Illegaal afval is overal

Voor Europese bedrijven is export van afval naar buiten de EU vaak het voordeligst.

Strengere controles moeten illegale transporten in en vanuit Europa terugdringen.

De vrachtwagenchauffeur rolt het zware beschermdek van zijn container, en VROM-inspecteur Koos Kasemir werpt een blik op de lading. De container ligt vol oude kranten en karton, met hier en daar een plastic zak of reclame die nog in de doorzichtige verpakking zit. Kasemir knikt goedkeurend. Deze lading oud papier is ‘schoon’ genoeg, vindt hij: na de controle van zijn ladingspapieren mag de chauffeur zijn weg door Nederland vervolgen.

Dat is lang niet altijd zo als Kasemir voor het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) inspecties doet bij afvaltransporten, vertelt hij. Deze controle vindt plaats bij de grensovergang met Duitsland, op de A12 bij Beek, in samenwerking met de marechaussee en de douane. „Eigenlijk sturen we bij vrijwel elke controle wel een vracht terug, omdat die niet aan de Europese afvalregels voldoet.”

Een illegale vracht met afval, die is in de hele Europese Unie met grote regelmaat te vinden. Impel, het Europese netwerk van milieu-instanties, maakte onlangs bekend dat 19 procent van de afvaltransporten van binnen de EU en naar buiten de EU illegaal is. Dat betekent dat één op de vijf ladingen, waaronder ook scheepsladingen vallen, linksom of rechtsom niet aan de Europese afvalregels voldoet. De 22 lidstaten die deelnamen aan het laatste project van Impel, controleerden van oktober 2008 tot juni 2009 gezamenlijk ruim 10.000 transporten en honderden bedrijven.

Van die 19 procent illegaal afval was het grootste deel administratief niet in orde: van ruim 12 procent van de gecontroleerde afvalvrachten klopte de papierwinkel niet. De overige 7 procent betrof afval dat was bestemd voor een land waar ze dat afval niet in ontvangst mochten nemen. „Administratie die niet klopt, dat hoeft niet direct onheil te betekenen”, legt hoogleraar Europees Milieurecht Jonathan Verschuuren van de Universiteit van Tilburg uit, „maar bepaalde afvalstoffen die in een schip richting ontwikkelingslanden gaan, zijn gewoon verboden. Je kunt er donder op zeggen dat ze daar niet op een milieuvriendelijke manier worden verwerkt. En het is schokkend dat dát percentage, de illegale export naar buiten de EU, zo hoog ligt.”

Daar horen ook elektronica bij, die hier goed zijn voor de sloop, maar naar Afrikaanse landen worden gestuurd. Net als afgedankte autobanden met te weinig profiel, die het in Vietnam nog prima doen. Of ‘vervuild’ afval: oud papier waar te veel plastic bij zit. Dat is hier lastig om goed te recyclen. Ook kunststof afval met een te hoge dosis pvc gaat richting Afrika of Azië. Het is voor bedrijven goedkoper om hun afval te exporteren naar een land waar de verwerkingsregels voor afval minder streng zijn – „en de pakkans is kennelijk niet groot genoeg”, aldus Verschuuren.

Nederland scoort volgens het laatste Impel-rapport gemiddeld in het lijstje met overtredingen. Maar de cijfers van lidstaten zijn onderling zeer lastig te vergelijken, zegt Albert Klingenberg van de VROM-inspectie. Hij is voorzitter van het Impel-project en vertelt dat de manier waarop lidstaten controleren, nog sterk verschilt. „De ene lidstaat geeft alleen het aantal schendingen op, de ander alle gecontroleerde vrachtwagens.”

Bovendien is de mate van controle in de hele EU nog lang niet gelijk. Klingenberg: „In bijvoorbeeld Bulgarije is één persoon van de milieuautoriteit verantwoordelijk voor de gehele handhaving en controle. Er is gewoon te weinig mankracht. In andere lidstaten denken ze: we hebben nu toch Europese wetgeving over de in- en uitvoer van afval? Dan zal het verder wel goed komen.” Zo deden Griekenland, Spanje en Italië niet mee aan het laatste Impel-project, en is er dus geen volledig beeld van de afvalstromen uit die lidstaten.

De Europese Commissie heeft daarom voorgesteld dat er een Europees agentschap moet komen, om de controle op het vervoer van afval binnen de EU en richting Azië en Afrika beter te coördineren. Of VROM daarachter staat, kan Albert Klingenberg van de inspectie niet zeggen. Wel wil hij benadrukken dat illegaal afval Europabreed aangepakt moet worden: „We moeten in kleine stapjes die controle verbeteren.”

Hoogleraar Verschuuren staat op zich positief tegenover zo’n agentschap. Lidstaten moeten op welke manier dan ook hun kennis over de complexe Europese afvalregels verbeteren, zegt hij. „Die complexiteit zelf is namelijk niet eenvoudig te veranderen. Want wanneer is iets afval? Er bestaan allerlei verschillende regels voor afvalstoffen die hergebruikt kunnen worden, en afvalstoffen die veilig uit producten verwijderd moeten worden. Ga daar maar eens op controleren als inspecteur die in een vrachtlading kijkt.”

Dat is dan ook een van de redenen dat Koos Kasemir van de VROM-inspectie deels vertrouwt op zijn database met gegevens, en deels op onderbuikgevoelens. In de verte, in de file voor de grensovergang, herkent hij al de vrachtauto’s van bepaalde vervoersbedrijven, waarvan hij uit ervaring weet dat hun papieren of lading niet altijd in orde zijn. „Ah, zet die maar eens even aan de kant, straks.”