Honderden vermisten na aardverschuiving Oeganda

Een zware aardverschuiving in Oeganda heeft aan zeker 81 en, naar gevreesd wordt, mogelijk 500 mensen het leven gekost. Dat blijkt uit verklaringen van het Rode Kruis.

Een medewerker van het Rode Kruis zei vanochtend dat er nog zo’n 400 mensen begraven liggen onder de aarde sinds een modderlawine maandagavond drie dorpen bedolf in Bududa, een district in het oosten van Oeganda. Een andere Rode Kruis-functionaris sprak van 300 vermisten. Reddingswerkers hadden tot vanochtend 81 lichamen geborgen.

De aardverschuiving volgde op drie dagen van zeer hevige regen in het getroffen gebied, op de flanken van Mount Elgon, een ruim 4.000 meter hoge berg op de grens tussen Oeganda en Kenia. De extreme neerslag spoelde het grondoppervlak weg, waardoor de volgens ooggetuigen tweehonderd meter brede modderstroom ontstond. Behalve woningen werden onder meer een kerk en een ziekenhuis weggevaagd.

Geologen wijzen op de ontbossing en bodemerosie die al jaren aan de gang zijn in het rampgebied in Mount Elgon National Park. Deze processen, die bevorderd worden door een groeiende bevolkings- en landbouwdruk, verzwakken de bodemstructuur en vergroten de kans op aardverschuivingen.

Het leger, de politie, het Rode Kruis en bewoners zijn ingezet bij de zoektocht naar mogelijke overlevenden. De drie getroffen dorpen – Kubehwo, Namakansa en Nametsi – liggen op drie uur loopafstand van de dichtstbijzijnde autosnelweg.

Tot de vermisten behoren meer dan honderd schoolkinderen die beschutting tegen de regen zochten in een winkel, die vervolgens onder de modder werd bedolven. De predikant van een Pinksterkerk en vijf kerkleden werden eveneens begraven. „Opeens stortte de kerk in. Alles werd bedekt onder de modder. Vijf mensen die naast me zaten, kwamen om. Ik heb het overleefd omdat mijn hoofd boven de modder uitstak”, vertelde een overlevende. (AP, AFP)