Landelijke politiek bepaalt lokale stem

De meeste kiezers laten hun stem vandaag afhangen van landelijke kwesties, omdat ze niet geïnteresseerd zijn in lokale politiek. Alleen brandende plaatselijke problemen veranderen dat.

Wat weegt vandaag zwaarder in het stemhokje: landelijke politieke kwesties als de val van het kabinet, of toch het gebrek aan parkeerplaatsen, de hoge ozb, of een ander lokaal probleem? Volgens onderzoekers baseren de meeste mensen hun lokale stemgedrag op de nationale politiek, al lopen de schattingen van de percentages uiteen. Een recente studie van onderzoeksbureau BMC toonde aan dat 43 procent van de keizers de stem grotendeels laat afhangen van Haagse prestaties, 22 procent gedeeltelijk. Eddy Habben Jansen, adjunct-directeur van het Instituut voor Publiek en Politiek (bekend van de stemwijzers) houdt het op tweederde. En volgens politicoloog Martin Rosema van de Universiteit van Twente ligt het aandeel waarschijnlijk nog iets hoger, omdat mensen in enquêtes het sociaal wenselijke antwoord geven dat ze bij gemeenteraadsverkiezingen lokaal stemmen.

Rosema noemt die landelijke oriëntatie bij lokale verkiezingen de achilleshiel van de lokale politiek. „De functie van verkiezingen is allereerst om bestuurders af te rekenen over de afgelopen periode”, zegt hij. „En vervolgens om partijen een mandaat te geven voor de volgende vier jaar. Lokale verkiezingen vervullen geen van beide functies als kiezers zich op de landelijke politiek baseren.”

Waarom doen zoveel mensen dat dan toch? Omdat ze niet geïnteresseerd zijn in lokale politiek, is de communis opinio onder politicologen. Monique Leyenaar, hoogleraar politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en gespecialiseerd in lokale verkiezingen: „We noemen de gemeenteraadsverkiezingen niet voor niets een second order election.”

Uit het BMC-onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de mensen niet of nauwelijks geïnteresseerd is in lokale politiek – en dat deze groep nog steeds groeit. Kiezers denken dat de gemeente niet belangrijk is voor hun eigen leven: 70 procent denkt dat gemeentelijke beslissingen daar geen of nauwelijks invloed op hebben.

„Kamerverkiezingen vinden mensen belangrijker”, zegt Leyenaar. „Dat is ook de reden dat veel minder mensen gaan stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen dan bij de landelijke verkiezingen. In 2006 scheelde het ruim 20 procent.”

Arno Korsten wijt die desinteresse ook aan een tekort aan relevante informatie. „Als er geen huis-aan-huiskrantjes waren, dan zou ik helemaal geen lokaal nieuws meekrijgen”, zegt de hoogleraar bestuurskunde aan de Open Universiteit en bijzonder hoogleraar bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit van Maastricht. „Als je plaatselijke politiek in de betaalde lokale krant of regionale krant zoekt, dan moet je goed zoeken.”

Het is ook niet helemaal irrationeel om naar de landelijke politiek te kijken voor gemeenteraadsverkiezingen, zegt Korsten. „Heel veel van het beleid dat lokaal wordt uitgevoerd, is uiteindelijk toch landelijk bepaald.”

Overigens betekent het feit dat veel kiezers zich voor lokale verkiezingen richten op de landelijke politiek, niet per se dat ze lokaal op dezelfde partij stemmen. Rosema: „Mensen kiezen op grond van een gevoel dat ze bij een partij hebben. En dat wordt grotendeels gevormd door de landelijke politiek. Maar als ze stemmen voor de Tweede Kamer, komt daar een strategisch motief bij: welke coalitie wil ik, welke premier. Bij lokale verkiezingen speelt dat niet en volgen mensen meer hun gevoel.”

Als de lokale politiek echt leeft, dan is dat meestal omdat er iets aan de hand is in de gemeente dat de bevolking verdeelt: een polariserend issue. Als de lokale politiek niet meer „flets” is, om met Korsten te spreken. „Bijvoorbeeld een paar jaar geleden in Oegstgeest: toen won Leefbaar Oegstgeest uit het niets ineens 30 procent van de stemmen.” Dat kwam door plannen van de gemeente voor de ontwikkeling van de stadskern: die waren erg omstreden, en dat leefde sterk bij de inwoners. „Maar dit soort grote onderwerpen speelt bij de minderheid van gemeenten.”

Gevraagd naar de invloed van de val van het kabinet op de verkiezingen, aarzelen de politicologen. Het zou kunnen dat de landelijke thema’s een nog grotere rol gaan spelen – en de kiezers deze verkiezingen gebruiken om zich over de landelijke politiek uit te spreken. Of, als het machtsspel in Den Haag juist de afkeer van de landelijke politiek heeft aangewakkerd, dat kiezers zich meer richten op lokale partijen.

Over één ding zijn ze het eens. De in onderzoeken voorspelde opkomst van nog geen 50 procent zou wel eens hoger kunnen uitvallen. Korsten: „De crisis zou voor een opkomststijging van 5 procent kunnen zorgen.”