Het is dapper om een stad zo bloot te leggen

Fotoboek

Kim Bouvy: Phantom city

Pels & Kemper, 2010, 273 blz. € 29,50 ****

Het is zo’n mooi boekje, deze kleine en dikke paperback. Doordat de foto’s afwisselend vlakvullend zijn of zijn afgekaderd in een witte omlijsting heeft de afsnede een gestreept patroon. De typografie is smaakvol, het beeld op de omslag stemmig.

Maar Phantom city is bepaald geen toegankelijk boek. Phantom city moet bezinken.

Kim Bouvy noemt haar boek een photo novel. Ze begeleidt de foto’s met filosofische gedachten over herinneringen van waaruit ze de stad Rotterdam reconstrueert. De stad van vroeger, van nu, uit valse herinneringen of zoals ie in de toekomst zou kunnen zijn. Nieuwbouw, opbouw, sloop, torens, asfalt en hijskranen.

Nooit geweten dat een stad zo grijs kon zijn. En dat er zoveel soorten grijs zijn. Zelfs nooit geweten dat grijs zo mooi kan zijn. En tegelijk zo kil. Zo doods.

Bouvy deelt haar foto’s op in de categorieën surfaces, grey areas, ruins, blind spots en black holes. En Bouvy is genadeloos. Voor de stad Rotterdam, die telkens getoond wordt van zijn slechtste kant. Voor de toeschouwer die wordt overrompeld door de grijsheid van het bestaan. En voor zichzelf door zich op deze manier met de stad te verhouden.

Ik word niet blij van dit boekje, maar ontdek dat het een mechanisme in werking zet. Een ontkenning. Er moet toch iets moois zijn? Een zoektocht naar de schoonheid van lelijkheid.

Bouvy is namelijk perfect in staat schoonheid te zien in wat iedereen voorbij loopt. Ze let op het ritme van de gebouwen, herhaling in vormen en het perspectivische lijnenspel, ze ziet spannende vlakverdelingen waar een ander een rommelig plein ziet, benadrukt spannende dieptes, subtiele bewegingen en strak geordende geometrie.

Ach somberheid, het is ook gewoon een sentiment. Aangedikt met mist krijgt het zelfs een romantisch gewicht. Wat dan weer in scherp contrast staat met de betonnen kantoorkolossen, de blinde muren en de ongezellige stekelige anti-inbreekhekjes erop. Ook Rotterdam.

Veel beton, punaisebouw en desolate pleintjes. Weinig mensen en hier en daar een scheefgebotst verkeersbord. Een doodenkele keer een boom. Ook maakt Bouvy fotocollages, waarbij ze de werkelijkheid helemaal loslaat en zich uitleeft in Metropolis-achtige decorstukken.

Het is dapper, een stad zo bloot te leggen, en een hele eer voor een grauwe Rotterdamse straathoek met weerspiegelde kantoorpui om te worden opgewaardeerd tot een eigen pagina in zo’n mooi klein boekje.

Alles bij elkaar schept het een stad die niet bestaat (gelukkig), enkel bij de gratie van de opdracht die ze zichzelf gegeven heeft. En die is geslaagd.

Viola Lindner