Koken voor de hersenen

Het is een bekende theorie die gisteravond in het BBC-programma Horizon werd aangestipt: dat minder ingewanden en een groter brein samenhangen. Grote buiken vol darmen en magen horen bij het vermalen van veel rauw voer. Als het voedsel makkelijker verteerbaar is, kunnen de darmen korter en de veronderstelling is dat er dan meer energie over is voor het brein dat dientengevolge groter wordt. Of liever: ‘is geworden’, want dit gaat over de mens.

„Did cooking make us human?” was de titel van de aflevering en je zag erin hoe gebitten van verre voorouders in mechanische kaken waren gemonteerd en daar een test wortel happen en vlees vermalen deden. Het oudste gebit, de grote vlakke tanden van de australopithicus, was wel goed in wortelhappen, maar kon geen deuk in een plakje vlees bijten. Maar de tanden van homo habilis beten met één klap een gat in een stukje vlees. Homo habilis had 50 procent meer hersenen dan australopithicus. Vlees, oftewel eiwitten, is lichter verteerbaar dan rauwe planten.

Maar het programma vroeg zich niet alleen af of een eiwitrijk dieet en de bijbehorende geringere darmomvang een bijdrage hadden geleverd aan onze intelligentie, maar ook of het koken van voedsel daar een rol in had gespeeld.

Zo werden er testen gedaan met muizen, waarvan de ene groep rauwe yams te eten kreeg en de andere gekookte. De gekookte-yameters hadden meer energie – ze liepen veel langere afstanden in hun renmolentjes – en werden toch zwaarder.

Zo ook bij mensen, vat ik maar even grof samen: gekookt, eiwitrijk voedsel heeft ons tot zo’n succesvolle soort gemaakt.
Wat tegen de ‘minder darmen meer brein’-theorie pleit is de hazewindhond zou je zeggen. Die heeft een holte waar andere wezens een buik hebben en hij heeft heel veel energie, maar grote hersenen? Ik wil geen enkele hazewindhond beledigen maar bij mijn weten zijn zulke dieren niet opmerkelijk intelligent.

Misschien hadden ze toch moeten leren koken, zit ‘m daar wel degelijk het doorslaggevende verschil. „Cooking is huge,” zei professor Richard Rangham. Hij dacht dat koken de grootste dieetverbetering in de geschiedenis van het leven was.

Het programma eindigde trouwens iets minder vrolijk, met vraatzuchtige hersenen, de onze, die geprogrammeerd zijn op vet, energierijk eten. Daarvan denken ze nog steeds dat het heel goed voor ons is. De hersenen weten niet dat wij tegenwoordig geen klap meer uitvoeren en gewoon achter de computer zitten. Dus die raken helemaal opgewonden als ze iets vets krijgen – dat kon je zien bij tests met proefpersonen.

Ik zag dit recept in Uit de oven van Rachel Allen, en het leek me echt brainfood. Een zoete, calorierijke, blonde variatie op brownies.

Pindakaasblondies

  • 125 g bloem
  • 100 g zachte boter
  • 1 tl bakpoeder
  • 150 g pindakaas met stukjes noot
  • 175 g gele basterdsuiker
  • 1 ei, losgeklopt
  • 1 tl vanille essence
  • 75 g witte chocola

Verwarm de oven op 175 graden. Vet een taartvorm van ongeveer 20 x 20 cm in, bekleed de bodem met bakpapier. Zeef de bloem en het bakpoeder. Klop de boter met de pindakaas zacht, voeg ei, suiker en vanille toe. Meng de bloem en de gehakte witte chocola erdoor, goed roeren.

Doe het deeg in de vorm en bak de koek 25 tot 30 minuten tot-ie goudbruin is en bijna stevig in het midden. Laat afkoelen en snijd hem in blokjes.

Doe er eventueel een schepje roomijs bij.