Enkhuizen wil rijden én stilstaan, gratis

De verkiezingen lijken wel landelijk, maar ze gaan ook over lokale kwesties. Een plan voor betaald parkeren verdeelt Enkhuizen.

Er mag dan een kloof bestaan tussen kiezer en gekozene, maar vandaag, in het stemhokje, loopt de kloof door de kiezer zelf. Die heeft tegenstrijdige wensen die niet in één partijprogramma passen. Zie Enkhuizen (18.000 inwoners) dat na twintig jaar nog steeds over hetzelfde oude parkeerprobleem discussieert. Bewoners willen wel voor parkeren betalen, maar toch ook weer niet.

Op de valreep heeft de SP posters uitgedeeld tegen het al door de raad aangenomen plan om aan bewoners parkeervergunningen te verkopen. Op de plaat staat een parkeerautomaat met een rode streep erdoor. Tegen betaald parkeren. Maar volgens de wethouder van Nieuw Enkhuizen, Jan Franx, is het juist geen betaald parkeren. Bewoners moeten wel betalen. Maar via een vergunning, niet in een parkeerautomaat.

Autorijden brengt politieke stilstand. Wie in dit volle land achter het stuur gaat zitten, wordt een ander. Als filerijder wil ik de medeweggebruiker van de weg hebben. Ik wil ook gratis voor de winkel kunnen parkeren. Dat willen de andere automobilisten ook. Die hebben mij graag van de weg. Ga er maar aan staan als politicus.

Lokale kwesties gaan over schaarse ruimte. Naarmate die gevuld wordt met auto’s, brommobielen, fietsen, bakfietsen, scooters, terrassen wordt de strijd heftiger. Elke politieke keuze krijgt kritiek. De wethouder die geld vraagt voor ruimtegebruik wordt „zakkenvuller” genoemd.

In het toeristische Enkhuizen bestaat gratis parkeren nog. In de nauwe straten van de zeventiende-eeuwse binnenstad kun je je auto zonder formaliteiten neerzetten langs de blauwe streep, op een paar passen van de winkels en cafés. En als je hem langer dan twee uur laat staan, krijg je geen bekeuring. Bewoners hebben eeuwigdurende vergunningen die ze bewaren als ze verhuizen. Hij is gemakkelijk te kopiëren. „Dat willen we allemaal wel”, zou een ambtenaar erover zeggen.

De bewoners zetten hun auto’s ook op verboden plekken of onhandige hoeken, langs bruggen. Toen onlangs op het smalle stuk van de Breedstraat brand uitbrak, kon de brandweer niet passeren. Gelukkig waren de eigenaars van de blokkerende auto’s in de buurt.

Per 15 maart is deze kleine chaos voorbij, want dan krijgen de bewoners voor 21 euro een vergunning voor de eerste auto en voor 48 euro één voor de tweede. Een derde auto mag niet meer. Als je langer dan twee uur parkeert, moet je een eurootje betalen via een kraskaart. Na zessen blijft het gratis. De handhaving wordt aangescherpt. De gratis langparkeerplaats is op maximaal 450 meter afstand.

De joviale eigenaar van restaurant De Smederij, Steef Gronheid, erkent ruiterlijk dat hij zelf ook lijdt aan de tegenstrijdige autowensen. Zijn bestelwagen staat voor de deur, handig. Maar in de drukke zomer is zijn smalle straatje een O.K. Corral van elkaar tegemoetkomende auto’s die de ander geen voorrang gunnen. Ze blijven minutenlang staan en soms gaat zo’n bestuurder in een café zitten wachten tot de tegenligger wijkt. Gronheid denkt aan een parkeergarage waar auto’s veilig kunnen staan.

„Parkeergarage?” vraagt wethouder Franx van de partij Nieuw Enkhuizen in het historische stadhuis met wandschilderingen van eeuwenoude conflicten. „Hoe moet dat worden betaald?” Eerst maar die parkeervergunning. Hij wacht wat onrustig op de uitslag vandaag. Blijft zijn partij, Nieuw Enkhuizen, de grootste? Mag hij wethouder blijven? Gelukkig zijn er genoeg mensen zo gek om die baan te willen doen.

Deze rubriek verschijnt elke maandag op de Opiniepagina.