In twintig jaar naar een veel rijkere Waddenzee

Morgen beginnen de werkzaamheden om van de Waddenzee een ‘zee van rijkdommen’ te maken. Maakt dat een definitief einde aan decennialang geruzie?

Voor natuurbeschermers is sprake van een „trendbreuk” en mosselkwekers spreken van een „gedenkwaardige dag”. Morgen geeft minister Verburg (Natuur, CDA) in Harlingen het startsein voor de uitvoering van het programma dat de Waddenzee de komende twintig jaar „rijker” moet maken.

De Waddenzee heeft er lang op moeten wachten. Bijna zes jaar geleden stemde de Tweede Kamer in met de winning van ‘waddengas’ door de NAM, op voorwaarde dat een deel van de opbrengst naar herstel van de natuur in het gebied en versterking van de duurzame economie zou gaan. Er kwam ongeveer 800 miljoen euro beschikbaar. Daarvan ging 120 miljoen naar het uitkopen van de mechanische kokkelvisserij. Door het omwoelen van de bodem brengt die de natuur in de Waddenzee volgens wetenschappers veruit de meeste schade toe. De rest van het geld zou tot 2030 worden uitgegeven aan projecten ter bevordering van de natuur en de duurzame economie: ruim 30 miljoen euro per jaar.

De afgelopen twee jaar zijn uit dit Waddenfonds al diverse projecten gesubsidieerd. Maar pas deze week is de visie klaar die ten grondslag ligt aan toekenning van dat geld. Programmamanager Kees van Es: „Vanaf nu gaan we gericht sturen op de projecten die we noodzakelijk vinden.”

Het programma moet leiden tot „een zee van rijkdommen” met schoon en voldoende helder water, een evenwichtig ‘voedselweb’ voor allerlei diersoorten, heel veel mosselbanken, riffen en zeegrasvelden, en een voor bewoners en gebruikers „veilige plek”, ook als de zeespiegel blijft stijgen. De werkzaamheden zijn hard nodig; vorig jaar werd de Waddenzee tot werelderfgoed bestempeld, maar de natuurkwaliteit is „half zo goed als in de natuurlijke situatie”, stelde het Planbureau voor de Leefomgeving vorig jaar in de Natuurbalans.

Directeur Hidde van Kersen van de Waddenvereniging is blij dat de visie eindelijk is afgerond. „De eerste tranche van het waddengeld ging niet naar natuur en al helemaal niet naar de Waddenzee. Er werden dingen van betaald zoals een toeristische vaarroute in Friesland. Nu dit plan er eindelijk ligt, kunnen de voorstellen worden getoetst op hun nut voor het streefbeeld in 2030.” Van Kersen noemt het plan een trendbreuk. „Dit geeft blijk van een offensieve strategie voor de natuur, in plaats van een defensieve strategie die alleen maar dingen probeert tegen te houden.”

Het plan werd gemaakt in de nasleep van de geruchtmakende rechtszaak tussen de mosselkwekers en natuurorganisaties. De Raad van State vernietigde twee jaar geleden de vergunning om in het voorjaar mosselzaad te vangen. De mosselkwekers hadden toen geen andere keus dan met de natuurbeschermers en de natuurambtenaren om de tafel te gaan zitten. Secretaris Hans van Geesbergen van de producentenorganisatie van de Nederlandse mosselcultuur: „Wij zijn gaan praten om de continuïteit van de bedrijfstak te waarborgen. De relaties zijn genormaliseerd.” Hij vindt de dag van morgen gedenkwaardig. „De partijen hebben beloofd dat oplossingen niet bij de Raad van State liggen, maar aan de gesprekstafel. En aan die tafel hoef je tegenwoordig niet meer zo op je woorden te letten, er is ruimte voor onzekerheden over en weer. Er is ruimte voor humor.”

Het programma Naar een rijke Waddenzee is gemaakt door Rijk, provincies, gemeenten en natuurorganisaties. Wetenschappers hebben uitgeplozen wat nodig is om tot die rijke zee over twintig jaar te komen. Vervolgens is het plan getoetst door de Waddenacademie, het onlangs opgerichte kenniscentrum.

Mosselkwekers moeten duurzaam werken. Ze laten waardevolle ‘wilde’ mosselbanken met rust en zullen straks alleen nog jonge mosselen vangen die zich hebben gehecht aan mosselzaadinvanginstallaties, touwnetwerken die in het water hangen. Het zaad hoeft dan niet meer van de bodem te worden geschraapt, zodat bodemleven „onbeschadigd” blijft. Ook garnalenvissers moeten natuurvriendelijker vissen, onder meer door de bijvangst te beperken. Kwelders worden uitgebreid. Er komen meer vloeiende overgangen tussen water en land en tussen zoet en zout water. Bij wijze van experiment wordt zeegras aangeplant.

De verzoening tussen vissers, industriëlen, ambtenaren en natuurbeschermers wordt morgen bezegeld. Maar wat als de belangen groot worden? Wat als straks economische belangen dreigen te worden geschaad? De garnalenvissers bijvoorbeeld willen best duurzamer vissen, maar ze hebben het geld er niet voor als de prijs voor garnalen even laag blijft als de laatste jaren. En hoe groot is straks het respect van energiebedrijven voor dit programma? Binnenkort wordt de vaargeul tussen Noordzee en Eemshaven verdiept. Dat is onder meer van belang voor de aanvoer van kolen voor de twee energiecentrales van RWE en Nuon die nu worden gebouwd.

Hidde van Kersen van de Waddenvereniging: „Kolenjongens willen een steeds diepere vaargeul naar de Eemshaven. Maar als ze dat via de rechter willen afdwingen, komen we weer in de loopgraven terecht. Die kwestie is een toetssteen voor het programma, en daarmee voor de vraag of we het natuurherstel in dit gebied echt op gang krijgen.”