Leren juichen voor het eigen team

Invictus Regie: Clint Eastwood. Met: Morgan Freeman, MattDamon. In: 27 bioscopen. ****

Sportfilms halen het beste naar boven in regisseur Clint Eastwood. Het boksdrama Million Dollar Baby vormde in 2004 een hoogtepunt in Eastwoods enorme oeuvre. Met zijn nieuwe film Invictus haalt hij dat hele hoge niveau misschien net niet, maar de film is zonder meer geslaagd.

„Een sprookje”, zo typeert journalist John Carlin het verhaal dat hij beschrijft in het boek Playing the Enemy, waarop Invictus (Latijn voor ‘Onverslaanbaar’ en vermoedelijk de slechtste filmtitel van het jaar) is gebaseerd. In 1995 werd in Zuid-Afrika het wereldkampioenschap rugby gehouden. De net aangetreden president Nelson Mandela (Morgan Freeman in de film) greep dat aan voor een opmerkelijk staaltje ‘nation building’. Het nationale rugbyteam, de Springbokken, was decennialang een gehaat symbool van de apartheidsstaat geweest. Zwarte Zuid-Afrikanen juichten bij wedstrijden voor de tegenstander – ook Mandela tijdens zijn gevangenschap op Robben Island, tot woede van zijn bewakers.

Dat moest veranderen, vond Mandela nadat hij in 1994 bij de eerste vrije verkiezingen tot president was gekozen. President Mandela begon aan een ingenieus schaakspel, waarbij uiteindelijk de hele natie als één man achter de ‘Bokken’ zou moeten gaan staan. Daartoe moest hij eerst de jongeren in zijn eigen ANC-partij overtuigen. Zij wilden de nationale kleuren van het team, en ook het gehate ‘witte’ volkslied, liefst afschaffen. Zuid-Afrika kreeg twee volksliederen, in het Afrikaans en het Xhosa, de kleuren van het team bleven dezelfde (‘het groen en goud’). Dat is symboolpolitiek, maar wel symboolpolitiek die slecht geleid kan uitlopen op een zaak van leven en dood.

Mandela moest tegelijkertijd de witte Zuid-Afrikanen overtuigen dat hij ook hun president was. Daartoe bestudeerde hij zorgvuldig de ruige rugbysport en leerde hij de namen van de belangrijkste spelers uit zijn hoofd. Zo ging hij al vele jaren te werk: in de gevangenis leerde hij Afrikaans en verdiepte zich in de geschiedenis van de Boeren. Om de vijand te kunnen verslaan, redeneerde hij, moet je hem eerst leren kennen.

Waarom maakt u zich toch zo druk om zo’n kleine minderheid, krijgt Mandela in de film van een medewerker te horen. Omdat die minderheid nog steeds de touwtjes in handen heeft in het bedrijfsleven, in het leger en bij de politie, luidt zijn afgemeten antwoord. Maar politieke berekening slaat bij de president gaandeweg om in oprecht inlevingsvermogen en enthousiasme voor een team waarin op dat moment slechts één gekleurde speler is opgenomen.

Om Mandela te kunnen spelen moet een acteur tegelijkertijd warmte en voornaamheid uitstralen, humor en ernst, benaderbaarheid en distantie. Die in wezen innerlijk tegenstrijdige combinatie van eigenschappen past beter bij royalty dan bij de gemiddelde carrièrepoliticus. Freeman belichaamt deze ‘koninklijke’ eigenschappen volledig, en zonder dat het hem de geringste moeite lijkt te kosten – kenmerk van een groot acteur. Hoewel hij niet echt op Mandela lijkt, is de kijker al na vijf minuten overtuigd: daar staat Mandela, ook al is zijn Zuid-Afrikaanse accent volgens fijnproevers niet helemaal geslaagd. De rol sluit niet geheel aan bij het bekende beeld. Freeman laat meer zien van Mandela’s melancholie; het gevolg van een (door 27 jaar gevangenschap) volledig mislukt gezinsleven. Die kant van zichzelf hield Mandela in werkelijkheid meer verborgen. Ook is de president bij Freeman plotseling een groot retorisch talent, terwijl dat juist de minder ontwikkelde kant was van zijn politieke genie.

Over Mandela wordt vaak gesproken in termen van een wereldwonder, een uniek en onverklaarbaar verschijnsel. Invictus laat juist zien hoeveel politieke intelligentie, berekening en strategie er achter zijn altijd weloverwogen optreden schuilging. De film is een – soms iets te expliciete – les in politiek leiderschap. Sommige scènes neigen nogal naar sentimentaliteit. Maar alleen enorm harde macho’s houden het droog bij Invictus – rugbyspelers misschien.