haagse lijsttrekker, Sietse Fritsma, kennen de meesten niet.

De rechtse en populistische bewegingen zijn in het Laakkwartier traditiegetrouw populair. In het verleden haalden de CD en de nationalistische CP’86 hier naar verhouding veel stemmen. Ook de LPF en Leefbaar Den Haag scoorden goed. Bij de Europese verkiezingen in juni werd de PVV er de grootste, net als overigens in de hele stad. Het opkomstpercentage lag in Laakkwartier (nog geen 20 procent) onder het stedelijk gemiddelde (33,5 procent).

De PVV werd bij de Europese verkiezingen ook de grootste in de naoorlogse uitbreidingswijk Zuidwest, Scheveningen en de vinexwijken. Krouwel: „Mensen die het ondanks een lage opleiding gemaakt hebben, vind je in de vinexwijken. Zij zijn bang verworvenheden te verliezen.” Krouwel constateert dat nu ook succesvolle Turken en Marokkanen naar de vinexwijken verhuizen. „De autochtone bewoners zijn bang dat hun huis minder waard wordt, maar over een paar jaar accepteren ze die bevolkingsgroepen ook als buren, net als Chinezen en Japanners.”

Den Haag wordt traditioneel opgedeeld in ‘zand’ (rijk) en ‘veen’ (arm). Hoewel een „te gemakkelijke metafoor”, klopt hij „in zekere zin” nog altijd. Dat zegt Wim Willems, hoogleraar sociale geschiedenis aan de Universiteit Leiden en gespecialiseerd in de stadshistorie van Den Haag. De ‘residentie’ heeft altijd de elite aan zich willen binden. Uiteraard de hofhouding, en in de eerste helft van de 20ste eeuw de olie- en verzekeringsmaatschappijen. „Dat zie je nu weer gebeuren met de expats”, constateert Willems.

In het kielzog van de elite komen laaggeschoolde arbeiders, vertelt Willems. „Maar de laatste decennia zijn die veelal gekleurd, dat maakt ze zichtbaar. Dat veroorzaakte bij de blanke Nederlanders een tegensentiment.” Juist in ambtenarenstad Den Haag is er in bepaalde wijken sprake van een „ressentiment tegen politici”, zegt Willems. „Mensen hebben het gevoel: daar in het ijspaleis [het stadhuis red.] zitten de ijskoningen.”

Den Haag kent van oudsher weinig industrie en een kleine middenklasse, die in de jaren ’60 en ’70 ook nog eens massaal wegtrok. Wat overbleef was een verdeelde stad met enerzijds welvarende, en anderzijds arme wijken.

Willems proeft bij de Haagse elite „een soort anti-moslimsentiment. Een sentiment van: vroeger was alles beter. Maar dat is een nostalgische misconceptie.” Willems ziet geen enkel voordeel van een „radicale partij” in zijn stad. „Die wakkert alleen maar angst aan.”