Homoseksualiteit kosjer maken

Eyes Wide Open. Regie: Haim Tabakman. Met: Zohar Shtrauss, Ran Danker. In: Ketelhuis, Amsterdam; Filmhuis Den Haag; Lantaren/Venster, Rotterdam. ***

Films over homoseksualiteit in joods-orthodoxe kringen zijn de laatste jaren gebruikelijke, zo niet verplichte kost op de meeste internationale filmfestivals. Het programmaonderdeel Panorama van het Filmfestival Berlijn vertoont er elk jaar wel een paar.

De debuutfilm van voormalig filmeditor Haim Tabakman Eyes Wide Open is dankzij een première op het filmfestival Cannes vorig jaar misschien iets meer high profile, maar niet per se beter dan de vele, hier niet uitgebrachte voorgangers. Hoofdzaak is het bespreekbaar maken van het taboe: officieel bestaat homoseksualiteit niet in het jodendom, heteroseksualiteit trouwens ook niet, iedereen is namelijk heteroseksueel. Je kunt eventueel wel verliefd worden op iemand van hetzelfde geslacht, maar je mag daar geen (seksuele) relatie mee beginnen.

Hoofdpersoon van Eyes Wide Open Aaron is een dertiger uit Jeruzalem, getrouwd met Rivka en vader van vier kinderen, die zojuist zijn vader heeft begraven. Als hij na de eerste periode van rouw besluit om de familieslagerij weer te openen, is dat een gebeurtenis van oudtestamentische proporties: hij is de sleutel kwijt en moet de met een ketting afgesloten deur met een steen openslaan. En ondertussen regent en regent het maar, alsof er weer een nieuwe zondvloed op uitbarsten staat.

Het moge duidelijk zijn: Aaron wordt op diverse manieren uitgedaagd om na te denken over wie hij is, waar hij in het leven staat en hoe hij zich verhoudt tot traditie, overlevering en geschiedenis.

De komst van de jongere Talmoedstudent Ezri brengt alles in een stroomversnelling. De twee mannen voelen zich mentaal, spiritueel en ook lichamelijk tot elkaar aangetrokken. Die strijd tussen lichaam en geest maakt Eyes Wide Open tot een wonderlijke mix van religieus traktaat en romantisch drama. Regisseur Tabakman omschreef zichzelf in Cannes als orthodox noch homoseksueel, net zomin als Francis Ford Coppola maffioos hoefde te zijn om The Godfather te maken. Maar Tabakmans fantasie (of zijn research) schoten wel tekort om zijn verhaal gelaagd genoeg te maken om het boven een laboratoriumopstelling te laten uitstijgen. Tabakman is zo druk bezig homoseksualiteit ‘kosjer’ te maken, dat hij het risico loopt dat zijn film als pamflettistisch wordt ervaren.